Operating instructions

21
Handige telefooninstellingen
(geheugenplaatsen 1
10). Als er een
uitgeschakeld nummer wordt gebeld, wordt er
geen verbinding gemaakt en knippert het
uitgeschakelde nummer op de display. Als u
bijvoorbeeld een netnummer opslaat, zorgt dat
ervoor dat vanaf een handset niet interlokaal kan
worden gebeld.
1
Druk op
{j}
.
2
Druk op
{v}
tot “
BS INSTEL
” wordt
weergegeven en druk op
{>}
.
3
Druk op
{
6
}
.
4
Voer “
0000
” in (de standaard basisstation-
PIN).
L
Als u de PIN hebt gewijzigd, voert u de
nieuwe PIN in (blz. 20).
L
Alle geregistreerde handsetnummers
worden weergegeven.
L
Knipperende nummers geven aan dat
kiesrestrictie voor de bijbehorende handset
is ingeschakeld.
5
Druk op de gewenste handsetnummers.
L
De geselecteerde handsetnummers
knipperen.
L
U heft de selectie van een handsetnummer
op door er nogmaals op de drukken. Het
nummer stopt met knipperen.
6
Druk op
{>}
.
7
Voer het telefoonnummer in dat u wilt
uitschakelen (maximaal 8 cijfers).
L
Als u een nummer invoert terwijl er al een
eerder opgeslagen nummer wordt
weergegeven, wordt het oude nummer
door het nieuwe vervangen.
L
Als u een andere geheugenplaats wilt
selecteren, druk u op
{>}
en voert u een
nummer in.
8
Druk op
{>}
.
9
Druk op
{ih}
.
Kiesrestrictie in- en uitschakelen
1
Druk op
{j}
.
2
Druk op
{v}
tot “
BS INSTEL
” wordt
weergegeven en druk op
{>}
.
3
Druk op
{
6
}
.
4
Voer “
0000
” in (de standaard basisstation-
PIN).
L
Als u de PIN hebt gewijzigd, voert u de
nieuwe PIN in (blz. 20).
L
De handsetnummers worden
weergegeven. Knipperende nummers
geven aan dat kiesrestrictie is
ingeschakeld. Als de nummers niet
knipperen, is de kiesrestrictie
uitgeschakeld.
5
Druk op de gewenste handsetnummers om in
of uit te schakelen.
6
Druk op
{>}
en daarna op
{ih}
.
Uitgeschakelde nummers annuleren
1
Druk op
{j}
.
2
Druk op
{v}
tot “
BS INSTEL
” wordt
weergegeven en druk op
{>}
.
3
Druk op
{
6
}
.
4
Voer “
0000
” in (de standaard basisstation-
PIN).
L
Als u de PIN hebt gewijzigd, voert u de
nieuwe PIN in (blz. 20).
5
Druk herhaaldelijk op
{>}
om het gewenste
nummer weer te geven.
6
Druk op
{
C
}
.
7
Druk op
{>}
en daarna op
{ih}
.
Noodnummers opslaan
Met deze functie bepaalt u welke
telefoonnummers kunnen worden gebruikt als
gespreksverbod is ingeschakeld. Er kunnen in
totaal 4 noodnummers (geheugenplaatsen 1
4)
worden opgeslagen.
1
Druk op
{j}
.
2
Druk op
{v}
tot “
BS INSTEL
” wordt
weergegeven en druk op
{>}
.
3
Druk op
{
6
}
.
4
Voer “
0000
” in (de standaard basisstation-
PIN).
L
Als u de PIN hebt gewijzigd, voert u de
nieuwe PIN in (blz. 20).
5
Druk op
{*}
.
6
Voer een noodnummer in (maximaal 8
cijfers).
L
Als u een nummer invoert terwijl er al een
noodnummer wordt weergegeven, wordt
het oude nummer door het nieuwe
TCD430BL_DU(DU).book Page 21 Monday, January 26, 2004 11:55 AM