Gebruiksaanwijzing Kleuren Laser Multi Functionele Printer Model nr. KX-MC6020NL Sluit het apparaat NIET met de USB-kabel op een computer aan totdat Multi-Function Station (CD-ROM) u daarop attendeert. 1 2 Uitsluitend bedoeld voor gebruik in Nederland. FOR ENGLISH USERS: You can select English for the display and report (feature #110, page 58). L Op dit toestel kunt u nummerweergave gebruiken. Hiervoor moet u zich bij de telefoonmaatschappij voor nummerweergave aanmelden.
Bedankt dat u hebt gekozen voor een Multifunctionele printer van Panasonic. Als taal kunt u Nederlands of Engels selecteren. De weergave en rapportage is in de geselecteerde taal. De standaardinstelling is Nederlands. Zie functie #110 op pagina 58 als u de instelling wilt wijzigen. Waarschuwing: L Wrijf en gum niet over de bedrukte zijde van het papier. Dit kan vegen veroorzaken op de afdruk.
Belangrijke informatie Tonercartridge L Laat de tonercartridge niet te lang uit de beschermende verpakking. Dit gaat ten koste van de levensduur van de toner. Belangrijke informatie Voor uw veiligheid Laserstraling KLASSE 1 LASERPRODUCT De printer van dit apparaat maakt gebruik van laserstraling. Bediening, bijstelling of uitvoeren van procedures anders dan hierin beschreven kan leiden tot blootstelling aan gevaarlijke straling. Eigenschappen laserdiode Laserstraal: max.
Belangrijke informatie L Dek de sleuven en openingen van het apparaat niet af. Inspecteer regelmatig de ventilatieopeningen en verwijder stof met een stofzuiger (1). Circa 30 kg 1 Algemene verzorging L Veeg het oppervlak van het apparaat schoon met een zachte doek. Gebruik geen benzine, verdunner of schuurmiddel. Het apparaat verplaatsen Het apparaat weegt circa 30 kg. Het wordt ten zeerste aanbevolen dat het verplaatsen wordt gedaan door twee mensen.
Inhoud 1. Inleiding en installatie 1. Inhoud Accessoires 1.1 1.2 Meegeleverde accessoires .........................................7 Aanvullende informatie ...............................................7 Locatie van de bedieningstoetsen 1.3 1.4 Omschrijving knoppen ................................................8 Overzicht.....................................................................9 Installatie 1.5 1.6 Tonercartridge en drumcartridge .............................. 10 Afdrukpapier .........
Inhoud 11.2 Vastgelopen documenten (automatische documentinvoer) .......................................................96 12. Reinigen Reinigen 12.1 12.2 12.3 De witte platen en de glasplaat reinigen...................97 De documentinvoerrollers reinigen ...........................98 Het papiertraject reinigen.......................................... 99 13. Algemene informatie Afgedrukte rapporten 13.1 Referentielijsten en rapporten.................................100 Specificaties 13.
1. Inleiding en installatie 1 Inleiding en installatie Accessoires 1.1 Meegeleverde accessoires 1.2 Aanvullende informatie 1 Toner cartridge (starter) (cyaan/magenta/geel/zwart)*1 Voor een goede werking van het apparaat wordt aanbevolen Panasonic-tonercartridges en -drumcartridges te gebruiken.
1. Inleiding en installatie N Locatie van de bedieningstoetsen 1.3 Omschrijving knoppen AB CDEFG H IJ K O P Q L A B C D E F G H I J K L M 8 MN O P Q R S T U V {Copy} L Overschakelen op de kopieermodus (pagina 18, 36). R {Scan} L Overschakelen op de scanmodus (pagina 18, 32). S {Collate}{Directory} L Gesorteerd kopiëren (pagina 38). L Het telefoonboek openen (pagina 45, 47). {Contrast} L Het contrast selecteren voor het kopiëren (pagina 36).
1. Inleiding en installatie 1.4.2 Achteraanzicht 1.4 Overzicht A 1.4.
1. Inleiding en installatie 2 Installatie 1.5 Tonercartridge en drumcartridge Ontgrendel het deksel van de drumcartridge door de tabs (2) in de richting van de pijl te schuiven. De meegeleverde tonercartridge is een starter-tonercartridge. Let op: L Neem de onderstaande aanwijzingen door vóór de installatie. Na het lezen ervan opent u de beschermende verpakking van de drumcartridge. De drumcartridge bevat een lichtgevoelige eenheid. Blootstelling aan licht kan deze beschadigen.
1. Inleiding en installatie 4 Verwijder het oranje beschermstuk (5) door het naar u toe te trekken. Trek het helemaal naar buiten. 6 Maak de doppen (6) los en maak de afdichting aan de bovenzijde los aan de tab (7). 6 7 5 7 Pak de kleurendrumcartridge (8) stevig vast en verwijder de tray (9) door deze naar u toe te schuiven. 8 9 L Raak het groene drumoppervlak aan de onderzijde van de drumcartridge (j) niet aan en maak er geen krassen op.
1. Inleiding en installatie L Raak de accumulatoreenheid (n) niet aan en maak er geen krassen op. 11 Pak de zwart-witdrumcartridge (q) stevig vast en verwijder de tray (r) door deze naar u toe te schuiven. q m k r L Raak het groene drumoppervlak aan de onderzijde van de drumcartridge (s) niet aan en maak er geen krassen op. l 9 s n Haal de zwart-witdrumcartridge uit de beschermende verpakking. 12 Schuif de zwart-witdrumcartridge (t) rechts in het apparaat.
