Operating Instructions

Functies Systeemtoestellen 4-87
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
87
0
3
4
1
2
8
7
3
1
2
of
4
Nacht Service
Het systeem ondersteunt zowel de NACHT-stand als de DAG-stand. Er kan verschil zijn in
de bediening van de systeemfuncties tijdens de kantooruren (dag) en na de kantooruren
(nacht). U kunt gespreksbegrenzing programmeren om te voorkomen dat’s nachts niet
toegelaten begrensde gesprekken gevoerd worden. U kunt automatisch overschakelen van
DAG-stand naar NACHT-stand op een vooraf bepaald tijdstip. U kunt dit ook manueel
uitvoeren op het ogenblik dat u dit wenst. Is uw toestel een telefonist(e)-toestel, dan kunt u dit
vanaf het display uitvoeren.
Automatische Nacht Service: uw systeem zal elke dag overschakelen van DAG-modus
naar NACHT-modus op het geprogrammeerde tijdstip.
Manuele Nacht Service: U kunt overschakelen van DAG-modus naar NACHT-
modus wanneer u dit wenst.
Automatische Nacht Service
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (78).
3. Druk 0.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Auto Modus
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Manuele Nacht Service
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (78).
3. Druk 1 of 2.
— 1: Van NACHT-modus naar DAG-modus.
— 2: Van DAG-modus naar NACHT-modus.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Nacht-modus
of
Dag-modus
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.