Operating Instructions

6.1 Opsporen en verhelpen van problemen
226
Appendix
6.1 Opsporen en verhelpen van problemen
6.1.1 Opsporen en verhelpen van problemen
Opsporen en verhelpen van problemen bij draadaangesloten telefoons
Probleem Oplossing
Ik kan de telefoon niet gebruiken.
De telefoon is geblokkeerd.
Deblokkeren van uw telefoon. ( 2.5.4 Voorkomen
dat anderen uw telefoon gebruiken (Elektronische
Toestelblokkering), 3.1.2 Wijzigen van de instellingen)
Uw telefoon is aangesloten op een eXtra
Poortuitbreiding.
Systeemprogrammering is noodzakelijk. Raadpleeg
uw verdeler.
Sommige functies werken niet.
Door systeembeheer kunnen bepaalde functies
uitgeschakeld zijn.
Raadpleeg uw manager.
De functienummers zijn gewijzigd.
Bevestig het herziene nummer en probeer het
opnieuw.
Zelfs na het volgen van de instructies
in de handleiding, werkt geen van de
functies bij gebruik van een
systeemtelefoon.
De Intercom lijn werd niet genomen.
De genomen lijn,
werd na uithaken verwisseld door persoonlijke instelling.
( 4.1.2 Begininstellingen)
In de handleiding staat dat uithaken betekent dat een
Intercom lijn wordt genomen.
Als de instelling veranderd is, na het uithaken op de
INTERCOM toets drukken en volg de instructies.
De parallel standaardtelefoon gaat
niet over.
Dit is de standaard instelling.
De instelling wijzigen in bellen. ( 2.7.12 Instellen
van de parallel aangesloten telefoonbel (Parallel
telefoontoestel))
De telefoon werkt niet met de
persoonlijke instellingen of met
andere instellingen. (Één-toets-
kiezen, doorschakelbestemming,
enz.)
De toestellijn is gewijzigd.
De voorgaande instellingen
van de telefoon zijn niet gewist.
Wis de instellingen en programmeer daarna uw
gewenste instellingen opnieuw. ( 2.7.13 Wissen van
functie instellingen op uw toestel (Toestelprogrammering
Wissen), 4.1.2 Begininstellingen, 4.1.3 Aanpassen
van de toetsen)