Operating Instructions
Probleem Oorzaak en oplossing
De andere partij klaagt dat zij
geen document kan verzenden.
R Het geheugen zit vol ontvangen documenten door een tekort aan afdrukpapier of
een papierstoring. Plaats papier (pagina 14) of verwijder het vastgelopen papier
(pagina 89).
R Als de instelling voor pc-faxen (functie #442 op pagina 65) ingesteld is op
“ALTIJD”, controleer dan of de verbinding tussen de computer en het apparaat in
orde is.
R Als het apparaat via het LAN met de computer is verbonden en de faxvoorbeeld-
modus (functie #448 op pagina 53) is ingesteld op “AAN”, moet u de documenten
weergeven, afdrukken of opslaan. Wis vervolgens alle onnodige documenten (pa-
gina 53).
R Het apparaat is niet ingesteld op FAX ONLY. Druk op MFax Auto AnswerN tot het
lampje MFax Auto AnswerN aan gaat.
Ik kan de gewenste ontvangst-
modus niet selecteren.
R U stelt als volgt de modus FAX ONLY in:
– druk op MFax Auto AnswerN tot het lampje MFax Auto AnswerN aan gaat.
R Als u TEL-modus of TEL/FAX-modus wilt instellen:
– stel de gewenste modus in met functie #404 (pagina 62) en druk op MFax Auto
AnswerN tot het lampje MFax Auto AnswerN uitgaat.
Als u een extra telefoon hebt aan-
gesloten, kunt u geen documen-
ten ontvangen door op
MGNMBNM9N te drukken.
R U moet vooraf externe faxactivering inschakelen (functie #434 op pagina 64).
R Druk stevig op MGNMBNM9N.
R Wellicht hebt u de externe faxactiveringscode gewijzigd van MGNMBNM9N (stan-
daardinstelling). Controleer of de externe faxactiveringscode klopt (functie #434 op
pagina 64).
Ik hoor geen kiestoon. R De telefoonlijn is verbonden met de [EXT]-aansluiting van het apparaat. Sluit de
telefoonlijn aan op de [LINE]-connector (pagina 17).
R Als u een splitter/koppeling voor het aansluiten van het apparaat gebruikt, verwijdert
u de splitter en sluit u het apparaat direct op het wandcontact aan. Als het apparaat
goed werkt, controleert u de splitter/koppeling.
R Haal de telefoonlijn van het apparaat en sluit hem aan op een werkende telefoon.
Als de telefoon het normaal doet, neemt u voor reparatie van het apparaat contact
op met de dealer. Als de telefoon het niet normaal doet, neemt u contact op met het
telefoonbedrijf.
R De voedingskabel of de telefoonkabel is niet aangesloten. Controleer de aanslui-
tingen (pagina 17).
R Als u het apparaat via de modem van een computer hebt aangesloten, verbindt u
het apparaat direct met de telefoonaansluiting.
Het apparaat gaat niet over. R Het belvolume is uitgeschakeld. Stel het bij (pagina 21).
De andere partij klaagt dat hij al-
leen een faxtoon hoort en dat een
gesprek niet mogelijk is.
R De modus ALLEEN FAX is ingesteld (pagina 48). Vertel de andere partij dat het
nummer alleen voor faxen bestemd is.
De knop MRedialN of MPauseN
werkt niet goed.
R Als u tijdens het bellen op de knop drukt, wordt een pauze ingevoegd. Als u op de
knop drukt direct na een kiestoon, wordt het laatst gebelde nummer opnieuw gebeld.
Ik kan geen faxdocument op de
computer ontvangen.
R Zorg ervoor dat vooraf de volgende functies zijn ingesteld.
– Pc-fax ontvangen (functie #442 op pagina 65)
– Computerinstelling voor pc-faxontvangst (functie #443 op pagina 24)
Ik kan geen fax in de webbrowser
ontvangen.
R Zorg ervoor dat vooraf de volgende functies zijn ingesteld.
– Faxvoorbeeldmodus (functie #448 op pagina 53)
– Toegangscode voor bekijken van fax in webbrowser (functie #450 op pagi-
na 53)
R Tijdens afdrukken, kopiëren of scannen kunt u geen fax in de webbrowser weerge-
ven. Probeer het opnieuw na het afdrukken, kopiëren of scannen.
Ik kan een in de webbrowser ont-
vangen fax niet wissen.
R Bekijk een ontvangen fax, druk deze af of sla deze op voordat u de ontvangen fax
wist (pagina 53).
85
10. Help










