Operating instructions
Aanpassen van uw toestel & uw systeem
214 Bedieningshandleiding
• Aan de geheugenplaatsen voor Systeem-verkort kiezen 000-699 kunt u CLIP en DDI/ISDN-
abonneenummers toewijzen. CLIP nummers kunnen worden toegewezen aan
geheugenplaatsen 000-499. DDI/ISDN-abonneenummers kunnen worden toegewezen
aan geheugenplaatsen 500-699. Het is aan te bevelen om jokernummers voor CLIP op te
slaan beginnend bij nummer 499, en daarna 498, 497, enz. U begint dus van boven naar
beneden. Hetzelfde geldt voor de nummers voor DDI/ISDN-(joker) abonneenummers: u
vult in van boven (699) naar beneden.
Deze methode bevelen wij aan vanwege het volgende: als u een nummer "0-
012 " toewijst aan plaats 000, zullen alle telefoonnummers die beginnen met
"012", tot stand gebracht worden volgens die route — ook al heeft u bijvoorbeeld "0-
0123456789" aan een andere geheugenplaats toegekend. Dit komt omdat de CLIP of het
gebelde nummer wordt geanalyseerd vanaf 000 tot en met 699.
• Indien u een jokernummer invoert, zorg dan dat u alle posities invult. Bijvoorbeeld: als het
telefoonnummer bestaat uit 10 cijfers en u wilt jokercijfers gebruiken voor het netnummer,
voer dan in: "0-012 ". ("012" is een voorbeeld van een netnummer.)
• Als u een jokernummer toewijst aan de geheugenplaatsen 000-499, zal de naam die is
toegewezen in 4.2.4 Systeem-verkort kiezen/Instellen van de naam voor
Gespreksafhandeling ("Intelligent Call Handling" [ICH]) (002) niet op het display
verschijnen als u een gesprek ontvangt. (Zie 2.10.2 Een gespreklog vastleggen [alleen
KX-T7533, KX-T7536, KX-T7230, KX-T7235]. )
• Er kunnen maximaal 60 tabelnummers van de Dag/Nacht modus worden toegewezen voor
elk van de 700 Systeem-verkort kiesnummers en Gespreksafhandelingsnummers. Aan elk
tabelnummer kan het ontvangstpatroon worden toegewezen. Tabelnummers 61 t/m 62
worden ingesteld om gesprekken te ontvangen die door tabelnummer 1 -60 worden
geweigerd. Tabelnummer 61 is voor de Dag modus, en 62 is voor Nacht modus. Raadpleeg
uw installatie bedrijf voor het ontvangstpatroon van elk tabelnummer.
• De nummers voor Systeem-verkort kiezen/Gespreksafhandeling worden gebruikt voor de
gespreksidentificatie. Voor een juiste werking dient u achter de netlijn-toegangscode een
afbreekstreepje in te voegen. Bovendien dient altijd het netnummer te worden opgeslagen
(zelfs voor telefoonnummers in hetzelfde district.).
• Met DDI/CLIP toetsen kan zowel beantwoord als opgebeld worden. Beantwoorden en
beginnen van gesprekken is mogelijk met DDI/CLIP toetsen. Opbellen via een DDI/CLIP
toets is beschikbaar voor Systeem-verkortkiesnummers die zijn opgeslagen in
geheugenplaatsen 000-499.
• Het is mogelijk om een andere beltoon in te stellen voor DDI/CLIP toetsen. Hierdoor kan
degene die een DPT zonder display gebruikt, het typeverschil horen tussen inkomende
gesprekken. Zie 4.1.3 Aanpassen van de toetsen.
Aanpassen van uw toestel
• 4.1.3 Aanpassen van de toetsen
Maken of herindelen van een DDI/CLIP toets.