1. Inleiding en installatie 13 Schud nieuwe tonercartridges meer dan 10 keer verticaal voordat u de beschermende zak opent. L Druk de hendels neer. U moet een klik horen, wat aangeeft dat het deksel goed dicht is. a 14 Haal de 4 tonercartridges uit de beschermende verpakking. L Verwijder de transporttape. 15 Verwijder de trays (w) door de tonercartridge (x) eruit te tillen. x w 16 b Plaats elke tonercartridge (y) in de juiste sleuf. Van links naar rechts: geel, magenta, cyaan, zwart.
1. Inleiding en installatie – – – – “ZWARTE TONER LEEG” “CYAAN TONER LEEG” “MAGENTA TONER LEEG” “GELE TONER LEEG” Vervang de drumcartridge als het volgende wordt weergegeven. – “KLEUR DRUM BIJNA OP” – “MONOCHROME DRUM BIJNA OP” – – “KLEUR DRUM VERVANG” “MONOCHROME DRUM VERVANG” Opmerking: L Wanneer u de tonercartridge vervangt, moet u de gebruikte tonercartridge in een plastic zak of ergens anders in doen, zodat er geen toner kan uitkomen.
1. Inleiding en installatie papier onder de papiergrensmarkering (7) blijft. De papierstapel mag niet over de vulmarkering komen (8). Belangrijk: L Druk op en vergrendel de plaat (3) in de standaardinvoerlade als deze omhoog staat. 7 6 8 3 2 4 Druk de rechterzijde van de geleider voor het afdrukpapier (4) samen en schuif de geleider zo ver dat deze de markering van het papierformaat raakt.
1. Inleiding en installatie Waarschuwing voor de standaardinvoerlade L Laat de standaardinvoerlade niet vallen. L Houd de standaardinvoerlade met beide handen vast als u deze verwijdert of installeert. De standaardinvoerlade weegt circa 2,9 kg als deze volledig met afdrukpapier is geladen. Raak de plaat (1) aan de linkerzijde van de standaardinvoerlade niet aan.
2. Voorbereiding L Als u het apparaat gebruikt met een computer en uw internetaanbieder u vertelt dat u een filter (9) moet aanbrengen, sluit u het filter als volgt aan. 2 Voorbereiding Aansluiten en instellen 2.1 Verbindingen Let op: L Kies voor dit apparaat een goed bereikbaar stopcontact. L Zorg ervoor dat u de telefoonkabel gebruikt die bij het apparaat is geleverd. L Gebruik voor de telefoonkabel geen verlengsnoer.
2. Voorbereiding 2.2 Aanzetten Zet de stroomschakelaar AAN (1). 1 2.3 De werkingsmodus selecteren (scannen/kopiëren/faxen) U stelt de gewenste modus in door op een van de volgende knoppen te drukken. – – – {Scan}: selecteer deze modus als u het apparaat als scanner wilt gebruiken (pagina 32). {Copy}: selecteer deze modus als u het apparaat als een kopieerapparaat wilt gebruiken (pagina 36). {Fax}: selecteer deze modus als u het apparaat als een fax wilt gebruiken (pagina 43).
2. Voorbereiding Documentvereisten 2.4.2 Via de automatische documentinvoer 2.4 Het origineel instellen 1 2.4.1 Via de glasplaat 1 2 1 2 Open het documentdeksel (1). 3 Sluit het documentdeksel. Plaats het document met de bedrukte kant NAAR BENEDEN GERICHT op de glasplaat (2), en lijn de linker bovenhoek van het document uit met de hoek waarnaar de m wijst. Opmerking: L Zorg dat er geen document in de automatische documentinvoer zit. L Leg het origineel voorzichtig op de glasplaat.
2. Voorbereiding Minimumdocumentformaat Help 148 mm 2.5 Help-functie Het apparaat bevat handige informatie, die voor het gemak kan worden afgedrukt. – “BASIS INSTELLING” – “FUNCTIELIJST” – “GEHEUGEN” – “FAX ONTVANGST” – “KOPIEER” – “VERSLAGEN” – “NR.HERKENNING” 148 mm 600 mm Maximumdocumentformaat {Menu} 216 mm Effectief scangebied L Het grijze gebied wordt gescand.
2. Voorbereiding Volume Startprogrammering 2.6 Het volume aanpassen 2.7 Datum en tijd Belangrijk: L Voordat u het volume aanpast, moet u de werkingsmodus op de faxmodus zetten. Als het {Fax} lampje NIET brandt, schakelt u de faxmodus in door op {Fax} te drukken. {Menu} {Fax} {Fax} {Set} {V}{^} Volume van het belsignaal Druk, wanneer het apparaat niet in gebruik is, op {V} of {^}. L Het belvolume kan alleen worden aangepast als er geen document in de invoer aanwezig is.
2. Voorbereiding 2.8 Uw logo 2.9 Uw faxnummer U kunt uw logo (naam, bedrijfsnaam, enz.) programmeren zodat dit bovenaan elke verzonden pagina verschijnt. U kunt uw faxnummer programmeren zodat dit bovenaan elke verzonden pagina verschijnt. {Menu} {Menu} {Recall} {Set} {<}{>} 1 {Stop} {Menu} i {#}{1}{0}{2} i {Set} {Set} {<}{>} 1 {Menu} i {#}{1}{0}{3} i {Set} LOGO=| 2 Voer uw logo in van maximaal 30 tekens (zie pagina 74 voor tekeninvoer). i {Set} 3 Druk op {Menu} om af te sluiten. NR.
2. Voorbereiding Voor de standaardpoort: 2.10 Het apparaat configureren voor toegang tot het LAN U kunt via een computer op het LAN documenten afdrukken/scannen en faxen ontvangen/verzenden. Om deze functies in te schakelen moet u het IP-adres, het subnetmasker en de standaardpoort voor het apparaat instellen. Belangrijk: L Raadpleeg uw netwerkbeheerder wanneer u IP-adres, subnetmasker en standaardpoort instelt. 1. Druk op {5}{0}{3} tot “STAND.GATEWAY” wordt weergegeven. 2.
