Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken Digitale Camera Model Nr. DMC-FP8 Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.
Inhoud Voor Gebruik Beknopte gebruiksaanwijzingen................4 Standaard accessoires..............................6 Namen van de onderdelen........................7 Voorbereiding Opladen van de Batterij.............................9 • Over de batterij (Opladen/Aantal opnamen)...............12 Een kaart of batterij in het toestel doen .......................................................14 Over het ingebouwde geheugen/ de kaart ...................................................
• [HI-SPEED BURST] .........................68 • [FLITS-BURST] ................................69 • [STERRENHEMEL] .........................70 • [VUURWERK] ..................................70 • [STRAND] ........................................71 • [SNEEUW] .......................................71 • [LUCHTFOTO] .................................71 • [SPELDENPRIK] ..............................72 • [ZANDSTRAAL] ...............................72 • [HOGE DYNAMIEK].........................73 • [FOTO FRAME] ....
Voor Gebruik Voor Gebruik Beknopte gebruiksaanwijzingen Dit is een beknopt overzicht van hoe u opnamen opneemt en terugspeelt met het toestel. Bij elke stap controleert u de pagina’s waarnaar verwezen wordt en die tussen haakjes staan. plug-in-type De batterij opladen. (P9) • De batterij wordt niet opgeladen voor de verzending. Laad dus de batterij eerst op. 90 inlaattype Doe de batterij en de kaart in het toestel.
Voor Gebruik Speel de opnamen terug af. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [(]. 2 Kies de opname die u wil bekijken.
Voor Gebruik Standaard accessoires Controleer of alle accessoires aanwezig zijn voordat u het toestel gebruikt. • De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied waar u de camera hebt gekocht. Voor details over de accessoires, de Basisgebruiksaanwijzing raadplegen. • Batterijpak wordt aangegeven als batterijpak of batterij in de tekst. • Batterijoplader wordt aangegeven als batterijoplader of oplader in de tekst.
Voor Gebruik Namen van de onderdelen 1 2 3 Flits (P49) Zelfontspannerlampje (P56) AF-lamp (P104) Lens (P145) 1 2 4 5 6 LCD-monitor (P47, 141) [MODE] knop (P30) [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar (P20) 7 Speaker (P110) 8 [MENU/SET] knop (P18) 9 Toetsenbordverlichting (P24) 10 [Q.
Voor Gebruik 13 14 15 16 17 Toestel AAN/UIT (P18) Zoomhendeltje (P40) Intelligente automatische knop (P32) Microfoon (P74, 103, 125) Ontspanknop (P32, 74) 13 16 18 [COMPONENT OUT] aansluiting (P139) 19 [AV OUT/DIGITAL] aansluiting (P128, 131, 137) 20 [DC IN] aansluiting (P128, 131) • Gebruik altijd een originele Panasonic AC-adapter (optioneel). • Wanneer een AC-adapter gebruikt wordt, 14 15 17 21 18 19 20 moet de AC-kabel gebruikt worden die bij de AC-adapter geleverd is.
Voorbereiding Voorbereiding Opladen van de Batterij ∫ Over batterijen die u kunt gebruiken met dit apparaat Het is opgemerkt dat er nep batterijpakketten die zeer op het echte product lijken in omloop gebracht worden op bepaalde markten. Niet alle batterijpakketten van dit soort zijn op gepaste wijze beschermd met interne bescherming om te voldoen aan de eisen van geschikte veiligheidstandaards. Er is een mogelijkheid dat deze batterijpakketten tot brand of explosie kunnen leiden.
Voorbereiding plug-in-type Steek de stekker van de oplader in het stopcontact. • De AC-kabel gaat niet helemaal in de AC-aansluiting. Er blijft een stukje over zoals op de afbeelding. • Het laden start als het lampje [CHARGE] A groen oplicht. • Het laden is voltooid wanneer het lampje [CHARGE] A uitgaat. 90 inlaattype Maak de batterij los als deze opgeladen is.
Voorbereiding ∫ Als het [CHARGE] lampje knippert • De batterijtemperatuur is te hoog of te laag. Gelieve de batterij opnieuw opladen in een omgeving waar de temperatuur tussen 10 oC en 35 oC ligt. • De polen op de lader of op de batterij zijn vuil. Wrijf ze in dit geval schoon met een droge doek. Aantekening • Als u hebt opgeladen, trekt u de stekker uit het stopcontact. • De batterij wordt warm na het gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de fotocamera wordt warm tijdens het gebruik.
Voorbereiding Over de batterij (Opladen/Aantal opnamen) ∫ Batterijaanduiding De batterijaanduiding verschijnt op de LCD-monitor. [Deze verschijnt niet wanneer u de camera gebruikt met de AC-adapter (optioneel).] • De aanduiding wordt rood en knippert als de resterende batterijstroom op is. Laad de batterij op of vervang deze met een geheel opgeladen batterij. ∫ Levensduur van de batterij Aantal beelden Ongeveer 380 opnamen opnametijd Ongeveer 190 min.
Voorbereiding Terugspeeltijd Ongeveer 360 min. Het aantal opnamen en de terugspeeltijd zal variëren afhankelijk van de werkingsomstandigheden en opslagcondities van de batterij. ∫ Opladen Oplaadtijd Ongeveer 130 min. • De aangegeven oplaadtijd is voor wanneer de batterij geheel leeg is geraakt. De oplaadtijd kan variëren afhankelijk van hoe de batterij gebruikt is. De oplaadtijd voor de batterij in hete/koude omgevingen of een batterij die lange tijd niet gebruikt is zou langer kunnen zijn dan anders.
Voorbereiding Een kaart of batterij in het toestel doen • Controleer of het toestel uit staat. • We raden een kaart van Panasonic aan. Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep. • Altijd echte Panasonic batterijen gebruiken. • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet. Batterij: Doe deze er in totdat deze vergrendeld wordt door de hendel A terwijl u op de richting let waarin u deze zet.
Voorbereiding Aantekening • Haal de batterij uit het toestel na gebruik. De batterij opslaan in de batterijhouder (bijgeleverd). • De batterij niet verwijderen terwijl de LCD-monitor of de toetsenbordverlichting (blauw) ingeschakeld zijn, aangezien de instellingen op het toestel niet goed opgeslagen zouden kunnen worden. • De geleverde batterij is alleen bedoeld voor dit toestel. Gebruik de batterij niet voor andere apparatuur.
Voorbereiding Over het ingebouwde geheugen/de kaart De volgende operaties kunnen uitgevoerd worden m.b.v. dit apparaat. • Wanneer er geen kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden in het ingebouwde geheugen en teruggespeeld worden. • Wanneer er wel een kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden op de kaart en teruggespeeld worden.
Voorbereiding Kaart De volgende soorten kaarten kunnen met dit apparaat gebruikt worden. (Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.) Soort kaart SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB) (Geformatteerd m.b.v. het FAT12 of FAT16 formaat in overeenstemming met de SD-standaard) SDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB)¢ (Geformatteerd m.b.v.
Voorbereiding De datum en de tijd instellen (Klokinstelling) • De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt. Zet het toestel aan. A [MENU/SET] knop B Cursorknoppen • Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld, overgaan op stap 4. OFF Op [MENU/SET] drukken. Druk op 3/4 om de taal te selecteren en druk op [MENU/SET]. • Het [AUB KLOK INSTELLEN] bericht verschijnt. (Dit bericht verschijnt niet in [AFSPELEN] functie.) Op [MENU/SET] drukken.
Voorbereiding Op 2/1 drukken om de items (jaar, maand, dag, uur, minuut, displayvolgorde afbeelden of formaat tijddisplay) te selecteren en dan op 3/4 drukken om in te stellen. : : A: De tijd in uw woongebied B: De tijd in uw reisbestemmingsgebied (P87) ‚: Annuleren zonder de klok in te stellen. • Selecteer ofwel [24 UURS] of [AM/PM] voor het formaat van de tijddisplay. • AM/PM wordt afgebeeld wanneer [AM/PM] geselecteerd is.
Voorbereiding Menu instellen Het toestel wordt geleverd met menu’s die u de mogelijkheid bieden instellingen te maken voor het maken van beelden en deze terug te spelen precies zoals u wilt en menu’s die u de mogelijkheid bieden meer plezier te hebben met het toestel en deze met groter gemak te gebruiken. In het bijzonder, bevat het [SET-UP] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel.
Voorbereiding Menuonderdelen instellen Deze sectie beschrijft hoe de instellingen van de normale beeldfunctie te selecteren en dezelfde instelling vervolgens gebruikt kan worden voor het [AFSPELEN] menu en het [SET-UP] menu. Voorbeeld: Instelling [AF MODE] vanaf [Ø] naar [š] in de normale beeldfunctie Zet het toestel aan. A [MENU/SET] knop B [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar C [MODE] knop Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!] en druk vervolgens op [MODE].
Voorbereiding Schakel naar het [SET-UP] menu Op 2 drukken. Druk op 4 om het [SET-UP] menupictogram [ ] te kiezen. Op 1 drukken. • Kies een menuonderdeel en stel het in. Op 3/4 drukken om [AF MODE] te kiezen. • Selecteer het item helemaal onderaan en druk op 4 om naar het tweede scherm te gaan. Op 1 drukken. • Afhankelijk van het item, zou de instelling ervan niet kunnen verschijnen of zou het op een andere wijze afgebeeld kunnen worden. Op 3/4 drukken om [š] te kiezen.
