Operating Instructions

Functies Systeemtoestellen 4-81
4.2 Functies Systeemtoestellen
Kiezen met DSS (Direct Station Selectie)-toets
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de flexibele toets die is toegewezen als DSS-toets.
3. Begin het gesprek.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets
nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Voorwaarden
• Tijdens een intern gesprek verschijnt op het display (Systeemtoestel) het interne
toestelnummer, en de naam (indien geprogrammeerd).
Op een Systeemtoestel, of een DSS-Console, kunt u door toestelprogrammering een DSS-
toets toewijzen.
• Nadat u een intern toestelnummer heeft gekozen, hoort u één van de volgende tonen:
Terugbelsignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel reeds in gesprek is.
Bevestigingstoon: Geeft aan dat u kunt telefoneren met stemgebruik .
Bezettoon: Geeft aan dat het door u gebelde toestel bezet is.
Niet Storensignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel de “Niet Storen (NS)”
functie heeft ingesteld.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — DSS-toets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Gebruikersprogrammering (systeembeheerder) (Deel 3)
[003] Instellen intern toestelnummer
[004] Instellen interne toestelnaam
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[003] Instellen intern toestelnummer
[040] Instellen interne toestelnaam
[100] Flexible Numbering, 1st through 16th hundred extension blocks
1
3
2
4