2. Voorbereiding 2.11 Multi-Function Station installeren 2.11.
2. Voorbereiding LAN-verbinding: 1. [Connect via the Network.] i [Next] L Het dialoogvenster [Select a Network Device] wordt weergegeven. 2. Selecteer [Select in the searched list] en selecteer het apparaat uit de lijst. L Als de naam van het gewenste apparaat niet in de lijst is weergegeven en een IP-adres aan het apparaat is toegewezen, selecteert u [Direct input] en voert u het IPadres in. 3. [Next] L Indien nodig kunt u de naam van het apparaat wijzigen. 4.
2. Voorbereiding 2.12 Multi-Function Station starten [Start] i [All Programs] of [Programs] i [Panasonic] i de apparaatnaam i [Multi-Function Station] L Multi-Function Station verschijnt. Opmerking: L In Device Monitor kunt u bevestigen dat het apparaat is verbonden met de computer (pagina 75). L De computerfuncties (afdrukken, scannen, enz.
2. Voorbereiding Voor Windows Vista: 1. [Start] i [Control Panel] i [Internet Options] i [Programs] i [Set programs] i [Set program access and computer defaults] L Als het dialoogvenster [User Account Control] wordt weergegeven, klikt u op [Continue]. 2. [Custom] 3. Selecteer de gewenste MAPI-conforme e-mailsoftware, zoals [Windows Mail], bij [Choose a default e-mail program].
3. Printer 3 Printer Printer 3.1 Afdrukken vanuit Windowstoepassingen U kunt bestanden afdrukken die in Windows-toepassingen zijn gemaakt. U drukt bijvoorbeeld als volgt af vanuit WordPad: 1 2 3 4 Open het document dat u wilt afdrukken. Selecteer [Print...] in het menu [File]. L Het dialoogvenster [Print] wordt weergegeven. Klik voor meer informatie over het dialoogvenster [Print] op [?] en klik vervolgens op het gewenste onderdeel. Selecteer de apparaatnaam als de actieve printer.
3. Printer 3.1.1 Afdrukken op bijzondere materialen U kunt niet alleen op normaal papier afdrukken, maar ook op bijzondere materialen (transparanten, etiketten, enveloppen, kaarten). L Zie pagina 102 voor meer informatie over afdrukpapier. L Zie pagina 14 voor het plaatsen van papier. Op transparanten afdrukken Gebruik transparanten die geschikt zijn voor laserprinters. Aanbevolen worden: Op enveloppen afdrukken Gebruik enveloppen die geschikt zijn voor laserprinters.
3. Printer 3.2 Een ontvangen e-mailbijlage automatisch afdrukken (alleen LANverbinding) Gedraaid Gekruld Krom Als u de POP-server op voorhand configureert, wordt een emailbijlage die vanaf een compatibel apparaat (via het internet) is verzonden, automatisch afgedrukt op uw apparaat (scannen en per e-mail verzenden en afdrukken). Dit is handig als u alleen bijlagen wilt afdrukken zonder dat u daarvoor uw e-mail hoeft te controleren.
3. Printer Opmerking: L Het afdrukken stopt niet, ook al drukt u op {Stop}. L Deze functie kan alleen worden geprogrammeerd met de webbrowser (pagina 57). L Als u informatie over de recent afgedrukte e-mail wilt weergeven, klikt u op [Lijst] naast [E-MAIL PRINT LOG] (pagina 73). L Als het bijgevoegde bestand te groot is of niet wordt ondersteund, wordt het niet goed afgedrukt. L U kunt het interval voor het controleren van de e-mail (pagina 73) en het afdrukken van een koptekst instellen (pagina 73).
4. Scanner LAN-verbinding: Druk herhaaldelijk op {V} of {^} om de computer te selecteren waarnaar u de gescande afbeelding wilt verzenden. i {Set} 4 Scanner Scanner 4.1 Scannen vanaf het apparaat (pushscan) U kunt het document eenvoudig via het bedieningspaneel op het apparaat scannen. Selecteer de volgende scanmodi afhankelijk van de manier waarop de gescande afbeelding zal worden gebruikt.
4. Scanner LAN-verbinding: Druk herhaaldelijk op {V} of {^} om de computer te selecteren waarnaar u de gescande afbeelding wilt verzenden. i {Set} 5 6 Wijzig, indien noodzakelijk, de scaninstellingen. Druk op {>}, druk meerdere keren op {V} of {^} om de gewenste instelling te selecteren. i {Set} {Black}/{Colour} L De e-mailsoftware wordt automatisch gestart en de gescande afbeelding wordt als bijlage bij een nieuw emailbericht bijgevoegd.
4. Scanner L U kunt afbeeldingen opslaan in de formaten TIFF, JPEG of PDF. 4.1.6 Scannen en verzenden naar een FTP-server (alleen LAN-verbinding) U kunt een gescande afbeelding verzenden naar een map op een FTP-server. Belangrijk: L Programmeer vooraf de instellingen voor de FTP-server (pagina 69). 1 2 3 Plaats het origineel (pagina 19). 4 4.2 Scannen vanaf een computer (pullscan) Opmerking: L Bij het scannen van documenten kunt u beter de glasplaat gebruiken dan de automatische documentinvoer.
4. Scanner L Als u de scan wilt opslaan, selecteert u [Save As ...] in het menu [File]. L Als u het scannen wilt annuleren tijdens het scannen van het document, klikt u op [Cancel]. Opmerking: L U kunt de afbeeldingen weergeven in toepassingen die de formaten TIFF, JPEG, PCX, DCX en BMP ondersteunen. L U kunt afbeeldingen opslaan in de formaten TIFF, JPEG, PCX, DCX, BMP en PDF. L Als de knop [Select...] wordt weergegeven in [Target Device], klikt u op [Select...
