Operating Instructions

Overzicht DST 1-17
1.1 Configuratie
Indicaties
Op de systeemtoestellen en de DSS-Console wordt de status van een lijn aangegeven
aan de hand van een lijn met een LED-indicator. Een groen licht wijst erop dat uw
toestel actief is. Een rood licht wijst erop dat andere toestellen actief zijn.
U ziet de volgende indicaties:
• AAN
Een constant brandende LED geeft aan dat de lijn bezet is. Wanneer een LED groen
brandt, dan heeft u zelf een lijn gekozen. Brand het licht rood, dan heeft iemand anders
de lijn gekozen.
• UIT
Een LED die uit is, geeft aan dat de lijn vrij is.
• Knippert langzaam
(60 maal per minuut)
• Knippert snel
(120 maal per minuut)
• Knippert zeer snel
(240 maal per minuut)
1 sec.