Operating instructions
2-40 Functies en bedieningsprocedures
2.6 Overige functies
Systeemtelefoon
SLT en Systeemtelefoon
Instellen
Type doorschakelen Parameter
2
Alle gesprekken
3
In gesprek
4
Geen antwoord
5
In gesprek/geen antwoord
6
Naar netlijn
7
Gesprek doorschakelen
(follow me)
Nummer
doorschakel-type
X
1
0
7
BevestigingstoonNeem op. Hang op.Kies 710. Kies het type
doorschakelen (2 tot 7).
Kies de gewenste
parameter.
Kies het type
doorschakelen (2 tot 7).
Kies de gewenste
parameter.
Parameter
BevestigingstoonNeem op. Hang op.Druk op DSN/NS.
Uw interne toestelnummer
Kies uw interne toestelnummer.
– Op het gewenste toestel
Gewenste interne toestelnummer
Vorm het nummer van het gewenste interne toestel
(bestemmingstoestel).
Kies het gewenste
telefoonnummer.
ISDN-
toegangscode
Gewenst
telefoonnummer
#
Kies #.Kies de toegangscode van
de ISDN-poort (0, 81 of 82).
X
Parameter
Maximaal 16 cijfers