5. Kopieerapparaat 5 Kopieerapparaat Kopie 5.1 Kopieën maken 5.1.1 Via de glasplaat Het contrast selecteren Deze instelling gebruikt u om een document lichter of donkerder te maken. Er zijn 5 standen mogelijk (van laag naar hoog). Druk meerdere keren op {Contrast}. i {Set} Opmerking: L U kunt de vorige contrastinstelling behouden (functie #462 op pagina 60).
5. Kopieerapparaat 5.1.2 Via de automatische documentinvoer 5.2 Meer kopieerfuncties L Controleer dat het lampje {Copy} brandt. {Copy} 5.2.1 Kopiëren met zoom (vergroten/verkleinen) 1 Plaats het origineel (pagina 19). 2 Druk meerdere keren op {Zoom} om de zoomfactor te selecteren die bij het formaat van uw document en het afdrukpapier past.
5. Kopieerapparaat Voorbeeld: 150 % vergroten Via de glasplaat (1): Origineel L Het apparaat begint met kopiëren. Als u de automatische documentinvoer gebruikt: Vergrote kopie {Black}/{Colour} 6 Druk, na het kopiëren op {Stop} om deze functie terug te zetten.
5. Kopieerapparaat 5.2.3 Snelle ID-kopiefunctie / Eenvoudige herhaalfunctie (alleen vanaf de glasplaat) Snelle ID-kopiefunctie: Dubbelzijdige documenten op één pagina kopiëren. Eenvoudige herhaalfunctie: Enkelzijdige documenten meerdere keren op één pagina kopiëren. Snelle ID-kopiefunctie Origineel Pagina-indeling “2 in 1” “LANDSCHAP” Opmerking: L De gekopieerde documenten worden niet verkleind om op het afdrukpapier te passen.
5. Kopieerapparaat Origineel Pagina-indeling “4 in 1” Opmerking: L U kunt de vorige pagina-indeling opslaan (functie #467 op pagina 65). 5.2.5 N-in-1-functie U kunt papier besparen door 2, 4 of 8 pagina’s op 1 pagina te kopiëren. De documenten worden verkleind om op het afdrukpapier te passen. 1 Plaats het origineel (pagina 19). L Als u een pagina staand wilt afdrukken, plaatst u het origineel in de staande richting.
5. Kopieerapparaat Origineel Pagina-indeling “4 in 1” “PORTRET” L “GER.V. KOPIEREN” wordt weergegeven. Het apparaat begint na de huidige afdruktaak met kopiëren. 5.2.7 Dubbelzijdig kopiëren (optie) Wanneer u de automatische duplexeenheid (optie) aansluit, kunt u dubbelzijdig kopiëren (pagina 77). U kunt dubbelzijdige kopieën maken van enkelzijdige documenten. “LANDSCHAP” “8 in 1” 1 2 3 Plaats het origineel (pagina 19). 4 Selecteer de kant waar het papier wordt ingebonden met {V} of {^}.
5. Kopieerapparaat 4. Druk meerdere keren op {V} of {^} om de kant te selecteren waar het papier wordt ingebonden (“LINKS BINDEN” of “RECHTS BINDE”). i {Set} 5. Druk herhaaldelijk op {V} of {^} om de gewenste inbindpagina’s te selecteren. – “1”: 4 documenten afdrukken als aparte blokken. – “ALLEN”: Alle documenten afdrukken als 1 blok (alleen afdrukken in zwart-wit). 6. {Set} 7. Voer indien nodig het aantal documenten in (maximaal 99). L Meerdere kopieën worden automatisch gesorteerd. 8.
6. Fax 6 Fax verzenden Faxen 6.1 Faxen handmatig verzenden Belangrijk: L U kunt faxen alleen verzenden in zwart-wit. 6.1.1 Via de glasplaat Met behulp van de glasplaat kunt u een pagina uit een boek faxen of kleine papierformaten die niet door de automatische documentinvoer kunnen. {Fax} De resolutie selecteren 1. Druk meerdere keren op {Resolution}. – “STANDAARD”: Voor normale tekens. – “FIJN”: Voor kleine tekens. – “SUPERFIJN”: Voor zeer kleine tekens.
6. Fax nieuwe faxen voor dat functie #402 is ingeschakeld (pagina 61). Zie pagina 79 voor een uitleg over de foutmeldingen. 6.1.2 Via de automatische documentinvoer {Fax} 6.2 Items opslaan voor snelkiezen en het telefoonboek In het apparaat kunnen items worden opgeslagen voor snelkiezen (6 items) en het telefoonboek (300 items). L De snelkiesnummers 1 en 2 kunnen ook worden gebruikt voor geprogrammeerd verzenden, ook wel groepsverzending genoemd (pagina 46). L Controleer dat het lampje {Fax} brandt.
6. Fax 3 4 Voer het telefoonnummer van maximaal 32 cijfers in. i {Set} L Als u nog meer nummers wilt programmeren, voert u stap 2 t/m 3 opnieuw uit. {Menu} Opmerking: L Een koppelteken of spatie in een telefoonnummer telt voor 2 cijfers. 6.2.3 Opgeslagen nummers wijzigen 1 2 {Directory} 3 4 Bewerk indien nodig de naam. i {Set} Druk op {V} of {^} tot het gewenste onderdeel wordt weergegeven. i {Menu} i {*} 6.
