Operating Instructions

2.1 Programmeringsinstructies
2-4 Toestelprogrammering
Bevestigen programmering van een Flexibele toets
— Controleer of u in de programmeermodus bent: Druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF) toets.
Het display toont de huidige status.
2. Druk op de HOLD (END)-toets.
Het display toont basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
— Als u programmeergegevens wilt wijzigen, lees dan de programmerings procedure in dit
deel.
Wissen gegevens onder Flexibele toets
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets waarvan u de
gegevens wilt wissen.
2. Kies 2.
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
— De volgende lijst geeft een overzicht van de toetsen en toegangsnummers voor Toestelprogrammering.
Gedetailleerde bedieningsinstructies vindt u op elke bladzijde in dit deel.
1
2
3
2
1
...
2