Operating instructions

12
Handige telefooninstellingen
*1 Alleen het noodnummer wordt niet gewijzigd.
*2 Schrijf als u de PIN wijzigt de nieuwe PIN op. De telefoon geeft de PIN nooit weer. Raadpleeg het
dichtstbijzijnde Panasonic-servicecentrum als u uw PIN bent vergeten.
*3 Kiesrestrictie voorkomt dat vanaf de handset bepaalde nummers worden gebeld. U kunt maximaal
10 telefoonnummers uitschakelen (geheugenplaatsen 0–9).
*4 Met de noodnummerfunctie bepaalt u welke telefoonnummers kunnen worden gebruikt als
gespreksverbod is ingeschakeld. Er kunnen in totaal 4 noodnummers (geheugen 1–4) worden
opgeslagen.
{
6
}
Kiesrestrictie
*3
Kiesrestrictie instellen
Voer de basisstation-PIN in (standaard: “
0000
”).
i
{
1
}
i
{>}
Voer het telefoonnummer in dat u wilt uitschakelen (maximaal 8 cijfers).
L
Als u een andere geheugenplaats wilt selecteren, drukt u op
{>}
en
voert u een nummer in.
{>}
Kiesrestrictie in- en uitschakelen
Voer de basisstation-PIN in (standaard: “
0000
”).
L
Het handsetnummer wordt weergegeven. Een knipperend nummer
geeft aan dat kiesrestrictie is ingeschakeld; als het nummer niet
knippert, is de kiesrestrictie uitgeschakeld.
Schakel in of uit met
{
1
}
.
i
{>}
Noodnummer (“
112
”, “
100
”, “
101
”)
*4
Voer de basisstation-PIN in (standaard: “
0000
”).
i
{*}
Opslaan:
Voer een noodnummer in (maximaal 8 cijfers).
L
Als u een andere geheugenplaats wilt selecteren, drukt u op
{>}
en
voert u een nummer in.
{>}
Bewerken:
Geef het gewenste nummer weer (
{>}
)
i
{
C
}
i
Voer het nieuwe
noodnummer in.
i
{>}
{*}
Tijd en datum: blz. 7
Codenr. Functie (standaardinstelling)
TCD150BL(du-du).book Page 12 Friday, August 5, 2005 11:45 AM