Voorbereiding Gebruik van het snelle menu M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden worden. • Sommige menu-items kunnen niet ingesteld worden door de functies. • Wanneer [DISPLAY] ingedrukt wordt terwijl en terwijl [STABILISATIE] (P102) geselecteerd is, kan [O.I.S. DEMO] afgebeeld worden. Druk op [Q.MENU] en houd dit ingedrukt tijdens het opnemen. Druk op 3/4/2/1 om het menuonderdeel te kiezen en de instelling en druk dan op [MENU/SET] om het menu te sluiten.
Voorbereiding Voer deze instellingen uit indien nodig. Over het set-up Menu [KLOKINST.], [BESPARING] en [AUTO REVIEW] zijn belangrijke items. Controleer de instellingen ervan voordat u ze gebruikt. • In de Intelligente automatische functie, kunnen alleen [KLOKINST.], [WERELDTIJD], [TOON], [TAAL] en [O.I.S. DEMO] (P29) ingesteld worden. Voor details over hoe de [SET-UP] menu-instellingen geselecteerd moeten worden, P21 raadplegen. U [KLOKINST.] De datum en de tijd instellen.
Voorbereiding [LCD SCHERM] De helderheid van de LCD-monitor in 7 stappen aanpassen. Deze menu-instellingen maken het makkelijker om de LCD-monitor te zien wanneer u op plekken met helder licht bent of wanneer u het toestel hoog boven uw hoofd houdt. LCD [LCD MODE] [OFF] „ [AUTO POWER LCD]: De helderheid wordt automatisch aangepast afhankelijk van hoe helder het om het toestel heen is. … [SPANNING LCD]: De LCD-monitor wordt helderder en gemakkelijker zichtbaar tijdens het opnemen ook buiten. Å [GR.
Voorbereiding [HISTOGRAM] Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af te beelden. (P48) [OFF]/[ON] U kunt de levensduur van de batterij conserveren door deze menu’s in te stellen. Deze zal bovendien de LCD-monitor automatisch uitschakelen wanneer deze niet in gebruik is om het ontladen van de batterij te voorkomen. q [BESPARING] p [BATT. BESP.]: Het toestel wordt automatisch uitgeschakeld als het toestel niet gebruikt wordt gedurende een op de instelling geselecteerde tijdsperiode.
Voorbereiding Stel in hoeveel tijd na de opname het beeld op het scherm verschijnt. o [AUTO REVIEW] [OFF] [1SEC.] [2SEC.] [HOLD]: De beelden worden afgebeeld totdat erop een willekeurige knop gedrukt wordt. [ZOOM]: De opname verschijnt 1 seconde, wordt dan uitvergroot tot 4k en verschijnt nogmaals 1 seconde.
Voorbereiding Het USB-communicatiesysteem kiezen voordat of nadat u het toestel op uw PC of printer aansluit met de USB-kabel (bijgeleverd). x [USB MODE] y [SELECT. VERBINDING]: [PC] of [PictBridge(PTP)] kiezen als u het toestel op een PC of een printer hebt aangesloten die PictBridge verwerkt. { [PictBridge(PTP)]: Instellen na of voor het aansluiten op een printer die PictBridge verwerkt. z [PC]: Instellen na of voor het aansluiten op een PC.
Voorbereiding [FORMATEREN] Het ingebouwde geheugen of de kaart wordt geformatteerd. Het formatteren wist alle gegevens onherroepelijk, dus controleer de gegevens zorgvuldig voordat u formatteert. • Gebruikt een batterij met voldoende batterijstroom of de AC-adapter (optioneel) wanneer u formatteert. Schakel het toestel niet uit tijdens het formatteren. • Als er een kaar inzit, wordt alleen de kaart geformatteerd. Om het ingebouwde geheugen te formatteren, de kaart verwijderen.
Voorbereiding Functieschakeling Het selecteren van de [OPNAME] Functie Wanneer de [OPNAME] functie geselecteerd is, kan het toestel ingesteld worden op de Intelligente automatische functie waarin de optimale instellingen vastgesteld worden in overeenkomst met het onderwerp dat opgenomen moet worden en met de opnameomstandigheden of op de scènefunctie die u in staat stelt beelden te maken die overeenkomen met de scène die opgenomen wordt.
Voorbereiding ∫ Lijst van [OPNAME] functies ! Normale opnamefunctie (P37) De onderwerpen worden opgenomen m.b.v. uw eigen instellingen. Mijn scènefunctie (P59) De beelden worden genomen m.b.v. eerder geregistreerde opnamescènes. Û Scènefunctie (P59) Hiermee maakt u beelden die passen bij de scène die u opneemt. $ Bewegende beeldfunctie (P74) Deze functie biedt u de mogelijkheid bewegende beelden met geluid op te nemen.
Basiskennis [OPNAME] functie: ñ Basiskennis Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie) Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de opnamecondities. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners of als u de instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te maken. • De volgende functies worden automatisch geactiveerd. – Scènedetectie/[STABILISATIE]/[SLIMME ISO]/Gezichtsdetectie/Snelle AF/ [I.
Basiskennis Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. 1 • De focusaanduiding 1 (groen) gaat branden wanneer er op het onderwerp scherpgesteld is. • De AF-zone 2 wordt afgebeeld rond het gezicht van het onderwerp door de gezichtsherkenningfunctie. In andere gevallen wordt deze afgebeeld op het punt op het onderwerp waarop scherp gesteld is. • Het focusbereik is 5 cm (Breed)/30 cm (Tele) tot ¶.
Basiskennis Scènedetectie Wanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt de icoon van de scène in kwestie in het blauw gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert naar zijn gewoonlijke rode kleur. ¦ > [i-PORTRET] [i-LANDSCHAP] [i-MACRO] [i-NACHTPORTRET] • Alleen wanneer [‡] geselecteerd is [i-NACHTL. SCHAP] [i-BABY]¢ • [¦] is ingesteld als geen van de scènes van toepassing zijn en de standaardinstellingen ingesteld zijn.
Basiskennis AF-opsporingsfunctie Het is mogelijk om de focus in te stellen op het gespecificeerde onderwerp. De focus zal het onderwerp automatisch blijven volgen zelfs wanneer deze beweegt. 1 Op 3 drukken • [ ] wordt afgebeeld links bovenaan het scherm. • AF-opsporingsframe wordt afgebeeld in het midden van het scherm. • Druk weer op 3 om te annuleren. 2 Breng het onderwerp naar de AF-opsporingsframe en druk op 4 om het onderwerp te vergrendelen. • AF-opsporingsframe zal geel worden.
Basiskennis Instellingen in intelligente automatische functie • Alleen de volgende functies kunnen ingesteld worden in deze functie. [OPNAME] functiemenu – [FOTO RES.]¢ (P89)/[BURSTFUNCTIE] (P100)/[KLEURFUNCTIE]¢ (P101)/[GEZICHT HERK.] (P77) ¢ De instellingen die geselecteerd kunnen worden verschillen van wanneer andere [OPNAME] functies gebruikt worden. [SET-UP] menu – [KLOKINST.]/[WERELDTIJD]/[TOON]/[TAAL]/[O.I.S. DEMO] • De instellingen van de volgende items zijn vastgesteld.
Basiskennis [OPNAME] functie: · Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (Normale beeldfunctie) Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van het object. U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [OPNAME] menu te veranderen. Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!] en druk vervolgens op [MODE].
Basiskennis Het focussen Richt de AF-zone op het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop tot de helft in.
Basiskennis Golfstoring (camerabeweging) Wanneer de beeldbibber alert [ ] verschijnt, [STABILISATIE] (P102), een statief of de zelfontspanner (P56) gebruiken. • De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in dit geval het gebruik van een statief aan. – Langzame synchr/Reductie rode-ogeneffect – In [NACHTPORTRET], [NACHTL.
Basiskennis [OPNAME] functie: ñ· ¿n Beelden maken met de zoom Gebruik van de Optische Zoom/Gebruik van de Extra Optische Zoom (EZ)/Gebruik van de Digitale Zoom U kunt inzoomen om personen en voorwerpen dichter bij te doen lijken of uitzoomen om landschappen in brede hoek op te nemen. Om voorwerpen nog dichter [maximum van 9,1k] bij te doen lijken, de beeldgrootte niet instellen op de hoogste instelling voor elke aspectratio (X/Y/W). Nog hogere niveaus van uitvergroting zijn mogelijk wanneer [DIG.
Basiskennis • Wanneer u de zoomfunctie gebruikt, zal er een schatting verschijnen van het focusbereik samen met de staaf van de zoomafbeelding. (Voorbeeld: 0.3 m –¶) ¢ Het uitvergrotingniveau verschilt afhankelijk van [FOTO RES.] en [ASPECTRATIO] instelling.
Basiskennis [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.]) Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar A naar [(]. • Het Normaal afspelen is automatisch ingesteld in de volgende gevallen. – Waneer de functie geschakeld werd van de [OPNAME] naar [AFSPELEN]. – Wanneer het toestel aangezet werd terwijl de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar op [(] stond. Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen.
Basiskennis Meervoudige schermen afbeelden (Meervoudig terugspelen) Het zoomhendeltje op [L] (W) zetten. 1 scherm>12 schermen>30 schermen>Schermdisplay (P112) A Het aantal gekozen beelden en het totaal opgenomen beelden • Zet het zoomhendeltje naar [Z] (T) om terug te keren naar het vorige scherm. • Beelden worden niet gedraaid voor de display. • Beelden die afgebeeld worden m.b.v. [ ] kunnen niet afgespeeld worden. ∫ Om terug te keren naar normaal terugspelen 1 Op 3/4/2/1 drukken om een beeld te kiezen.
