Operating Instructions

6-56 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Intern toestel kiezen
Stelt u in staat een intern toestelnummer te kiezen.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het intern toestelnummer.
3. Begin het gesprek.
4. Leg de hoorn op de haak nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Voorwaarden
Nadat u een intern toestelnummer heeft gekozen, hoort u één van de volgende tonen:
Terugbelsignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel reeds in gesprek is.
Bevestigingstoon: Geeft aan dat u kunt telefoneren met stemgebruik .
Bezettoon: Geeft aan dat het door u gebelde toestel bezet is.
Niet Storensignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel de “Niet Storen (NS)” functie
heeft ingesteld.
Programmeerverwijzing
Gebruikersprogrammering (systeembeheerder) (Deel 3)
[003] Instellen intern toestelnummer
[004] Instellen interne toestelnaam
Systeemprogrammering — Installatie handleiding
[003] Instellen intern toestelnummer
[004] Instellen interne toestelnaam
Blokkering gespreksmodus
Als tijdens een gesprek een van de beide partijen de hoorn op de haak legt, wordt de
gespreksmodus automatisch uitgeschakeld. Voordat de modus wordt uitgeschakeld hoort
degene, die de hoorn niet heeft neergelegd, een herkiestoon. U hoeft in dit geval geen
handeling te verrichten.
1
2
intern toestelnummer
3
4