Operating Instructions

2.2 Programmeren
2-42 Toestelprogrammering
<Voorbeeld>
— Invoeren van de naam “Mike” met behulp van de SELECT (KEUZE)-toets:
1. Voor de “M” drukt u op 6 en daarna eenmaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
2. Voor de “i” drukt u op 4 en daarna zesmaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
3. Voor de “k” drukt u op 5 en daarna viermaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
4. Voor de “e” drukt u op 3 en daarna viermaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
— Invoeren van de naam “Mike” met behulp van de SHIFT- en Soft-toets:
1. Voor de “M” drukt u op 6 en daarna op S1.
2. Voor de “i” drukt u op 4 en daarna op SHIFT en S3.
3. Voor de “k” drukt u op 5 en daarna op S2.
4. Voor de “e” drukt u op 3 en daarna op S2.
• Door het indrukken van de SHIFT-toets schakelt u tussen hoofdletters en kleine letters. Na
het indrukken van de SHIFT-toets, blijft deze in de SHIFT-modus totdat u de toets nog eens
indrukt.
Om het laatste woord te verwijderen drukt u op de CONF (
) toets. (De CONF ( )
toets wordt een backspace zodra u het masker gebruikt.)
Om alle data te verwijderen drukt u op de WIS (S2)-toets.
Voowaarden
De standaardinstelling is “Niet Opgeslagen” (geen naam opgeslagen).
U kunt max. 10 kiesnummers en namen opslaan. Elk nummer kan uit max. zestien cijfers
bestaan, en elke naam uit max. tien karakters.