Basiskennis De terugspeelzoom gebruiken Het zoomhendeltje op [Z] (T) zetten. 1k>2k>4k>8k>16k • Wanneer u de zoomhendel naar [L] (W) draait na het uitvergroten van het beeld, wordt de vergroting lager. • Wanneer u de vergroting verandert, verschijnt de aanduiding van de zoompositie A gedurende ongeveer 1 seconde en kan de positie van de vergrootte sectie verwijderd worden door op 3/4/2/1 te drukken. • Hoe meer het beeld vergroot wordt, hoe slechter de kwaliteit ervan wordt.
Basiskennis [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden wissen Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden. • Beelden op het ingebouwde geheugen of de kaart, die afgespeeld worden zullen gewist worden. Om een enkele opname uit te wissen Selecteer het te wissen beeld en druk dan op [‚]. A [DISPLAY] knop B [‚] knop Op 2 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Om meerdere beelden (tot 50) te wissen of alle beelden te wissen Op [‚] drukken.
Basiskennis ∫ Wanneer [ALLES WISSEN] geselecteerd is met de [FAVORIETEN] (P121) instelling Het selectiescherm wordt opnieuw afgebeeld. Selecteer [ALLES WISSEN] of [ALLES WISSEN BEHALVEÜ], druk dan op 3 om [JA] te selecteren en wis de beelden. ([ALLES WISSEN BEHALVEÜ] kan niet geselecteerd worden als er geen beelden ingesteld zijn als [FAVORIETEN].) Aantekening • Het toestel niet uitschakelen terwijl u aan het wissen bent (d.w.z. terwijl [‚] afgebeeld wordt).
Gevorderd (Opname van beelden) Gevorderd (Opname van beelden) Over de LCD-monitor Druk op [DISPLAY] om te wijzigen. A LCD-monitor B [DISPLAY] knop • Wanneer het menuscherm verschijnt, wordt de [DISPLAY] knop niet geactiveerd. Tijdens de terugspeelzoomfunctie (P44), als u bewegende beelden terugspoelt (P110) en tijdens een diavoorstelling (P105), kunt u alleen kiezen tussen “Normale weergave F” of “Geen weergave H”.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Opnamerichtlijn Wanneer u het object uitlijnt op de horizontale en verticale richtlijnen of het kruispunt van deze lijnen, kunt u opnamen maken met goed ontworpen compositie door de grootte, de helling en de balans van het object te bekijken. A [ ]: Dit wordt gebruikt wanneer het hele scherm verdeeld wordt in 3k3 voor het maken van beelden met een goed gebalanceerde samenstelling.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ· ¿ Beelden maken met de ingebouwde flits A Fotoflits Deze niet met uw vinger of andere voorwerpen bedekken. Naar de geschikte flitsinstelling schakelen De flits instellen voor opnamen. Op 1 [‰] drukken. Druk op 3/4 om de functie te kiezen. • U kunt ook op 1 [‰] drukken om te selecteren. • Voor informatie over flitsinstellingen die gekozen kunnen worden, “Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties” raadplegen. (P51) Op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Opname van beelden) Onderdeel ‡: AUTO ˆ: AUTO/Rodeogenreductie¢ ‰: Vast ingesteld op AAN Š: Vast ingesteld op AAN/Rodeogenreductie¢ ‹: Langzame synchr./ Rodeogenreductie¢ Œ: Vast ingesteld op UIT Beschrijving van instellingen De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnamecondities. De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnamecondities.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Over de digitale rode-ogencorrectie Wanneer [RODE-OGENCORR] (P104) ingesteld is op [ON] en de rode-ogenreductie ([ ], [ ], [ ]) geselecteerd is, wordt er digitale rode-ogencorrectie uitgevoerd elke keer dat de flits gebruikt wordt. Het toestel spoort automatisch rode ogen op en corrigeert het beeld. (Alleen beschikbaar wanneer [AF MODE] ingesteld is op [š] en de gezichtsdetectie actief is) • Onder bepaalde omstandigheden, kan de rode ogenreductie niet gecorrigeerd worden.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Het beschikbare flitsbereik om opnamen te maken • Het beschikbare flitsbereik is een benadering. ISO-gevoeligheid Beschikbaar flitsbereik Breed Tele AUTO 30 cm tot 5,5 m 30 cm tot 3,1 m ISO80 30 cm tot 1,2 m 30 cm tot 60 cm ISO100 30 cm tot 1,3 m 30 cm tot 70 cm ISO200 40 cm tot 1,9 m 40 cm tot 1,1 m ISO400 60 cm tot 2,7 m 60 cm tot 1,5 m ISO800 80 cm tot 3,9 m 60 cm tot 2,2 m ISO1600 1,15 m tot 5,5 m 90 cm tot 3,1 m • In [H. GEVOELIGH.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Sluitertijd voor elke flitsfunctie Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.) Flitsinstelling ‡ ˆ ‹ 1/30¢1 tot 1/1300 ‰ Š Sluitertijd (Sec.) 1¢1 tot 1/1300 1 of 1/4 tot 1/1300¢2 Œ ¢1 Dit kan variëren afhankelijk van de [KORTE SLUITERT.] instelling (P99). ¢2 Wanneer Intelligente ISO ingesteld is (P91) • ¢2: De sluitertijd wordt een maximum van 1 seconde in de volgende gevallen. – Als de optische-beeldstabilisator vast is ingesteld op [OFF].
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ·n Close-up’s maken Op 4 [#] drukken. Druk op 3/4 om de functie te kiezen. Op [MENU/SET] drukken. • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten. • Het menuscherm verschijnt na ongeveer 5 seconden. Nu wordt het geselecteerde item automatisch ingesteld. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te maken.
Gevorderd (Opname van beelden) [MACRO ZOOM] U kunt een beeld maken met de digitale zoom tot 3k terwijl u de afstand tot het onderwerp voor de extreme Breed-positie behoudt [5 cm]. • Focusbereik zal 5 cm tot ¶ bedragen tijdens macrozoomfunctie ongeacht de zoompositie. B • Het zoombereik zal afgebeeld worden in blauw. (digitaal zoombereik B) • De beeldkwaliteit is slechter dan tijdens normale opname. • De macrozoomfunctie kan niet gebruikt worden wanneer [ ] in [AF MODE] ingesteld is.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ· ¿ Opnamen maken met de zelfontspanner Op 2 [ë] drukken. Druk op 3/4 om de functie te kiezen. • U kunt ook op 2 [ë] drukken om te selecteren. Op [MENU/SET] drukken. • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten. • Het menuscherm verschijnt na ongeveer 5 seconden. Nu wordt het geselecteerde item automatisch ingesteld. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te maken.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: · ¿n Belichtingscompensatie Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond. Zie de volgende voorbeelden. Onderbelicht Juiste belichting De belichting positief compenseren. Overbelicht De belichting negatief compenseren. Druk verschillende keren op 3 [È] totdat [BELICHTING] verschijnt en corrigeer de belichting met 2/1.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: · ¿ Beelden maken met Auto Bracket In deze functie, worden 3 opnamen automatisch gemaakt in het gekozen bereik van de belichtingscompensatie telkens als de ontspanknop ingedrukt wordt. U kunt het beeld met de beste belichting kiezen uit de 3 opnamen met verschillende belichtingen.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ¿ Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie) Als u een scènefunctie kiest om een opname te maken van een beeld in een bepaalde situatie zal de camera automatisch de optimale belichting instellen en aanpassen voor de gewenste opname. Het registreren van scènes in scènefunctie (Mijn scènefunctie) In [MY SCENE MODE], kunt u de scènefunctie registreren die u het vaakst gebruikt als één van de opnamefunctie.
Gevorderd (Opname van beelden) Het selecteren van de scènefunctie voor elke opname (Scènefunctie) In [SCÈNE MODE], kunt u de scènefunctie selecteren elke keer dat u een opname maakt. 1 2 In stap 2, [SCÈNE MODE] selecteren en op [MENU/SET] drukken. Op 3/4/2/1 drukken om de scènefunctie te kiezen en vervolgens op [MENU/ SET] drukken om in te stellen. • U kunt ook naar de menuschermen overschakelen in een menu-onderdeel door het zoomhendeltje te verplaatsen.
Gevorderd (Opname van beelden) [PORTRET] Wanneer u overdag beelden maakt van personen buiten, biedt deze functie de mogelijkheid deze personen er beter uit te laten zien en hun huid een gezonder uiterlijk te geven. ∫ Technieken voor portretten Deze functie doeltreffender maken: 1 Het zoomhendeltje zo ver mogelijk op Tele zetten. 2 Ga dicht bij het object staan om deze functie beter te laten werken. Aantekening • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].
Gevorderd (Opname van beelden) [ZELFPORTRET] Kies dit om een opname van uzelf te maken. ∫ Zelfportrettechnieken • Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. De zelfontspanneraanduiding begint te branden als u scherp in beeld staat. Houd de camera stil en druk de ontspanknop helemaal in om de foto te maken. • Het object is niet scherpgesteld als de zelfontspanneraanduiding knippert. Druk de ontspanknop opnieuw half in om scherp te stellen.
