Operating Instructions

Functies Enkelvoudige Toestellen 6-63
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Telefonist(e) oproepen
Voer de onderstaande stappen uit als u met de Telefonist(e) wilt telefoneren. Voor de
Telefonist(en) kunnen twee toestellen (“Operator 1” en “Operator 2”) worden toegewezen.
Als er slechts één telefonist(e) is of als u de telefonist(e) niet specificeert, gebruik dan
“Algemeen”. Als u de telefonist(e) wilt specificeren, gebruik dan “Specifiek”.
Algemeen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (9).
Specifiek
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (61) voor telefonist(e) 1, of (62) voor
telefonist(e) 2.
Voorwaarden
Gebruikt u de functie “Algemeen”, dan wordt uw oproep naar telefonist(e) 2 gestuurd als
telefonist(e) 1 bezet is.
Als geen telefonist(e) werd toegewezen, dan is deze functie niet mogelijk. U hoort in dat
geval de herkiestoon.
1
2
1
2
of