6. Fax 2 Pas, indien nodig, de resolutie (pagina 43) en het contrast (pagina 43) aan. 3 4 Voer het faxnummer in met snelkiezen of telefoonboek. {Black} 6.4 Groepsverzending (Broadcast) U kunt een document verzenden naar meerdere adressen tegelijk (maximaal 20). Voor deze functie moet u de faxnummers als volgt opslaan in het groepsverzendgeheugen. Broadcast: Sla items op met snelkiezen of telefoonboek (pagina 44). Manual Broadcast: Sla items op met snelkiezen of telefoonboek (pagina 44).
6. Fax 6.4.2 Nieuwe snelkiesnummers toevoegen 1 {Directory} 2 Druk op {V} of {^} tot het gewenste groepsverzendgeheugen wordt weergegeven (“” of “”). i {Menu} i {*} 3 4 Druk op {V} of {^} tot het nummer dat u wilt toevoegen wordt weergegeven. i {Set} L Als u nog meer nummers wilt toevoegen, herhaalt u deze stap (maximaal 20 nummers). {Stop} L Als een van de nummers bezet is of niet antwoordt, wordt dit nummer overgeslagen en later nog minimaal 2 keer opnieuw gebeld.
6. Fax Faxberichten ontvangen 6.5 Computerdocumenten als faxberichten vanaf de computer verzenden De faxfunctie is Multi-Function Station toegankelijk vanuit een Windows-toepassing. U verzendt bijvoorbeeld als volgt een document dat u in WordPad hebt gemaakt. 1 2 Open het document dat u wilt verzenden. 3 4 Selecteer de apparaatnaam van de PCFAX als actieve printer. Selecteer [Print...] in het menu [File]. L Het dialoogvenster [Print] wordt weergegeven. Klik op [Print] of [OK].
6. Fax Gesprekken en faxen ontvangen U moet alle oproepen handmatig aannemen. Druk op {Black} en vervolgens op {2} voor het ontvangen van faxen. 6.6.3 Gebruik als telefoon en/of fax (TEL/FAX) Uw situatie U wilt alle gesprekken zelf aannemen en faxen automatisch ontvangen, zonder dat het toestel overgaat. Instelling Stel het apparaat in op TEL/FAX (pagina 50) door herhaaldelijk op {Fax Auto Answer} te drukken. 6.
6. Fax 6.8 Faxen handmatig ontvangen – Automatische beantwoording uitgeschakeld 2 Druk op {Fax Auto Answer} tot “TEL/FAX MODUS” wordt weergegeven. L Het lampje {Fax Auto Answer} gaat uit. 3 Het belvolume moet zijn ingeschakeld (pagina 21). Belangrijk: L Gebruik deze modus met een extra telefoon. L U kunt faxen alleen ontvangen in zwart-wit. 6.8.1 Modus TEL inschakelen 1 Zorg er vooraf voor dat functie #404 is ingesteld op “TEL” (pagina 61).
6. Fax Als er geen faxtoon wordt gedetecteerd A Het toestel gaat 3 keer over. U kunt de oproep aannemen. L Als u de oproep wilt aannemen op een andere telefoon (1) die is aangesloten op het [EXT] aansluitcontact van dit apparaat (2), pakt u de hoorn van de haak en drukt u vervolgens op {Stop} op het apparaat om met de persoon aan de andere kant van de lijn te praten. L De beller hoort een andere oproeptoon dan de toon die door de telefoonmaatschappij wordt weergegeven.
6. Fax 6.9 Apparaat samen met antwoordapparaat 6.9.1 Het apparaat en een antwoordapparaat installeren 1 Sluit het antwoordapparaat aan (1). L Het antwoordapparaat wordt niet bijgeleverd. L Verwijder de stop (2) als deze aangebracht is. L Voor de afstandsbedieningscode van het antwoordapparaat raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het antwoordapparaat. Een gesproken bericht en een fax ontvangen in één oproep De beller kan in één oproep een bericht inspreken en een fax verzenden.
6. Fax 6.11 Blokkering van ongewenste faxen (voorkomen van ontvangst van faxen van ongewenste bronnen) Als u nummerherkenning (pagina 55) inschakelt, kunt u met deze functie voorkomen dat u faxen ontvangt van oproepen zonder nummeridentificatie. Tevens worden faxen van nummers die op de blokkeringslijst staan niet door het apparaat geaccepteerd. 2. Druk op {>} tot “JUNK LIST DISP.” wordt weergegeven. i {Set} 3. Druk op {V} of {^} tot het gewenste onderdeel wordt weergegeven.
6. Fax 6.12 Faxen ontvangen op de computer U kunt faxen op de computer ontvangen. De ontvangen faxen worden opgeslagen als afbeeldingsbestand (formaat TIFF-G4). Als u faxen wilt ontvangen op de computer stelt u van tevoren de volgende functies in. – Pc-fax ontvangen (functie #442 op pagina 64) – Computerinstelling voor pc-faxontvangst (functie #443 op pagina 23) 1 Druk op {Fax Auto Answer} tot de instelling AUTO ANSWER is ingeschakeld (pagina 49). 2 3 Start Multi-Function Station.
7. Nummerweergave (beller identificatie) 7 Nummerweergave Nummerweergave (beller (beller identificatie) identificatie) 7.1 Nummerweergave Dit apparaat is geschikt voor de nummerweergave functie van de telefoonmaatschappij. Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u er wel op zijn geabonneerd. Belangrijk: L Dit apparaat voldoet aan de ETS (European Telecommunication Standard) en ondersteunt alleen de basisfuncties van CLIP (Calling Line Identification Presentation).