Gevorderd (Opname van beelden) [PANORAMA ASSIST] U kunt beelden maken met aansluitingen die geschikt zijn voor het creëren van panoramabeelden. ∫ Instellen van de opnamerichting 1 Druk op 3/4 om de opnamerichting te kiezen en druk dan op [MENU/SET]. • De horizontale/verticale richtlijn zal afgebeeld worden. 2 Maak de opname. • U kunt het beeld opnieuw maken door [NIEUW] te selecteren. 3 Op 3 drukken om [VOLG.] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Opname van beelden) [NACHTPORTRET] Hiermee kunt u opnamen maken van een persoon met een achtergrond die even helder is als in het echt. ∫ Technieken voor nachtportretten • De flits gebruiken. (U kunt instellen op [‹].) • Omdat de sluitertijd langzamer wordt, raden we het gebruik van een statief en de zelfontspanner aan voor deze opnamen. • Vraag het onderwerp niet te bewegen terwijl u een beeld maakt.
Gevorderd (Opname van beelden) [PARTY] Kies deze functie als u opnamen wilt maken op een huwelijksreceptie, een feestje binnenshuis enz. U kunt er opnamen mee maken van mensen met een heldere achtergrond. ∫ Technieken voor opnamen van feesten • De flits gebruiken. (U kunt instellen op [‹] of [Š]). • We raden het gebruik van een statief en de zelfontspanner aan voor deze opnamen. • We raden aan het zoomhendeltje op Breed (1k) te zetten en ongeveer 1,5 m van het object af te staan wanneer u opnamen maakt.
Gevorderd (Opname van beelden) [BABY1]/[BABY2] Met deze functie kunt u opnamen maken van een baby met een mooi huidkleurtje. Als u de flits gebruikt, is het licht van de flits zwakker dan anders. Voor [BABY1] en [BABY2] kunnen verschillende geboortedata en namen worden ingesteld. U kunt kiezen of u deze tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de gemaakte opname wilt laten afdrukken met [TEKST AFDR.] (P115).
Gevorderd (Opname van beelden) [HUISDIER] Kies dit als u opnamen wil maken van een huisdier zoals een hond of een kat. U kunt de geboortedatum en naam van uw huisdier instellen. U kunt kiezen of u deze tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de gemaakte opname wilt laten afdrukken met [TEKST AFDR.] (P115). Voor informatie over [LEEFTIJD] of [NAAM], [BABY1]/[BABY2] op P66 raadplegen. Aantekening • De begininstelling voor de AF-lamp is [OFF]. • De begininstelling voor [AF MODE] is [ ].
Gevorderd (Opname van beelden) [HI-SPEED BURST] Dit is een handige manier om snelle bewegingen of een beslissend ogenblik vast te leggen. ∫ Beeldresolutie en aspectratio 1 2 3 Druk op 3/4 om [SNELHEID VOORKEUR of [BEELD VOORKEUR] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen. Op 3/4 drukken om de beeldresolutie en aspectratio te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken om in te stellen. • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte. Beelden maken.
Gevorderd (Opname van beelden) [FLITS-BURST] Stilstaande beelden worden continu gemaakt met flits. Dit is handig om continue stilstaande beelden te maken op donkere plekken. ∫ Beeldresolutie en aspectratio 1 Druk op 3/4 om de beeldgrootte en aspectgrootte te selecteren en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen. • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte. 2 Beelden maken. • Stilstaande beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop helemaal ingedrukt is.
Gevorderd (Opname van beelden) [STERRENHEMEL] Met deze functie kunt u levendige opnamen maken van een sterrenhemel of een donker voorwerp. ∫ De sluitertijd instellen Kies een sluitertijd van [15 SEC.], [30 SEC.] of [60 SEC.]. 1 Druk op 3/4 om het aantal seconden te selecteren en druk dan op [MENU/ SET]. • Het is ook mogelijk om het aantal seconden te veranderen m.b.v. het snelle menu. (P23) 2 Beelden maken. • Druk de ontspanknop helemaal in om het aftelscherm af te beelden.
Gevorderd (Opname van beelden) [STRAND] Hiermee kunt u levendige opnamen maken van de blauwe kleur van de zee of de hemel enz. Het voorkomt ook onderbelichting van mensen in te sterk zonlicht. Aantekening • De startinstelling voor [AF MODE] is [š]. • Raak de camera niet aan met natte handen. • Zand of zeewater kunnen de camera beschadigen. Laat geen zand of zeewater in de lens of op de aansluitingen komen.
Gevorderd (Opname van beelden) [SPELDENPRIK] Beeld wordt donkerder gemaakt en met zachte focus rond de onderwerpen. ∫ Beeldresolutie en aspectratio 1 Druk op 3/4 om de beeldgrootte en aspectgrootte te selecteren en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen. • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte. 2 Beelden maken. Aantekening • [KWALITEIT] is automatisch vastgesteld op [›]. • U kunt opnamen maken voor 4qk6q/10k15 cm prints. • Het focusbereik is 5 cm (Breed)/30 cm (Tele) tot ¶.
Gevorderd (Opname van beelden) [HOGE DYNAMIEK] U kunt deze functie gebruiken om gemakkelijk beelden te maken waarin heldere en donkere regio’s van de scène uitgedrukt worden met gepaste helderheid wanneer u in de zon kijkt, ‘s nachts of in soortgelijke omstandigheden. ∫ Het effect instellen 1 Druk op 3/4 om het te gebruiken effect te kiezen en dan op [MENU/SET]. • Deze kan ingesteld worden vanaf het snelle menu (P23).
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: n Gevorderd (Opname van beelden) Bewegende beelden Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!] en druk vervolgens op [MODE]. Op 3/4 drukken om [BEWEGEND BEELD] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Druk de opspanknop half in om scherp te stellen en druk hem dan helemaal in om beelden te maken. A Geluidsopname • De beschikbare opnametijd B verschijnt op het display rechts boven en de voorbije opnametijd C staat onderaan rechts.
Gevorderd (Opname van beelden) Het veranderen van de instellingen voor de opnamekwaliteit • Wanneer u de opnamekwaliteit instelt op [ ], [ ] of [ ], raden we het gebruik aan van een hoge-snelheidskaart met “10MB/s” of groter aangegeven op de verpakking. Op [MENU/SET] drukken. Op 3/4 drukken om [OPN. KWALITEIT] te kiezen en vervolgens op 1 drukken. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Opname van beelden) Aantekening • De flitsinstelling wordt vastgesteld op [Œ]. • P165 raadplegen voor informatie over de beschikbare opnametijd. • De beschikbare opnametijd die afgebeeld wordt op het scherm zou niet op regelmatige wijze af kunnen lopen. • Afhankelijk van het type kaart, kan de kaartaanduiding even verschijnen na het maken van bewegende beelden. Dit is geen storing.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ· ¿ Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie Gezichtsdetectie is een functie die een gezicht vindt dat op een geregistreerd gezicht lijkt en het scherpstellen en de belichting automatisch prioriteit geeft. Zelfs als de persoon geplaatst is zich enigszins op de achtergrond bevindt of aan het uiteinde van een rij op een groepsfoto staat, kan het toestel toch een duidelijk beeld maken. Om de gezichtsdetectiefunctie te gebruiken, de [GEZICHT HERK.
Gevorderd (Opname van beelden) Gezichtsinstellingen U kunt informatie registreren zoals namen en verjaardagen voor gezichtsbeelden van maximaal 6 personen. De registratie kan vergemakkelijkt worden door het maken van meerdere gezichtsbeelden van elk persoon.
Gevorderd (Opname van beelden) Het registreren van gezichtsbeeld van een nieuw persoon Druk op [GEZICHT HERK.] op het [OPNAME] functiemenu en druk vervolgens op 1. (P21) Op 3/4 drukken om [MEMORY] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Als er al 6 personen geregistreerd zijn, zal de lijst van geregistreerde personen verschijnen. Druk op 3/4/2/1 om de persoon te selecteren die vervangen moet worden en druk op [MENU/SET]. De informatie van de persoon die vervangen is zal gewist worden.
Gevorderd (Opname van beelden) Onderdeel [NAAM] Beschrijving van instellingen Het is mogelijk namen te registreren. 1 Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/SET]. 2 De naam invoeren. • Voor details over hoe karakters in te voeren, de [TITEL BEW.] sectie lezen opP113. [PRIORITEIT] De focus en belichting worden met voorkeur afgesteld voor gezichten met hogere prioriteit. Op 3/4/2/1 drukken om de prioriteit te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Opname van beelden) De informatie veranderen voor een geregistreerd persoon U kunt een beeld toevoegen aan de informatie van de geregistreerde personen, de beelden die al geregistreerd zijn en informatie zoals namen vervangen of wissen en prioriteit registreren. 1 2 3 4 5 Selecteer [GEZICHT HERK.] van het [OPNAME] Functiemenu en druk vervolgens op 1. (P21) Druk op 4 om [SET] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]. Op 3 drukken om [BEWERKEN] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Opname van beelden) Automatische Registratie Wanneer [AUTOM. REGISTR.] ingesteld is op [ON] in stap 3 van “De informatie veranderen voor een geregistreerd persoon” (P81) terwijl [GEZICHT HERK.] in het [OPNAME] Functiemenu ingesteld is op [ON], Functiemenu ingesteld is op [ON], zal het registratiescherm automatisch verschijnen na het maken van een beeld van een gezicht dat er op veel verschillen manieren uit kan zien. • Registratiescherm wordt na ongeveer 3 beelden afgebeeld.
