Operating Instructions

4-68 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
Als iemand anders een buitenlijn kiest op een geblokkeerd toestel, hoort deze persoon een
herkiestoon en op het display verschijnt “Beperkt”.
Het toestel dat is toegewezen als “Telefonist(e)” kan, indien gewenst, deze functie instellen
en opheffen (Toestel blokkeren — op afstand).
Met de functie “Toestel blokkeren — op afstand” kunt u tussenkomen in deze functie. Als
de telefonist(e) een toestel blokkeert dat al eerder geblokkeerd was, dan kunt u dat toestel
niet deblokkeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Elektronische toestelblokkering
Functieverwijzing
Toestel blokkeren op afstand (4.3/Servicefuncties voor de telefonist(e))
Noodoproep
U kunt automatisch een noodoproep doen. U kunt ten hoogste acht noodoproepen instellen
via systeemprogrammering.
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
U hoort de kiestoon.
2. Kies het gewenste noodnummer.
Deze functie zal automatisch een vrije buitenlijn kiezen.
Voorwaarden
Het niveau van de kiesrestrictie, de functie “Elektronische toestelblokkering” en de
gespreksduurcode modus “Gecontroleeerd — alle oproepen” of “Gecontroleerd —
Opheffen kiesrestrictie” worden door een noodoproep opgeheven.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[009] Instellen Noodnummers
[100] Flexibele nummers, noodoproep 1–8
2
1
noodnummer