Operating Instructions

3 MbN: Aan/Uit a M N
4 MbN: selecteer de gewenste instelling. a M
N
Bluetooth-functies
Als u de telefoon met een ander Bluetooth-apparaat wilt gebruiken, moet u
eerst uw telefoon en het andere apparaat bij elkaar registreren. Dit wordt
“pairing” (koppelen) genoemd. Als u wilt koppelen, moeten uw telefoon en
het andere apparaat zichtbaar zijn voor elkaar.
In de Bluetooth-menu’s zijn de volgende functies beschikbaar:
Druk op MDN. a MbN: selecteer . a M N a MbN: Bluetooth a
M
N:
Aan/Uit: Bluetooth in/uitschakelen.
Zichtbaarheid: uw telefoon zichtbaar of onzichtbaar maken voor
andere Bluetooth-apparaten.
Mijn apparaat: hiermee kunt u nieuwe Bluetooth-apparaten
zoeken en toevoegen, en worden de gekoppelde apparaten weergegeven.
Nieuw zoeken: nieuwe Bluetooth-apparaten zoeken en een lijst met
gedetecteerde apparaten weergeven.
Wanneer u een gekoppeld Bluetooth-apparaat in de lijst selecteert, zijn
de volgende opties beschikbaar.
Verbind/Verb. Opheffen: het gekoppelde audioapparaat
verbinden of los
koppelen.
Autom. verbinden: het verbonden audioapparaat instellen als
standaard.
Hernoem: hiermee kunt u de naam van het gekoppelde apparaat
bewerken.
Ontkoppelen: het gekoppelde apparaat ontkoppelen.
Verwijder alles: alle gekoppelde apparaten verwijderen.
Mijn naam: hiermee kunt u de naam van uw telefoon bewerken zoals
deze voor andere Bluetooth-apparaten wordt weergegeven.
Geavanceerd: hiermee kunt u de volgende instellingen configureren.
54
Verbinding maken met andere apparaten
TU339EXBE(nl-nl)_1013_ver510.pdf 54 2016/10/13 9:46:31