Gevorderd (Opname van beelden) Gevoeligheid Het veranderen van de gevoeligheid van de Gezichtsdetectie. 1 2 3 4 Selecteer [GEZICHT HERK.] van het [OPNAME] Functiemenu en druk vervolgens op 1. (P21) Op 4 drukken om [SET] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Op 4 drukken om [GEVOELIGHEID] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Druk op 3/4 om [HOOG] of [LAAG] te kiezen en dan op [MENU/SET]. Onderdeel 5 Beschrijving van instellingen [HOOG] Instellen wanneer herkenning moeilijk is.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ· ¿n Nuttige functies op reisbestemmingen De dag van uw vakantie opslaan waarop u de foto maakt Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P21 raadplegen. Als u de vertrekdatum of de reisbestemming van de vakantie vooraf instelt, wordt het aantal dagen dat voorbij is sinds de vertrekdatum (welke dag van de vakantie het is) opgenomen wanneer u het beeld maakt.
Gevorderd (Opname van beelden) Op 3/4/2/1 drukken om de aankomstdatum (jaar/ maand/dag) in te stellen, en druk dan op [MENU/ SET]. • Als u de einddatum niet wil instellen, drukt u op [MENU/SET] terwijl de datumbalk op het scherm staat. Op 4 drukken om [LOCATIE] te kiezen en vervolgens op 1 drukken. Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/ SET]. De locatie invoeren. • Voor details over hoe karakters in te voeren, de [TITEL BEW.] sectie lezen op P113.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ De vertrekdatum wissen De reisdatum wordt automatisch geannuleerd als de huidige datum na de terugkomstdatum is. Als u de reisdatum wilt annuleren vóór het einde van de vakantie, [OFF] selecteren op het scherm dat getoond wordt in stap 3 of 7 en vervolgens twee maal op [MENU/SET] drukken. Als de [REIS-SETUP] ingesteld is op [OFF] in stap 3, zal [LOCATIE] ook ingesteld worden op [OFF].
Gevorderd (Opname van beelden) Opnamedata/Tijden op Overzeese Reisbestemmingen (Wereldtijd) Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P21 raadplegen. U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de beelden die u maakt. • Kies [KLOKINST.] om de huidige datum en tijd op voorhand in te stellen. (P18) Selecteer [WERELDTIJD] vanuit het [SET-UP] menu en druk vervolgens op 1.
Gevorderd (Opname van beelden) Op 3 drukken om [BESTEMMING] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. C Afhankelijk van de instelling verschijnt de tijd in uw vakantiebestemmingsgebied of uw eigen woongebied op het scherm. Druk op 2/1 om de zone te selecteren van uw reisbestemming en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen. C D E D Huidige tijd van het bestemmingsgebied E Tijdsverschil • Als de daglichtbesparingstijd [ ] gebruikt wordt op de reisbestemming, op 3drukken.
Gevorderd (Opname van beelden) Het functiemenu [OPNAME] gebruiken [FOTO RES.] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Stel het aantal pixels in. Hoe hoger het aantal pixels, hoe fijner het detail van de beelden zal blijken zelfs wanneer ze afgedrukt worden op grote vellen. Toepasbare functies: ñ· ¿ ∫ Aspectratio [X]. ¢ Dit item kan niet ingesteld worden in de intelligente automatische functie.
Gevorderd (Opname van beelden) Aantekening • “EZ” is een afkorting van “Extra optical Zoom”. • Een digitaal beeld is opgemaakt uit talrijke punten die pixels heten. Hoe groter het aantal pixels, hoe fijner het beeld zal zijn wanneer deze afgedrukt wordt op een groot stuk papier of afgebeeld wordt op een PC monitor. A Heel veel pixels (Fijn) B Weinig pixels (Grof) ¢ Deze opnamen zijn voorbeelden van dit effect. • Als u de aspectratio verandert, de beeldgrootte opnieuw instellen.
Gevorderd (Opname van beelden) [ASPECTRATIO] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Dit biedt u de mogelijkheid de aspectratio van de beelden te kiezen die het best bij het afdrukken of het terugspelen past. Toepasbare functies: · ¿ [X]: [ASPECTRATIO] van een 4:3 TV [Y]: [ASPECTRATIO] van een 35 mm filmcamera [W]: [ASPECTRATIO] van een hoge-definitie TV, enz.
Gevorderd (Opname van beelden) [GEVOELIGHEID] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Dit laat het aan de gevoeligheid voor licht (ISO-gevoeligheid) toe ingesteld te worden. Het instellen op een hoger figuur, staat u in staat ook op donkere plekken beelden te maken zonder dat de beelden donker worden.
Gevorderd (Opname van beelden) [WITBALANS] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ De witbalans fijn afstellen [ ] U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone witbalans. • Stel de witbalans in op [V]/[Ð]/[î]/[Ñ]/[Ò]. 1 Druk op 3 [È], meerdere keren, totdat [WB INSTELLEN] verschijnt en druk dan op 2/1 om de witbalans fijn in te stellen. 2 2 [ROOD]: Indrukken wanneer de tint blauwachtig is. 1 [BLAUW]: Indrukken wanneer de tint roodachtig is. • Kies [0] om de oorspronkelijke witbalans weer in te stellen.
Gevorderd (Opname van beelden) [GEZICHT HERK.] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Specificeer het gezicht van een persoon en gebruik de functies van de gezichtsdetectie. Toepasbare functies: ñ· [OFF]/[ON]/[MEMORY]/[SET] ¿ Aantekening • Raadpleeg P77 voor details. [AF MODE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te selecteren onderwerpen past.
Gevorderd (Opname van beelden) Aantekening • Het toestel is aan het scherpstellen op alle AF-zones wanneer meervoudige AF-zones (max. 11 zones) tegelijkertijd gaan branden in [ ]. Als u de focuspositie wilt bepalen om beelden te maken, de AF-functie naar [ƒ], [Ø] of [Ù] schakelen. • Als de AF-functie ingesteld is op [ ], wordt de AF-zone niet afgebeeld totdat er op het beeld scherpgesteld wordt. • De AF-functie naar [ƒ] of [Ø] schakelen als het moeilijk is scherp te stellen met behulp van [Ù].
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Over [ƒ] [1-zone-focussing (hoge snelheid)] • U kunt sneller scherpstellen op het object dan in de andere AF-functies. • Het beeld kan even stoppen met bewegen voordat er scherpgesteld wordt wanneer u de ontspanknop tot de helft indrukt. Dit is geen storing. ∫ Opzetten van [ 1 ] (AF-opsporing) Breng het onderwerp naar de AF-opsporingsframe en druk op 4 om het onderwerp te vergrendelen.
Gevorderd (Opname van beelden) [PRE AF] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Het toestel zal de focus automatisch afstellen afhankelijk van de instellingen. Toepasbare functies: · ¿ [OFF]: [ ]: Snelle AF [ ] wordt afgebeeld op het scherm. [ ]: Continu AF [ ] wordt afgebeeld op het scherm. Over [ ] en [ ] [ ] zal de focus automatisch afstellen wanneer de beeldbibber van het toestel klein wordt. [ ] zal de focus ten aller tijden afstellen (continue AF-operatie).
Gevorderd (Opname van beelden) [I. EXPOSURE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Contrast en belichting zullen automatisch aangepast worden wanneer er een groot verschil is in helderheid tussen de achtergrond en het onderwerp, om het beeld dichtbij te brengen naar hoe u ziet. Toepasbare functies: ·n [OFF]/[ON] Aantekening ] afgebeeld op het scherm.
Gevorderd (Opname van beelden) [BURSTFUNCTIE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt. Selecteer de beelden die u echt mooi vindt tussen alle beelden die u gemaakt hebt. Toepasbare functies: ñ· [OFF], [˜] ¿ Ongeveer 2,3¢ Burstsnelheid (opnamen/seconde) Aantal opnamen A max. 3 › max. 5 ¢ De burstsnelheid is constant dezelfde ongeacht de transfersnelheid van de kaart.
Gevorderd (Opname van beelden) [DIG. ZOOM] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Deze kan onderwerpen nog meer uitvergroten dan de optische zoom of extra optische zoom. Toepasbare functies: · ¿ [OFF]/[ON] Aantekening • P40 raadplegen voor gedetailleerde informatie. • Als het toestel schudden (beeldbibber) een probleem is tijdens het zoomen, wordt het aangeraden dat [STABILISATIE] ingesteld wordt op [AUTO] of [MODE1]. • De instelling is vastgesteld op [ON] in macro-zoomfunctie. • [DIG.
Gevorderd (Opname van beelden) [STABILISATIE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Met behulp van deze functies, wordt golfstoring tijdens het maken van beelden opgespoord, en compenseert het toestel automatisch de golfstoring, het mogelijk makend golfstoringvrije beelden te maken. Toepasbare functies: · ¿ [OFF] [AUTO]: De optimum beeldbibber-compensatie is geselecteerd afhankelijk van de omstandigheid. [MODE1]: Golfstoring wordt altijd gecompenseerd tijdens [OPNAME] functie.
Gevorderd (Opname van beelden) [AUDIO OPNAME] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Geluid kan tegelijk opgenomen worden met het beeld. U kunt de conversatie tijdens het filmen of de situatie als een memo opnemen. Toepasbare functies: · ¿ [OFF]: Er zal geen geluid opgenomen worden. [ON]: [B] wordt afgebeeld op het scherm. Het geluid zal opgenomen worden zo snel als het beeld opgenomen wordt.
