Operating Instructions
1-10 Overzicht DST
1.1 Configuratie
Gebruik
AUTO ANSWER/MUTE-toets
Voor het automatisch beantwoorden van een intern toestel. Schakelt tijdens het gesprek de
microfoon uit.
AUTO DIAL/OPSLAG-toets
Voor snelkiezen via het systeemgeheugen en voor het opslaan van wijzigingen in de
toestelprogrammering.
CONF (Conferentie)-toets
Voor een conferentiegesprek met drie partijen.
FLASH-toets
Stuurt een extern toegangssignaal naar het centrale bureau of naar het leidend PBX-
systeem om gebruik te maken van de functies.
Functie (F1 tot F10)-toets
Voor het uitvoeren van de op het display getoonde functie of procedure.
DSN/NS-toets (Doorverbinden/Niet storen)
Verbindt een gesprek door naar een ander intern toestel of zet de Niet-Storen-functie aan
te zetten.
HOLD-toets
Plaatst een oproep in de wachtstand.
INTERCOM-toets
Voor het maken en beantwoorden van interne gesprekken.
BOODSCHAP-toets
Voor het terugbellen van wie een boodschap heeft achtergelaten.
MONITOR-toets
Wordt gebruikt bij handenvrij telefoneren.
PAUZE-toets
Voegt een pauze in tussen Snelkiesnummer of andere (telefoon) nummers.
PROGRAM-toets
Voor het activeren of weer verlaten van de modus “toestelprogrammering”.
REDIAL-toets
Voor het opnieuw kiezen van het laatste nummer of automatisch opnieuw kiezen.










