Operation Manual

Wijst de afdelingscodes toe. Druk op # na het invoeren van het interne toestelnummer
indien u de huidige invoer wilt wissen.
* Interne toestelnummer: 21 t/m 28, 31 t/m 34 (standaard intern toestel)
S
TANDAARD Alle interne toestellen – niet opgeslagen
W
IJZIGEN Gebruik de programmeertabel op blz. 3-74.
interne
toestelnr.*
Voor het in - of uitschakelen van de Datalijn-beveiliging modus op een intern toestel.
X Keuzenummer: 1 (Aan) / 2 (Uit)
* Interne nummer: 21 t/m 28, 31 t/m 34 (standaard intern toestel) /
S
TANDAARD Alle interne toestellen – Uit
W
IJZIGEN Gebruik de programmeertabel op blz. 3-74.
interne
toestelnr.*
[614]-[615] Een deurtelefoongesprek doorschakelen – Dag/Nacht
Voor het toewijzen van het telefoonnummer waarnaar het systeem een inkomend
deurtelefoongesprek doorschakelt.
Y Selectienummer van het programma-adres: 4 ([614] voor Dag) / 5 (615] voor Nacht)
Voer “ ” in voor een PAUZE. De PAUZE wordt geteld als twee cijfers.
Om de invoer te wissen, drukt u op # nadat u het programma-adres heeft ingevoerd.
S
TANDAARD Niet opgeslagen
W
IJZIGING Toegangscode ISDN poort + gewenste telefoonnummer
voor dag
voor nacht
Toegangscode
(0, 81, 82)
van de ISDN-poort +
gewenste telefoonnummer
Y
1
6
(
max. 20 cijfers,
0···9, )
(4
···
5)
!
!
3-48 Systeemprogrammering
[612]-[615] 3.9 Toestelprogrammering
[612] Datalijn-beveiliging
2
1
6
(1···2)
X
[613] Afdelingscodes
3
1
6
afdelingsnr
5 digits max. (0···9)