Operating Instructions

13
Handige telefooninstellingen
*1 Alleen het noodnummer wordt niet gewijzigd.
*2 Zie blz. 17 als u uw PIN niet meer weet.
*3 Pas de knippertijd indien nodig aan voor de huiscentrale of de serviceprovider/
telefoonmaatschappij. Raadpleeg voor meer informatie het dichtstbijzijnde servicecentrum van
Panasonic.
*4 Schrijf als u de PIN wijzigt de nieuwe PIN op. De telefoon geeft de PIN nooit weer.
*5 Kiesrestrictie voorkomt dat vanaf de handset bepaalde nummers worden gebeld. U kunt maximaal
10 telefoonnummers uitschakelen (geheugenplaatsen 0–9).
*6 Met de noodnummerfunctie bepaalt u welke telefoonnummers kunnen worden gebruikt als
gespreksverbod is ingeschakeld. Er kunnen in totaal 4 noodnummers (geheugen 1–4) worden
opgeslagen.
{
6
}
Kiesrestrictie
*5
Kiesrestrictie instellen
Voer de basisstation-PIN in (standaard: “
0000
”).
*2
i
Druk op de
gewenste handsetnummers.
i
{>}
Voer het telefoonnummer in dat u wilt uitschakelen (maximaal 8 cijfers).
L
Als u een andere geheugenplaats wilt selecteren, drukt u op
{>}
en
voert u een nummer in.
{>}
Kiesrestrictie in- en uitschakelen
Voer de basisstation-PIN in (standaard: “
0000
”).
*2
L
Het handsetnummer wordt weergegeven. Een knipperend nummer
geeft aan dat kiesrestrictie is ingeschakeld; als het nummer niet
knippert, is de kiesrestrictie uitgeschakeld.
Druk op de gewenste handsetnummers om in of uit te schakelen.
i
{>}
2 keer
Noodnummer (“
112
”)
*6
Voer de basisstation-PIN in (standaard: “
0000
”).
*2
i
{*}
Opslaan:
Voer een noodnummer in (maximaal 8 cijfers).
L
Als u een andere geheugenplaats wilt selecteren, drukt u op
{>}
en
voert u een nummer in.
{>}
Bewerken:
Druk op
{>}
tot het gewenste nummer wordt weergegeven.
i
{
C
}
i
Voer het nieuwe noodnummer in.
i
{>}
{*}
Datum en tijd: blz. 8
Codenr. Functie (standaardinstelling)
TG1100_1102_1103NL(du-du).book Page 13 Wednesday, March 22, 2006 4:23 PM