Operating Instructions

4-52 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
5 7
2
2
3
1
5 7
0
2
3
Vermijden Identificatie bij Bestemmeling
(CLIR — Calling Line Identification Restriction)
U kunt vermijden dat uw nummer op het andere toestel verschijnt als u het opbelt. U kunt
instellen dat uw nummer op het display van het andere toestel één enkele keer of permanent
verschijnt.
Uw nummer niet tonen aan de bestemmeling
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (57) en 2.
Op het display verschijnt:
CLIR ON
3. Leg de hoorn op de haak en druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Uw nummer tonen aan de bestemmeling
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (57) en 0.
Op het display verschijnt:
CLIR OFF
3. Leg de hoorn op de haak en druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
De huidige instelling wijzigen tijdens een gesprek
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (57) en 1.
3. Kies de lijntoegangscode (0 of 81–88), of druk op een CO-toets.
1
5 7
1
2
3