Operating Instructions
5.2 Functies DSS-Console
Functies DSS-Console 5-3
DSS (Direct Station Selectie)-toetsen
Met een druk op een toets (max. 32) kiest u direct een intern toestel, en ziet u of het toestel al
of niet in gesprek is, of niet gestoord mag worden. Op deze wijze kan ook een
buitenlijngesprek worden doorverbonden (Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets).
Intern toestel kiezen
Druk op de gewenste toets om een intern toestel op te bellen. De bijbehorende indicator toont
of het toestel in gesprek is. Alle DSS toetsen zijn als volgt standaard ingesteld op:
DSS 01–32 : toestelnummer 201–232.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets van het combi-toestel.
2. Druk op de gewenste DSS-toets van de console.
Een gesprek Doorverbinden
Met een DSS-toets kan een buitenlijngesprek worden doorverbonden. Er zijn twee
bedieningsmogelijkheden: als de functie Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets* is
uitgeschakeld (UIT), en als deze functie is ingesteld (AAN).
* Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets stelt u in staat om een buitenlijngesprek in de wachtstand te zetten, en
het naar een intern toestel door te verbinden met behulp van één toets. U kunt het gesprek dus automatisch
zonder TRANSFER-toets in de wachtstand plaatsen en doorverbinden. Deze functie moet evenwel via
systeemprogrammering worden ingesteld.
“Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets” is AAN.
Terwijl u een gesprek heeft;
1. Druk op de gewenste DSS-toets van de console.
• Het gesprek wordt in de wachtstand gezet en het gewenste
interne toestel wordt onmiddellijk gebeld.
“Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets” is UIT.
Terwijl u een gesprek heeft;
1. Druk op de DVB-toets van het combi-toestel.
2. Druk op de gewenste DSS-toets van de console.
1
2
1
1
2