7. Nummerweergave (beller identificatie) 7.4 Gegevens van bellers wissen 7.5 Gegevens van bellers opslaan 7.4.1 Gegevens van alle bellers wissen 7.5.1 Opslaan in de functie voor snelkiezen en het telefoonboek 1 Druk op {Menu} tot “NR.HERK.INST.” wordt weergegeven. i {Set} L “BELLIJST WISSEN” wordt weergegeven. 2 {Set} L Druk op {Stop} en vervolgens op {Menu} om het wissen te annuleren. 3 {Set} i {Stop} L Controleer dat het lampje {Fax} brandt.
8. Programmeerbare functies 8 Programmeerbare Overzicht van functies functies 8.1 Programmeren {Menu} {Set} 1 2 3 {Menu} 4 5 {Set} Druk op {#} en de 3-cijferige code (pagina 58 t/m pagina 71). Druk op de gewenste directe selectie voor het weergeven van de gewenste instelling. L Deze stap varieert per functie. Druk op {Menu} om af te sluiten. Functies met de webbrowser selecteren (alleen LANverbinding) U kunt in plaats van het apparaat de webbrowser gebruiken om functies te wijzigen. 1.
8. Programmeerbare functies 8.2 Basisfuncties Functie/code Selectie Datum en tijd instellen {#}{1}{0}{1} Voer de datum en tijd in met de kiestoetsen. Zie pagina 21 voor meer informatie. Het logo instellen {#}{1}{0}{2} Voer het logo in met de kiestoetsen. Zie pagina 22 voor meer informatie. Het faxnummer instellen {#}{1}{0}{3} Voer het faxnummer in met de kiestoetsen. Zie pagina 22 voor meer informatie. Taal selecteren {#}{1}{1}{0} De weergave en rapportage is in de geselecteerde taal.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie Tijd voor toneronderhoud instellen {#}{1}{5}{8} Het apparaat wordt elke 24 uur automatisch geactiveerd voor onderhoud. Hiermee wordt voorkomen dat de toner hard wordt. Het geluid dat het apparaat maakt tijdens dit onderhoud kan niet worden voorkomen. Als u last hebt van het geluid, kunt u wel de begintijd wijzigen. 1. {Menu} i {#}{1}{5}{8} i {Set} 2. Voer het tijdstip in waarop het onderhoud moet beginnen.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie Wachttijd voor energiebesparingsmodus instellen {#}{4}{0}{3} De tijdsduur instellen voordat het apparaat in de energiebesparingsmodus springt. {1} “5MIN”: 5 minuten {2} “15MIN” (standaard): 15 minuten {3} “30MIN”: 30 minuten {4} “1UUR”: 1 uur Opmerking: L Tijdens de energiebesparingsmodus moet het apparaat de fixeereenheid voorverwarmen voordat ermee kan worden afgedrukt.
8. Programmeerbare functies 8.3 Faxfuncties Functie/code Selectie Het belsignaal voor TEL/FAX uitgesteld overgaan wijzigen {#}{2}{1}{2} Als u in TEL/FAX-modus een extra telefoon gebruikt, selecteert u het gewenste aantal keer dat de extra telefoon overgaat, voordat het apparaat de oproep opneemt. {1} “1” {2} “2” (standaard) {3} “3” {4} “4” {5} “5” {6} “6” {7} “7” {8} “8” {9} “9” Opmerking: L Zie pagina 50 voor meer informatie.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie Fax op een specifiek tijdstip verzenden {#}{4}{1}{2} Met deze functie kunt u profiteren van het (goedkopere) daltarief van uw telefoonmaatschappij. U kunt deze functie maximaal 24 uur vóór het gewenste tijdstip instellen. {0} “UIT” (standaard) {1} “AAN” Document verzenden: 1. Als het {Fax} lampje NIET brandt, schakelt u de faxmodus in door op {Fax} te drukken. 2. Plaats het origineel (pagina 19). 3.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie Faxactiveringscode wijzigen {#}{4}{3}{4} Als u een extra telefoon wilt gebruiken voor het ontvangen van faxen, activeert u deze functie en programmeert u de activeringscode. Belangrijk: L De faxactiveringscode moet anders zijn dan de code die u voor het antwoordapparaat hebt geprogrammeerd. {0} “UIT” {1} “AAN” (standaard) 1. {Menu} i {#}{4}{3}{4} 2. Selecteer “AAN” met {1}. i {Set} 3. Voer uw code van 2 tot 4 cijfers in, met 0–9, {*} en {#}.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie Faxen ontvangen op de computer {#}{4}{4}{2} Als u faxen wilt ontvangen op de computer, activeert u deze functie en selecteert u [PC FAX] in Multi-Function Station. {0} “UIT”: Schakelt deze functie uit. {1} “ALTIJD”: Als de verbinding naar de computer wordt herkend door het apparaat, wordt een ontvangen document naar de computer verzonden.
8. Programmeerbare functies 8.4 Kopieerfuncties Functie/code Selectie De papierinvoerlade voor het kopiëren instellen {#}{4}{6}{0} Deze functie wordt alleen weergegeven als u de optionele invoerlade hebt geïnstalleerd.
8. Programmeerbare functies 8.5 PC-afdrukfuncties Functie/code Selectie De papierinvoerlade instellen in PCL {#}{7}{6}{0} Deze functie wordt alleen weergegeven als u de optionele invoerlade hebt geïnstalleerd.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie Tekenafstand/puntgrootte instellen in PCL {#}{7}{7}{0} Stel de tekenafstand en puntgrootte in wanneer u afdrukt met PCL. 1. {Menu} i {#}{7}{7}{0} i {Set} 2. Voer de tekenafstand (van “00.44” t/m “99.99”) en de puntgrootte (van “004.00” t/m “999.75”) van het lettertype in met de kiestoetsen. L Voor de tekenafstand wordt standaard “10.00” gebruikt en voor de puntgrootte is dit “012.00”. 3.
