Operating Instructions

Functies Systeemtoestellen 4-83
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
4
5
0
Log-Out
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (45) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Log-out
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
De Log-In/Log-Out-toets moet worden toegewezen aan een flexibele CO-toets.
De standaardinstelling is de “Log-In”-modus.
Minstens één toestel moet in de Log-In-modus staan. Als slechts één toestel in de Log-In-
modus staat, kunt u dit niet in de Log-Out-modus plaatsen.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Log-In/Log-Out-toets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, UCD Log-In/Log-Out
Functieverwijzing
UCD — Uniform Call Distribution
Station Hunting (zie: Installatiehandleiding)