Operating Instructions

2.9 Uw faxnummer (alleen
KX-MB2030)
U kunt uw faxnummer programmeren zodat dit bovenaan elke
verzonden pagina verschijnt.
MFNMENMSetNMRecallN
MStopN
MMenuN
1 MMenuN A MBNM1NM0NM3N A MSetN
2 Voer uw faxnummer van maximaal 20 cijfers in.
R Voor een “+” drukt u op MGN.
R Voor een spatie drukt u op MBN.
R Voor een koppelteken drukt u op MRecallN.
R Druk voor het wissen van een cijfer op MStopN.
3 MSetN
4 Druk op MMenuN om af te sluiten.
Fouten corrigeren
Druk op MFN of MEN om de cursor naar het verkeerde nummer
te verplaatsen en breng de correctie aan.
R Als u alle cijfers wilt wissen, houdt u MStopN ingedrukt.
2.10 Het apparaat configureren voor
toegang tot het LAN
U kunt via een computer die is verbonden met het LAN,
documenten afdrukken/scannen en faxen ontvangen/
verzenden (alleen KX-MB2030). Om deze functies in te
schakelen moet u het IP-adres, het subnetmasker en de
standaardpoort voor het apparaat instellen.
Belangrijk:
R Raadpleeg uw netwerkbeheerder wanneer u IP-adres,
subnetmasker en standaardpoort instelt.
2.10.1 Automatisch instellen met een
DHCP-server
Uw situatie:
Wanneer er maar één apparaat op het LAN is aangesloten.
Als uw netwerkbeheerder het netwerk met een DHCP-server
(Dynamic Host Configuration Protocol) beheert, wijst deze
automatisch een IP-adres (Internet Protocol), subnetmasker en
standaardpoort aan het apparaat toe.
1 Zet het apparaat aan na het aansluiten van de LAN-kabel
op het apparaat en de computer.
R IP-adres, subnetmasker en standaardpoort worden
automatisch ingesteld.
2 Installeer Multi-Function Station op de computer waarmee
u het wilt gebruiken. Zie pagina 24 voor meer informatie.
Opmerking:
R U kunt twee of meer apparaten aansluiten en IP-adressen
automatisch toewijzen met een DHCP-server, maar we
raden aan voor elk apparaat handmatig statische
IP-adressen toe te wijzen om netwerktoegangs- en
configuratieproblemen te voorkomen.
2.10.2 Handmatig instellen
Uw situatie:
Wanneer uw netwerkbeheerder het netwerk niet met een
DHCP-server beheert.
Wanneer twee of meer apparaten op het LAN zijn
aangesloten.
U dient handmatig een IP-adres, subnetmasker en
standaardpoort toe te wijzen.
1 MMenuN
2 Druk op MBNM5NM0NM0N tot DHCP wordt weergegeven.
3 Selecteer ONMOGELIJK met M0N. A MSetN
4 Stel elk item in.
Voor het IP-adres:
1. Druk op M5NM0NM1N tot IP ADRES wordt
weergegeven. A MSetN
2. Voer het IP-adres van het apparaat in. A MSetN
Voor het subnetmasker:
1. Druk op M5NM0NM2N tot SUBNET MASK wordt
weergegeven. A MSetN
23
2. Voorbereiding