Gevorderd (Opname van beelden) [AF ASS. LAMP] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P21 raadplegen. Het object verlichten maakt het makkelijker scherp te stellen wanneer u bij weinig licht aan het opnemen bent en scherp wilt stellen, wat moeilijk is bij weinig licht. Toepasbare functies: · ¿ [OFF]: De AF-lamp gaat niet aan. [ON]: Wanneer u beelden maakt op donkere plekken, zal de AF-assistentielamp branden terwijl de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. (Grotere AF-zones worden nu afgebeeld.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Gevorderd (Terugspelen) Beeld in Opeenvolging Afspelen (Diavoorstelling) U kunt de beelden afspelen die u gemaakt heeft in synchronisatie met muziek en u kunt dit doen in opeenvolging terwijl u een vastgestelde pauze laat tussen elk van de beelden. U kunt tevens een diavoorstelling samenstellen die opgemaakt is uit alleen stilstaande beelden, alleen bewegende beelden, alleen beelden van een bepaalde categorie of alleen favorieten.
Gevorderd (Terugspelen) Wanneer of [CATEGORIESELECTIE] geselecteerd is in stap 4 Druk op 3/4/2/1 om de categorie te selecteren die u terug wilt spelen en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen. • Voor details over categorieën, verwijzen naar P108. Op 3 drukken om [START] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Druk op 4 om de diavoorstelling te eindigen. • Normaal afspelen wordt hernomen nadat de diavoorstelling eindigt.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ De diavoorstellinginstellingen veranderen U kunt de instellingen veranderen voor afspelen van diavoorstelling door [EFFECT] of [SET-UP] te selecteren op het diavoorstellingmenuscherm. [EFFECT] Dit beidt u de mogelijkheid de schermeffecten of muziekeffecten te selecteren wanneer u van het ene beeld naar het andere beeld overschakelt. [NATURAL], [SLOW], [SWING], [URBAN], [OFF], [AUTO] • Wanneer [URBAN] geselecteerd is, kan het beeld in zwart en wit verschijnen als een schermeffect.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden Selecteren en deze Afspelen ([CATEGOR. AFSP.]/[FAVORIET AFSP.]) [CATEGOR. AFSP.] Deze functie biedt u de mogelijkheid beelden te zoeken per scènefunctie of andere categorieën (zoals [PORTRET], [LANDSCHAP] of [NACHTL. SCHAP]) en beelden te sorteren naar elk van de categorieën. U kunt dan de beelden in elke categorie terugspelen. Voer stappen 1 en 2 op pagina 105 uit. Op 3/4 drukken om [CATEGOR. AFSP.] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken .
Gevorderd (Terugspelen) [CATEGORIE] Opname-informatie bijv. scènefuncties [CATEGORIE] [GEZICHT HERK.]¢1 * [PORTRET], [i-PORTRET], [GAVE HUID], [TRANSFORMEREN], [ZELFPORTRET], [NACHTPORTRET], [i-NACHTPORTRET], [BABY1]/[BABY2], [i-BABY] , [LANDSCHAP], [i-LANDSCHAP], [ZONSONDERG.], [LUCHTFOTO] . [NACHTPORTRET], [i-NACHTPORTRET], [NACHTL. SCHAP], [i-NACHTL. SCHAP], [STERRENHEMEL] Opname-informatie bijv.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Bewegende beelden terugspelen/Beelden met geluid Bewegende beelden Op 2/1 drukken om een beeld te selecteren met een bewegend beeldicoon (zoals [ ]), en vervolgens op 3 drukken om terug te spelen. C B A De tijd voor opnamen van bewegende beelden B Pictogram voor opname van bewegende beelden C Icoon bewegend beeld afspelen • Nadat het afspelen start, wordt de verstreken afspeeltijd rechts bovenaan het scherm afgebeeld.
Gevorderd (Terugspelen) Beelden met geluid Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen met het geluidspictogram [ ] en vervolgens op 3 drukken om het beeld met geluid terug te spelen. A A Geluidsicoon • Lees [AUDIO OPNAME] (P103) en [AUDIO DUB.] (P125) voor informatie over hoe u niet bewegende opnamen maakt met geluid. Aantekening • U kunt het geluid horen uit de speaker. Lees [VOLUME] (P24) voor informatie over hoe u het volume regelt in het [SET-UP] menu.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Het functiemenu [AFSPELEN] gebruiken U kunt verschillende functies gebruiken in terugspeelfunctie om opnamen terug te spoelen, de beveiliging in te stellen voor deze opnamen, enz. • Met [TEKST AFDR.], [NW. RS.], [BIJSNIJD.] of [LEVELING] wordt er een nieuw bewerkt beeld gecreëerd.
Gevorderd (Terugspelen) [TITEL BEW.] U kunt tekst (commentaar) aan de beelden toevoegen. Nadat er tekst geregistreerd is, kan dit in de afdrukken gezet worden m.b.v. [TEKST AFDR.] (P115). (Er kunnen alleen alfabetische tekens en symbolen ingevoerd worden.) Namen ingesteld in [BABY1]/[BABY2] en [HUISDIER] in scènefunctie of [LOCATIE] in reisdatum worden ook opgenomen als titels. Selecteer [TITEL BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ De titel wissen [ENKEL] instelling 1 In stap 4, alle tekst wissen, [EXIT] selecteren en op [MENU/SET] drukken. 2 Op [‚] drukken. 3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten. [MULTI] instelling 1 Selecteer [EXIT] zonder tekst in te voeren in stap 4 en druk vervolgens op [MENU/SET]. 2 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten. Aantekening • Er kan ook door de tekst heen gelopen worden als niet alle geregistreerde tekst op het scherm past.
Gevorderd (Terugspelen) [TEKST AFDR.] U kunt de opnamedatum/-tijd, jaar, reisdatum of titel afdrukken op de opgenomen beelden. Dit gaat voor printen van normale afmetingen. (Beelden met een afmeting groter dan [ ] worden verkleind als u de datum enz. erop wil laten afdrukken.) Selecteer [TEKST AFDR.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Selecteer het beeld en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen.
Gevorderd (Terugspelen) Op [MENU/SET] drukken. • Als u [TEKST AFDR.] instelt voor een opname met een grotere beeldresolutie dan [ ] wordt de beeldresolutie kleiner dan wat u hieronder ziet. Aspectratio instellen Beeldgrootte / X / > Y / / > W • Het beeld iets grover. / / > Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • De melding [NIEUWE FOTO’S OPSLAAN?] verschijnt als het beeld is opgenomen met een beeldresolutie van [ minder.
Gevorderd (Terugspelen) [NW. RS.] De beeldgrootte (aantal pixels) reduceren We raden aan van nieuwe grootte te voorzien, namelijk [ ] als u een foto met een e-mail wilt meesturen of deze wilt gebruiken op een website. (Beelden die ingesteld zijn op het minimum aantal pixels voor [ASPECTRATIO] kunnen niet verder in grootte gereduceerd worden.) Selecteer [NW. RS.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Terugspelen) [BIJSNIJD.] U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen. Selecteer [BIJSNIJD.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk vervolgens op [MENU/SET]. Gebruik de zoomhendel en druk op 3/4/2/1 om de af te werken delen te selecteren. Reductie Zoomhendel (T): Vergroting Zoomhendeltje (W): Reductie 3/4/2/1: Verplaatsen Vergroting () De positie verplaatsen () Op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Terugspelen) [LEVELING] Enigszins kantelen van het beeld kan afgesteld worden. Selecteer [LEVELING] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk vervolgens op [MENU/SET]. Druk op 2/1 om de kanteling bij te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET]. 1: met de klok mee 2: tegen de klok in • Tot 2 o kan afgesteld worden. Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Druk op [‚] om terug te gaan naar het menuscherm.
Gevorderd (Terugspelen) [LCD ROTEREN] Deze stand biedt u de mogelijkheid automatisch beelden verticaal af te beelden als deze gemaakt zijn met het toestel verticaal gehouden. Selecteer [LCD ROTEREN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Op 4 drukken om [ON] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • De opnamen worden afgebeeld zonder gedraaid te worden wanneer u [OFF] kiest. • Lees P42 voor informatie over hoe u beelden terug kunt spelen. Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
Gevorderd (Terugspelen) [FAVORIETEN] U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze ingesteld zijn als favorieten. • Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([FAVORIET AFSP.]) • De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen. • Alle beelden wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([ALLES WISSEN BEHALVEÜ]) Selecteer [FAVORIETEN] op het [AFSPELEN] functiemenu.
Gevorderd (Terugspelen) [PRINT INST.] DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ Alle [PRINT INST.] instellingen annuleren 1 [ANNUL] op het scherm dat getoond wordt in stap 2 kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 2 Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten. • U kunt [ANNUL] niet selecteren als er geen enkel beeld ingesteld is voor afdrukken.
Gevorderd (Terugspelen) [BEVEILIGEN] U kunt een beveiliging instellen voor opnamen waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk gewist kunnen worden. Selecteer [BEVEILIGEN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. [ENKEL] Selecteer het beeld en vervolgens op [MENU/SET] drukken. [MULTI] Wanneer [MULTI] geselecteerd is • Deze stappen herhalen voor elk beeld.
Gevorderd (Terugspelen) [AUDIO DUB.] U kunt geluid toevoegen nadat u een beeld gemaakt heeft. Selecteer [AUDIO DUB.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken om de geluidsopname te starten. • De melding [AUDIOGEGEVENS OVERSCHRIJVEN ?] verschijnt als u al geluid hebt opgenomen. Druk op 3 om [JA] te kiezen en dan op [MENU/SET] om de geluidsopname te starten. (De opname wordt over de vorige geluidsopname geschreven.
Gevorderd (Terugspelen) [GEZ.HERK. BEW.] U kunt de informatie m.b.t. de Gezichtsdetectie wissen of veranderen voor het geselecteerde beeld. Selecteer [GEZ.HERK. BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Op 3/4 drukken om [REPLACE] of [DELETE] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan op [MENU/SET] drukken. • U kunt geen beelden selecteren waarvoor de informatie van Gezichtsdetectie niet geregistreerd is.