8. Programmeerbare functies 8.6 Scanfuncties Functie/code Selectie De scanmodus voor push-scan instellen {#}{4}{9}{3} {1} “BEELD” (standaard): De gescande afbeelding wordt in het venster [Multi-Function Viewer] weergegeven. {2} “FILE”: De gescande afbeelding wordt als bestand opgeslagen. {3} “E-MAIL”: De gescande afbeelding wordt opgeslagen om als e-mailbijlage te worden verzonden. {4} “OCR”: De gescande afbeelding wordt in het OCR-venster weergegeven.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie Gegevens instellen voor het scannen en verzenden naar een FTP-server (alleen LANverbinding) L Deze functie kan alleen worden geprogrammeerd met de webbrowser. Wanneer u gescande bestanden naar een FTP-server wilt verzenden, kunt u via de webbrowser vooraf (maximaal 6) FTP-adressen registreren als bestemming voor het apparaat. 1. Start Multi-Function Station. 2. [Utilities] i [Configuration Web Page] i [Systeem Configuratie] 3.
8. Programmeerbare functies 8.7 LAN-functies Functie/code Selectie LAN-instelling met een DHCPserver {#}{5}{0}{0} {0} “ONMOGELIJK”: Schakelt deze functie uit. {1} “MOGELIJK” (standaard): De onderstaande gegevens worden automatisch toegekend via een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol)-server. – IP-adres – Subnetmasker – Standaardgateway Het IP-adres voor de LANverbinding instellen {#}{5}{0}{1} Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
8. Programmeerbare functies Functie/code Selectie IP-filter voor de LAN-verbinding {#}{5}{3}{2} {0} “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit. {1} “MOGELIJK”: Toegang wordt goedgekeurd/geweigerd op basis van voorgeprogrammeerde IP-patronen. Het goedkeuren/wijzigen op zich en maximaal 4 patronen kunnen worden geprogrammeerd via de webbrowser. 1. Start Multi-Function Station. 2. [Utilities] i [Configuration Web Page] i [Netwerk Configuratie] 3.
8. Programmeerbare functies 8.8 Netwerkfuncties (alleen LAN-verbinding) Deze functies kunnen alleen worden geprogrammeerd met de webbrowser. Functie Uitsteeksel Selectie De community-naam instellen voor SNMP [SNMP] Voer de community-naam in voor SNMP. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider of netwerkbeheerder. De locatie waar het apparaat wordt gebruikt instellen [SNMP] Voer de locatiegegevens van het apparaat in.
8. Programmeerbare functies Functie Uitsteeksel Selectie Interval voor het controleren van e-mail instellen [SCAN NAAR E-MAIL AFDRUK] Voer het gewenste interval in voor het controleren van e-mail. Optie voor het afdrukken van kopteksten instellen [SCAN NAAR E-MAIL AFDRUK] [MOGELIJK] (standaard): Het apparaat drukt de koptekst af bij een ontvangen e-mailbijlage. [ONMOGELIJK]: Schakelt deze functie uit.
9. Handige informatie 9 Handige Handige informatie informatie 9.1 Tekens invoeren Tekens en cijfers voert u in met de kiestoetsen. – Verplaats de cursor met {<} of {>}. – Druk op de kiestoetsen voor het invoeren van tekens en cijfers. – Druk op {Stop} voor het wissen van het teken of cijfer dat door de cursor wordt gemarkeerd. Houd {Stop} ingedrukt als u alle tekens en cijfers wilt wissen.
9. Handige informatie Controleer of het apparaat op hetzelfde moment niet in gebruik is voor dezelfde functie. 9.2 Status van het apparaat 9.2.
9. Handige informatie 9.3 Bewerkingen annuleren 9.4 De kleurkalibratie wijzigen U kunt de huidige bewerking van het apparaat annuleren. U kunt de gewenste bewerking ook selecteren en daarna annuleren. Wijzig de kleurkalibratie als kleuren te donker of te licht worden afgedrukt. 1 {Stop} L “GEBRUIK.STOP” wordt weergegeven. L Als “GEBRUIK.STOP” niet wordt weergegeven, ga dan verder met stap 2. 1 2 Ga als volgt te werk om het afdrukken te annuleren: Selecteer de kleur die u wilt kalibreren.
9. Handige informatie Optie 9.5 Optionele automatische duplexeenheid U kunt de optionele automatische duplexeenheid installeren. Zie pagina 7 voor aanvullende informatie. U kunt (normaal en dun) papier gebruiken van het formaat A4, Letter of Legal. Belangrijk: L Zet de stroomschakelaar UIT voordat u de optionele invoerlade gaat installeren. Zie de installatiegids voor de optionele invoerlade voor meer informatie.
9. Handige informatie geïnstalleerd en als het apparaat volledig met afdrukpapier is geladen. 9.7 De optionele invoerlade/optionele automatische duplexeenheid instellen Ga als volgt te werk als u de optionele invoerlade of optionele automatische duplexeenheid in combinatie met de computer wilt gebruiken. L Deze instelling is noodzakelijk voor het stuurprogramma voor kleurenprinters en voor zwart-witprinters. 1 2 [Start] Open het printervenster.
10. Help 10 Help Foutmeldingen 10.1 Foutmeldingen – Rapporten Als er tijdens het verzenden of ontvangen van een fax een probleem optreedt, wordt een van de volgende meldingen afgedrukt op de verzend- en activiteitenrapporten (pagina 43). Melding COMMUNICATIE STORING Code Oorzaak en oplossing 40-42 46-72 FF L Er is een overdrachts- of ontvangstfout opgetreden. Probeer het opnieuw of neem contact op met de andere partij. 43 44 L Er is een probleem met de lijn opgetreden.
