Operating Instructions
Table Of Contents
Oplaadcontacten
n Type bediening
Zachte toetsen
Met een zachte toets selecteert u de functie die
er direct boven op het display wordt getoond.
Navigatietoets
De navigatietoets werkt als volgt.
{V}
{^}
{<}
{>}
– MDN, MCN, MFN of MEN: Door de diverse lijsten
en items bladeren.
– MDN of MCN( ): Het volume van de
ontvanger of luidspreker aanpassen tijdens
een gesprek.
– M N (Lijst met bellers): De lijst met bellers
weergeven.
– MWN (Telefoonboek): Nummers in het
telefoonboek weergeven.
– MTN (Opnieuw kiezen): De lijst met opnieuw
te kiezen nummers weergeven.
Basisstation
A B
Oplaadcontacten
M N (Zoeken)
R Als u een handset kwijt bent, kunt u deze
zoeken door op M N te drukken.
Pictogrammen display
Weergegeven symbolen op handset
Symbool Betekenis
Ontvangstkwaliteit: Hoe meer
streepjes u ziet, hoe dichter de
handset bij het basisstation is.
Buiten bereik van basisstation
Oproep, intercommodus
*1
Z Handsfree functie is ingescha-
keld. (pagina 16)
De lijn is in gebruik.
R Langzaam knipperen wil zeg-
gen dat het gesprek in de
wacht staat.
R Snel knipperen wil zeggen dat
nu een inkomend gesprek
wordt ontvangen.
Gemiste oproep
*2
(pagina 29)
De sterkte waarmee het basissta-
tion zendt, staat op “Laag”. (pa-
gina 14)
De displayverlichting staat uit.
(pagina 24)
Batterijniveau
Alarm is ingeschakeld. (pagi-
na 26)
Privacymodus is ingeschakeld.
*1
(pagina 25)
Belvolume is uitgeschakeld. (pa-
gina 24)
Nummerblokkering.
*2
(pagi-
na 19)
Nieuw voicemailbericht ontvan-
gen.
*3
(pagina 31)
Lijn
bezet
De lijn is in gebruik door iemand
anders.
*1
*1 KX-TGC252/KX-TGC253
*2 Alleen bij nummerherkenning
*3 Alleen voor voicemailabonnees
13
Aan de slag