Gevorderd (Terugspelen) [KOPIE] U kunt de gegevens van de beelden de u gemaakt hebt kopiëren van het ingebouwde geheugen naar een kaart of van een kaart naar het ingebouwde geheugen. Selecteer [KOPIE] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P21) Op 3/4 drukken om het menu-onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. : Alle beeldgegevens die in het ingebouwde geheugen zijn opgeslagen, worden in één keer gekopieerd op de kaart. > stap 4.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiten op andere apparatuur Aansluiting op de PC U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden. • U kunt de beelden die u heeft geïmporteerd gemakkelijk afdrukken of versturen. Het gebruik van de “PHOTOfunSTUDIO” bijbehorende software op de CD-ROM (meegeleverd) is een handige manier om dit te doen.
Aansluiten op andere apparatuur Op 3/4 drukken om [PC] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Als [USB MODE] (P28) van te voren ingesteld is op [PC] in het [SET-UP] menu, zal het toestel automatisch verbonden worden aan de PC zonder het [USB MODE] selectiescherm af te beelden. Dit is handig omdat deze niet elke keer dat u de PC verbindt ingesteld hoeft te worden.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ De USB-aansluitingskabel veilig losmaken • Ga over tot de verwijdering van de hardware m.b.v. “Veilig Hardware Verwijderen” op het opdrachtblad van de PC. Als de icoon niet afgebeeld wordt, controleren dat [TOEGANG] niet afgebeeld is op de LCD-monitor van het digitale toestel voordat u de hardware verwijdert. Aantekening • Zet het toestel uit voordat u de AC-adapter vast of loskoppelt (optioneel).
Aansluiten op andere apparatuur Beelden afdrukken Als u het toestel verbindt aan een printer die PictBridge verdraagt, kunt u de af te drukken beelden selecteren en aangeven dat het afdrukken gestart moet worden op de LCD-monitor van het toestel. Voorbereiding: Het toestel en de printer aanzetten. Verwijder de kaart voordat u de beelden afdrukt in het ingebouwde geheugen. Voer de instelling van de afdrukkwaliteit en andere instellingen uit op de printer voordat u de beelden afdrukt.
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Geen andere USB-verbindingkabels gebruiken dan de meegeleverde USB-verbindingkabel. Gebruik van andere kabels dan de meegeleverde USB-verbindingkabel zou storing kunnen veroorzaken. • Zet het toestel uit voordat u de AC-adapter vast of loskoppelt (optioneel). • Voordat u er een kaart indoet of uithaalt, het toestel uitzetten, en de USB-verbindingskabel loskoppelen.
Aansluiten op andere apparatuur Meerdere beelden kiezen en uitprinten Op 3 drukken Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Als het scherm van de afdrukcontrole verschenen is, [JA] PictBridge MULTI SELECTEREN ALLES SELECTEREN PRINT INST. (DPOF) FAVORIETEN selecteren en de beelden afdrukken. ANNUL Onderdeel SELEC INST. MENU Beschrijving van instellingen [MULTI SELECTEREN] Meerdere beelden tegelijkertijd worden nu afgedrukt.
Aansluiten op andere apparatuur Printinstellingen Selecteer de items en stel deze zowel op het scherm in stap 2 van de “Een beeld kiezen en uitprinten” als in stap 3 van de “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” procedures in. • Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een MULTI SELECTEREN PRINT START PRINT MET DAT.
Aansluiten op andere apparatuur [PAPIERAFMETING] Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. [L/3.5qk5q] 89 mmk127 mm [2L/5qk7q] 127 mmk178 mm [POSTCARD] 100 mmk148 mm [16:9] 101,6 mmk180,6 mm [A4] 210 mmk297 mm [A3] 297 mmk420 mm [10k15cm] 100 mmk150 mm [4qk6q] 101,6 mmk152,4 mm [8qk10q] 203,2 mmk254 mm [LETTER] 216 mmk279,4 mm [CARD SIZE] 54 mmk85,6 mm • Papiermaten die niet verdragen worden door de printer zullen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur [LAY-OUT PAGINA] (Paginaopmaken die ingesteld kunnen worden met dit toestel) Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. á 1 beeld zonder frame op 1 pagina â 1 beeld met een frame op 1 pagina ã 2 beelden op 1 pagina ä 4 beelden op 1 pagina • U kunt geen enkel onderdeel kiezen als de paginaopmaak niet verwerkt kan worden door de printer.
Aansluiten op andere apparatuur [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden terugspelen op een TV-scherm Opnamen terugspelen met de AV-kabel (bijgeleverd) Voorbereiding: [TV-ASPECT] instellen. (P28) Schakel het toestel en de televisie uit. 1 Geel: naar de videoaansluiting 2 Wit: naar de geluidsaansluiting A De markeringen uitlijnen en erin doen. B AV-kabel (bijgeleverd) • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
Aansluiten op andere apparatuur Opnamen terugspelen op een TV met een slot voor een SD-geheugenkaart Stilstaande opnamen die gemaakt zijn met een SD-geheugenkaart kunnen teruggespeeld worden op een TV met een SD-geheugenkaartslot. Aantekening • Afhankelijk van het TV-model kunnen de opnamen misschien niet afgespeeld worden op het hele scherm. • Bewegende beelden kunnen niet teruggespeeld worden. Om bewegende beelden terug te spelen, het toestel op de TV aansluiten met de AV-kabel (bijgeleverd).
Aansluiten op andere apparatuur Afspelen op de TV met component aansluiting U kunt beelden en bewegingen op de TV van hoge kwaliteit genieten door het toestel aan te sluiten op de TV m.b.v. Componentaansluiting verbindende componentkabel (DMW-HDC2: optioneel). Componentoutput wordt uitgegeven als 1080i. Verbinden met een TV die compatibel is met de 1080i. Voorbereiding: Schakel het toestel en de televisie uit. AUDIO L R #WFKQ 4 #WFKQ .
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Afhankelijk van de [ASPECTRATIO], zouden er stroken afgebeeld kunnen worden bovenaan en onderaan of links en rechts van de beelden. • Nooit andere kabels gebruiken dan originele Panasonic componentkabels (DMW-HDC2; optioneel). • Audio zal uitgegeven worden als monauraal. • Als u een beeld verticaal terugspeelt, kan het wazig zijn. • Het beeld wordt niet afgebeeld op de LCD-monitor wanneer de componentkabel verbonden is.
Overige Overige Schermdisplay ∫ In Opname Opnemen met de normale opnamefunctie [!] (Begininstelling) 1 Opnamefunctie 2 Flitsfunctie (P49) 3 AF-zone (P38) 4 Focus (P38) 5 Beeldgrootte (P89) 6 Kwaliteit (P90) 7 Batterij-aanduiding (P12) 8 Aantal opnamen (P161) 9 Ingebouwd geheugen (P16) F3.
Overige ∫ Tijdens de opname (na het instellen) 15 AF-opsporing (P97) : AF-macrofunctie (P54) : Macro-zoomfunctie (P55) 16 Witbalans (P93) 17 ISO-gevoeligheid (P92) maximum niveau ISO-gevoeligheid (P91) 18 Kleurfunctie (P101) 19 Opnamekwaliteit (P75, 90) 20 Beschikbare opnametijd (P74): R8m30s 21 AF-Puntzone (P95) 22 Naam¢1 (P66) 23 Histogram (P48) 24 Reisdatum (P84) 25 Verstreken opnametijd (P74) AF-opsporingoperatie (P35, 97) : Intelligente ISO (P91) 26 Huidige datum en tijd/“: Reisdatum ingesteld¢2 (P87)
Overige ∫ In Terugspelen 1 Terugspeelfunctie (P42) 2 Beveiligd beeld (P124) 3 Favorieten (P121) 4 Afgedrukt met tekstaanduiding (P115) 1/5 1 5 Beeldgrootte (P89) Pictogram voor opname van bewegende beelden (P110) 6 Kwaliteit (P90) 7 Batterij-aanduiding (P12) 10:00 1.DEC.
Overige Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik Wat u wel en niet moet doen met dit toestel Laat het toestel niet vallen, klop er niet mee en oefen er geen zware kracht op uit. • Erop letten de tas/hoes waar het toestel inzit nergens tegen aan te stoten en niet te laten vallen aangezien dit schade zou kunnen opleveren aan het toestel, de lens of de LCD-monitor. • Geen andere spullen aan de handriem hangen die bij het toestel wordt geleverd.
Overige Schoonmaken Voordat u het toestel schoonmaakt, de batterij verwijderen of de stekker uit het stopcontact trekken. Vervolgens het toestel schoonvegen met een droge zachte doek. • Wanneer het toestel vuil is, kan het schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven met een uitgewrongen natte doek en vervolgens met een droge doek. • Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zoals benzeen, verdunner, alcohol, keukenschoonmaakmiddelen, enz.
Overige Batterij De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang mee. Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik. • Steek de batterij in de meegeleverde batterijhouder (meegeleverd). Als u de batterijen per ongeluk laat vallen, controleert u of de batterijen en de aansluitingen beschadigd zijn.
Overige Kaart De kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur bewaren, waar makkelijk elektromagnetische golven of statische elektriciteit opgewekt kunnen worden, of op plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht. De kaart niet plooien of laten vallen. • De kaart kan beschadigd worden of de opgenomen inhoud zou beschadigd of uitgewist kunnen worden. • De kaart in de kaarthoes of het zakje doen na gebruik en wanneer u de kaart opslaat of vervoert.
