Operating Instructions
8.8 Netwerkfuncties (alleen KX-MB2000/KX-MB2010/KX-MB2030,
LAN-verbinding)
Deze functies kunnen in de webbrowser worden geprogrammeerd.
Functie Uitsteeksel Selectie
De LAN-functies instellen [LAN FEATURE] Voer de instellingen van de LAN-functies in. Zie pagina 74 voor
meer informatie.
De community-naam in-
stellen voor SNMP
[SNMP] Voer de community-naam in voor SNMP. Neem voor meer
informatie contact op met uw serviceprovider of netwerkbe-
heerder.
De locatie waar het appa-
raat wordt gebruikt instel-
len
[SNMP] Voer de locatiegegevens van het apparaat in.
Het lokale adres van de
koppeling voor IPv6 weer-
geven
[IPv6] Het lokale adres van de koppeling wordt weergegeven.
Het IPv6-adres voor auto-
matisch configuratie weer-
geven
[IPv6] Het IP-adres voor de automatische configuratie wordt weer-
gegeven.
Het IP-adres voor IPv6 in-
stellen
[IPv6] Voer het IP-adres voor IPv6 in. Neem voor meer informatie
contact op met uw serviceprovider of netwerkbeheerder.
De standaardrouter voor
IPv6 instellen
[IPv6] Voer het adres van de standaardrouter voor IPv6 in. Neem
voor meer informatie contact op met uw serviceprovider of
netwerkbeheerder.
Gegevens instellen voor
het scannen en verzenden
naar een FTP-server
[FTP FEATURE] Voer de gegevens van de FTP-server in voor het verzenden
van gescande afbeeldingen van het apparaat naar een
FTP-server. Zie pagina 73 voor meer informatie.
Gegevens instellen voor
het scannen naar een
SMB-map
[SMB FEATURE] Voer de gegevens van de SMB-map in voor het verzenden
van gescande afbeeldingen van het apparaat naar een
SMB-map. Zie pagina 73 voor meer informatie.
Gegevens instellen voor
het scannen naar een
e-mailadres
[EMAIL FEATURE] Voer de gegevens van de e-mailserver en SMTP-server in
voor het per e-mail verzenden van gescande afbeeldingen
vanaf het apparaat. Zie pagina 72 voor meer informatie.
Het scannen naar e-maila-
dresbestemmingen regi-
streren
[EMAIL FEATURE] Registreer e-mailadresbestemmingen (maximaal 30) voor het
apparaat. Zie pagina 73 voor meer informatie.
Toon van foutmeldingen
instellen
[ERROR NOTIFY] [ENABLED]: Als er een probleem optreedt, stuurt het appa-
raat een e-mailbericht naar geregistreerde bestemmingen.
[DISABLED] (standaard): Schakelt deze functie uit.
E-mailservergegevens
voor de foutmeldingsfunc-
tie instellen
[ERROR NOTIFY] Voer de gegevens van de e-mailserver en SMTP-server in
voor het per e-mail verzenden van foutmeldingen.
Bestemmingen voor fout-
meldingen instellen
[ERROR NOTIFY] Voer het e-mailadres waarnaar foutmeldingen moeten worden
verzonden in en selecteert de soorten problemen.
[LIFE WARNING]: Een waarschuwing die aangeeft dat de to-
ner- of drumcartridge op korte termijn moeten worden vervan-
gen.
[MEDIA PATH ERROR]: Een fout die aangeeft dat er in de
papierinvoerlade/lade voor handmatige papierinvoer geen
problemen optreden.
[LIFE ERROR]: Een fout die aangeeft dat de toner- of drum-
cartridge moeten worden vervangen.
77
8. Programmeerbare functies










