Operating Instructions

1-14 Overzicht DST
1.1 Configuratie
Lus-CO (L-CO)-toets
Alle buitenlijnen kunnen aan een flexibele CO-toets op een systeemtoestel worden
toegewezen. De flexibele toets heet dan L-CO-toets. Ongeacht op welke buitenlijn een
gesprek binnenkomt, loopt dit gesprek via de L-CO-toets, tenzij E-CO- of G-CO-toetsen aan
de buitenlijn werden toegewezen of tenzij de L-CO-toets al in gebruik is. Om een CO-lijn te
kiezen drukt u op de betreffende L-CO-toets. Het indrukken van de L-CO-toets is gelijk aan
het gebruiken van de code voor automatische toegang tot een CO-lijn.
Programmering
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Lus-CO (L-CO)-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden toegepast.)
Functies
Flexibele toetsen (Deel 1.1/Configuratie)
Toegang tot buitenlijn (CO) — Toegang tot buitenlijn, automatisch
Enkele-CO (E-CO)-toets
Een E-CO-toets wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een specifieke buitenlijn. Toegang
krijgt u door op de betreffende E-CO-toets te drukken. Een inkomend gesprek kan dus
worden beantwoord met behulp van de E-CO-toets.
Voorwaarden
Er kan maar één E-CO-toets aan een CO-lijn worden toegewezen.
Het is mogelijk om één en dezelfde buitenlijn toe te wijzen aan een E-CO-toets, een G-CO-
toets en een L-CO-toets.
Programmering
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Enkele-CO (E-CO)-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden toegepast.)
Functies
Flexibele toetsen (Deel 1.1/Configuratie)
Toegang tot buitenlijn (CO) — Toegang tot buitenlijn, individueel