Overige Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode • De batterij op een koele en droge plaats opbergen met een relatief stabiele temperatuur: [Aanbevolen temperatuur: 15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40% tot 60%] • De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen. • Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.
Overige Waarschuwingen op het scherm Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen. De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven. [GEHEUGENKAART VERGRENDELD] > De Schrijfbeveiliging op de SD-geheugenkaart en de SDHC-geheugenkaart staat op [LOCK]. Verschuif de schakelaar terug om deze te ontgrendelen. (P17) [GEEN JUISTE FOTO OM WEER TE GEVEN] > Een beeld opnemen of een kaart in het toestel doen met een opgenomen beeld en dit vervolgens afspelen.
Overige [NIET VOLDOENDE RUIMTE INTERN GEHEUGEN]/[NIET VOLDOENDE GEHEUGEN OP DE KAART] • Er is geen ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart. – Wanneer u opnamen kopieert van het ingebouwde geheugen op de geheugenkaart (batchkopie), worden de opnamen gekopieerd totdat de kaart vol is. [DIV. FOTO’S KUNNEN NIET GEKOP. WORDEN]/[KOPIE KAN NIET VOLTOOID WORDEN] • De volgende beelden kunnen niet gekopieerd worden.
Overige [LEESFOUT/SCHRIJFFOUT CONTROLEER DE GEHEUGENKAART] • Het is niet gelukt gegevens te lezen of te schrijven. > Verwijder de kaart na het uitschakelen van de stroom [OFF]. Zet de kaart er weer in, zet de stroom weer aan en probeer de gegevens opnieuw te lezen of te schrijven. • De kaart zou stuk kunnen zijn. > Doe een andere kaart erin. [OPNAME BEW. BEELDEN GEANN.
Overige Problemen oplossen Probeer als eerste de volgende procedures (P152–160). Als het probleem niet opgelost wordt, kan deze verbeterd worden door [RESETTEN] (P27) te selecteren op het [SET-UP] menu wanneer u beelden maakt. Batterijen en stroom Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat. • De batterij is er niet goed ingedaan. (P14) • De batterij is op. De LCD-monitor gaat uit terwijl het toestel aanstaat.
Overige Opnemen Heet beeld kan niet opgenomen worden. • Staat de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar op de [!] instelling? (P30) • Is er nog ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart? > De onnodige beelden wissen om het beschikbare geheugen te vergroten. (P45) Het opgenomen beeld is witachtig. • Het beeld kan witachtig worden als er vuil zoals vingerafdrukken op de lens zit. > Wanneer deze vuil is, het oppervlak van de lens voorzichtig afvegen met zachte en droge doek.
Overige Het opgenomen beeld ziet er onafgewerkt uit. Er verschijnt ruis op het beeld. • Is de ISO-gevoeligheid hoog of de sluitertijd langzaam? (De ISO-gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] wanneer het toestel vervoerd wordt. Daarom zal er, wanneer u binnenshuis beelden enz. maakt, ruis optreden.) > De ISO-gevoeligheid verminderen. (P92) > Stel [KLEURFUNCTIE] in op [NATURAL]. (P101) > Beelden op heldere plekken maken. • Is [H. GEVOELIGH.
Overige LCD-monitor De LCD-monitor gaat uit ook al staat het toestel aan. • De LCD-monitor gaat uit en de toetsenbordverlichting knippert wanneer [AUTO LCD UIT] (P26) geselecteerd wordt voor de [BESPARING] functie. [Dit gebeurt niet wanneer u een AC-adapter gebruikt (optioneel).] Als de resterende batterijstroom laag is, zou het langer kunnen duren de flits op te laden en zou de tijd dat de LCD-monitor uitstaat langer kunnen worden. De LCD-monitor wordt even donkerder of helderder.
Overige Terugspelen Het beeld dat teruggespeeld wordt, is gedraaid en wordt afgebeeld in een onverwachte richting. • Is [LCD ROTEREN] (P120) ingesteld op [ON]? De opname wordt niet teruggespeeld. • Is de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar ingesteld op [(]? (P42) • Staat er een beeld op het ingebouwde geheugen of op de kaart? > De beelden in het ingebouwde geheugen verschijnen als er geen kaart in het toestel zit. De beeldgegevens op een kaart verschijnen alleen als er een kaart in het toestel zit.
Overige Er verschijnen witte ronde vlekken als zeepbellen op het gemaakte beeld. • Als u een beeld maakt met een flits op een donkere plek of binnenshuis, zouden er witte vlekken kunnen verschijnen op het beeld veroorzaakt doordat de flits stofdeeltjes weerkaatst in de lucht. Dit is geen storing. Een kernmerk van dit fenomeen is dat het aantal ronde vlekken en hun positie verschillen in elk beeld. Rood gedeelte van het gemaakte beeld is zwart geworden.
Overige TV, PC en printer Het beeld verschijnt niet op de televisie. • Is het toestel correct op de TV aangesloten? > De TV-input instellen op extern. • Output vanaf de [COMPONENT OUT] uitlaat is niet mogelijk wanneer deze aangesloten is op de PC of de printer. > Sluit deze alleen aan op de TV. De displayzones op het TV scherm en de LCD-monitor van het toestel verschillen.
Overige Overige Er werd per ongeluk een onleesbare taal gekozen. > Druk op [MENU/SET], kies het [SET-UP] menupictogram [ pictogram om de gewenste taal in te stellen. (P29) ] en kies dan het [~] Een rode lamp gaat soms aan wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. • Op donkere plekken gaat de AF-lamp (P104) branden om gemakkelijker op het object scherp te stellen. De AF-lamp gaat niet aan. • Is [AF ASS.
Overige Het inzoomen stopt onmiddellijk. • Wanneer u een extra optische zoom gebruikt, zal de zoomactie tijdelijk stoppen. Dit is geen storing. Zoom gaat niet naar maximum vergroting. • Is het toestel ingesteld op macro-zoomfunctie? (P55) Maximum zoom tijdens macro zoomfunctie is 3k digitale zoom. De bestandsnummers zijn niet op volgorde opgenomen.
Overige Overige Aantal mogelijke beelden en beschikbare opnametijd • Het aantal mogelijke opnamen en de opnametijd zijn correct bij benadering. (Ze wijzigen afhankelijk van de opnamecondities en het kaarttype.) • Het aantal mogelijke opnamen en de beschikbare opnametijd variëren afhankelijk van de onderwerpen.
Overige Aspectratio X ( Beeldgrootte ) ( ) Kwaliteit Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) A › A › 43 81 195 310 32 MB 64 MB 128 MB 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB 8 GB 12 GB 16 GB 32 GB 29 55 130 200 60 110 270 420 120 220 550 860 240 440 1080 1690 Kaart 470 880 2150 3350 950 1770 4310 6710 1920 3610 8780 12290 3770 7090 17240 24130 5730 10790 26210 36700 7670 14440 35080 49120 11570 21790 52920 74090 15440 29070 70600 98840 30970 58310 14
Overige Aspectratio Y ( Beeldgrootte Kwaliteit Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) Kaart 32 MB 64 MB 128 MB 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB 8 GB 12 GB 16 GB 32 GB ) ( ) ( ) A › A › A › A › 6 13 9 18 19 38 30 58 4 9 19 38 77 155 310 620 940 1260 1900 2540 5100 8 18 38 76 150 300 620 1210 1850 2480 3740 4990 10010 6 13 27 54 105 210 440 860 1310 1760 2660 3550 7130 12 26 54 105 210 420 850 1670 2540 3410 5140 6860 13760 12 27 56 105 210 430 890 1740 2650 3550 5360 7160 14360
Overige Aspectratio W ( Beeldgrootte Kwaliteit Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) Kaart 32 MB 64 MB 128 MB 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB 8 GB 12 GB 16 GB 32 GB ) ( ) ( ) A › A › A › A › 7 15 10 20 23 45 40 77 4 10 21 43 86 170 350 690 1060 1410 2140 2850 5720 9 21 43 85 165 340 680 1350 2060 2750 4160 5550 11130 6 14 29 59 115 230 470 940 1430 1910 2890 3860 7740 13 28 58 110 220 450 930 1820 2770 3720 5610 7480 15010 15 32 66 125 250 510 1040 2040 3100 4160 6270 8370 168
Overige ∫ Beschikbare opnametijd (om bewegende beelden op te nemen) Instelling beeldkwaliteit Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) Kaart 1 min 24 s j j j 32 MB 4s 16 s 17 s 56 s 64 MB 12 s 37 s 39 s 1 min 58 s 128 MB 29 s 1 min 18 s 1 min 22 s 4 min 00 s 256 MB 59 s 2 min 35 s 2 min 40 s 7 min 50 s 512 MB 2 min 00 s 5 min 10 s 5 min 20 s 15 min 40 s 1 GB 4 min 00 s 10 min 20 s 10 min 50 s 31 min 20 s 2 GB 8 min 20 s 21 min 20 s 22 min 10 s 1 h 4 min 4 GB 16 min 30 s
• SDHC Logo is een handelsmerk. • QuickTime en het QuickTime-logo zijn merken of geregistreerde merken van Apple Inc. en worden onder licentie gebruikt. • Microsoft product schermshot(s) herdrukt met toestemming van Microsoft Corporatie. • Andere namen, bedrijfsnamen en productnamen die in deze handleiding voorkomen, zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreffende bedrijven.