Operating instructions

Opmerking:
R U kunt ook uw smartphone selecteren bij deze
functie met behulp van een handset als uw
smartphone is geregistreerd bij het basisstation
(pagina 38).
R Wanneer deze functie is ingeschakeld, kan een
andere handset de gecontroleerde handset
horen door een intercomgesprek te plaatsen.
Controleren vanaf een buitenlijn
n Vanuit het telefoonboek:
1 MMenuN (rechter functietoets) #268
2 MbN: AAN a MOKN
3 MbN: Selecteer Extern om te controleren
vanaf een buitenlijn. a MBewerkenN a
MToev.N
4 MbN: Telefoonboek a MOKN
5 MbN: Selecteer het gewenste item in het
telefoonboek. a MOKN
6 MbN: Selecteer het gewenste
telefoonnummer. a MOKN
R Babyfoon wordt weergegeven.
Opmerking:
R Als u een item in het telef
oonboek bewerkt
dat is toegewezen voor controle, wordt het
bewerkte item niet overgebracht naar de
babyfoon.
n Door telefoonnummers in te voeren:
1 MMenuN (rechter functietoets) #268
2 MbN: AAN a MOKN
3 MbN: Selecteer Extern om te controleren
vanaf een buitenlijn. a MBewerkenN a
MToev.N
4 MbN: Handmatig a MOKN
5 Voer de gewenste naam in. a MOKN
6 Voer het gewenste nummer in. a MOKN 2
keer
R Babyfoon wordt weergegeven.
Opmerking:
R De geregistreerde naam/nummer wordt
weergegeven.
De babyfoon uitschakelen
De gecontroleerde handset kan niet worden
gebruikt wanneer de babyfoon is ingesteld op
AAN.
1 Druk op MMenuN op de handset die wordt
gecontroleerd.
2 MbN: Aan/uit a MOKN
3 MbN: UIT a MOKN a M
N
Een extern controlenummer bewerken
1 Druk op MMenuN op de handset die wordt
gecontroleerd.
2 MbN: Aan/uit a MOKN
3 MbN: AAN a MOKN
4 MbN: Selecteer de buitenlijn. a MBewerkenN
5 MMenuN a MbN: Wijzigen a MOKN
6 Bewerk indien nodig de naam. a MOKN
7 Bewerk indien nodig het telefoonnummer. a
MOKN 2 keer
Een extern controlenummer wissen
1 Druk op MMenuN op de handset die wordt
gecontroleerd.
2 MbN: Aan/uit a MOKN
3 MbN: AAN a MOKN
4 MbN: Selecteer de buitenlijn. a MBewerkenN
5 MMenuN a MbN: Wissen a MOKN
6 MbN: JA a MOKN a M
N
Gevoeligheid babyfoon
U kunt de gevoeligheid van de babyfoon
aanpassen. Verhoog of verlaag de gevoeligheid
voor het bijstellen van het geluidsniveau voor het
activeren van de babyfoon.
R Deze functie kan niet worden ingesteld tijdens
een controle-oproep.
1 Druk op MMenuN op de handset die wordt
gecontroleerd.
2 MbN: Gevoeligheid a MOKN
3 MbN: Selecteer de gewenste instelling. a
MOKN a M
N
31
Programmeren
PRW110BL(nl-nl)_1211_ver310.pdf 31 12/27/2017 8:58:20 AM