10. Help 10.2 Foutmeldingen – Weergave Als het apparaat een probleem waarneemt, worden een of meer van de volgende meldingen op de display weergegeven. Display Oorzaak en oplossing “ZWARTE TONER LEEG” “CYAAN TONER LEEG” “MAGENTA TONER LEEG” “GELE TONER LEEG” b “VERV.TONER/DRUM” L De levensduur van de tonercartridge is verlopen. Vervang de tonercartridge onmiddellijk. “ZWARTE TONER LAAG” “CYAAN TONER LAAG” “MAGENTA TONER LAAG” “GELE TONER LAAG” b “VERV.
10. Help Display Oorzaak en oplossing “KLEUR DRUM BIJNA OP” “MONOCHROME DRUM BIJNA OP” b “VERV.TONER/DRUM” L De levensduur van de drumcartridge is bijna verlopen. Vervang de drumcartridge zo snel mogelijk. “COOL DOWN FUSER” L De fixeereenheid is aan het afkoelen. Wacht even. “GEHEUGEN IS VOL” L Er is geen ruimte voor het opslaan van nieuwe nummers in het telefoonboek. Wis overbodige nummers (pagina 45). “DRUM NIET GEINSTALL.
10. Help Display Oorzaak en oplossing “REDIAL TIJD OM” L De fax van de andere partij is bezet of het papier ervan is op. Probeer het opnieuw. “VERWIJDER DOC.” L Het document is vastgelopen. Verwijder het vastgelopen document (pagina 96). L Er is met de automatische documentinvoer geprobeerd een document te verzenden of te kopiëren dat langer is dan 600 mm. Druk op {Stop} om het document te verwijderen. Deel het document op in twee of meer vellen en probeer het opnieuw. “ONTV.GEH.
10. Help Problemen oplossen 10.3 Als een functie niet goed werkt 10.3.1 Algemeen Probleem Oorzaak en oplossing Het apparaat werkt niet. L Controleer de aansluitingen (pagina 17, 24). De uitvoerlade raakt snel vol of het afdrukpapier komt niet goed in de uitvoerlade terecht. L Door de hoge luchtvochtigheid krult het afdrukpapier mogelijk om. Draai het papier om en plaats dit opnieuw. Als het papier sterk is gekruld, verwijdert u dit uit de uitvoerlade.
10. Help Probleem Oorzaak en oplossing Ik ben het wachtwoord voor functieprogrammering op afstand vergeten. L Misschien hebt u het wachtwoord voor functieprogrammering gewijzigd. Als u het niet meer weet, moet u een nieuw wachtwoord instellen met functie #155 (pagina 58). Wanneer u het huidige wachtwoord moet invoeren, voert u “0101” in. 10.3.2 Problemen met afdrukken Probleem Oorzaak en oplossing Ik kan niet afdrukken in zwart-wit. OF Ik kan niet afdrukken in kleur.
10. Help Probleem Ik kan het PCL-stuurprogramma niet vinden. Oorzaak en oplossing L Het PCL-stuurprogramma staat in de volgende map op de meegeleverde cd-rom.
10. Help Probleem De naam van de gewenste computer wordt niet op het apparaat weergegeven wanneer documenten vanaf het apparaat worden gescand (alleen LANverbinding). Oorzaak en oplossing L De printerdriver is niet geïnstalleerd. Installeer deze op uw computer (pagina 24). L De functie voor de pc-namenlijst is als volgt ingesteld [Off]. Stel [PC name list up on device] in op [On] (pagina 26). L Het maximale aantal computers op het LAN is op het apparaat aangesloten (max. 30 computers).
10. Help Probleem Oorzaak en oplossing Ik kan geen documenten ontvangen. L De telefoonlijn is verbonden met de [EXT]-aansluiting van het apparaat. Sluit de lijn aan op [LINE] (pagina 17). L Functie #442 is geactiveerd en de ontvangen faxen worden automatisch naar de computer doorgestuurd. Geef de ontvangen documenten weer op de computer (pagina 54). L Zet de maximale faxsnelheid op “14.4Kbps” (functie #418 op pagina 62). Ik kan documenten niet automatisch ontvangen.
10. Help Probleem Oorzaak en oplossing De knop {Redial} of {Pause} werkt niet goed. L Als u tijdens het bellen op de knop drukt, wordt een pauze ingevoegd. Als u op de knop drukt direct na een kiestoon, wordt het laatst gebelde nummer opnieuw gebeld. Ik kan geen faxdocument op de computer ontvangen. L Zorg ervoor dat vooraf de volgende functies zijn ingesteld. – Pc-fax ontvangen (functie #442 op pagina 64) – Computerinstelling voor pc-faxontvangst (functie #443 op pagina 23) 10.3.
10. Help Probleem Oorzaak en oplossing Het faxapparaat verschijnt niet in het dialoogvenster [Select a Network Device] wanneer MultiFunction Station wordt geïnstalleerd. L Uw firewallsoftware blokkeert de verbinding en het setup-programma geeft mogelijk geen lijst met apparaten weer. Raadpleeg uw netwerkbeheerder en schakel de firewallsoftware tijdelijk uit. L Het apparaat maakt deel uit van een ander netwerksegment en het setup-programma geeft mogelijk geen lijst met apparaten weer.
10. Help Met de Windows Firewall instel-tool kunt u de veiligheidsinstellingen van Windows Firewall wijzigen en de bovengenoemde functies op de juiste wijze gebruiken. 1 Plaats de cd-rom die is meegeleverd met het apparaat in uw cd-rom-station. L Als het dialoogvenster [Select Language] wordt weergegeven, selecteer dan de taal die u voor deze software wilt gebruiken. Klik op [OK]. 2 [Tools] i [Windows Firewall Setting] L Het venster [Windows Firewall Setting Tool] wordt weergegeven.
11. Paperstoringen 11 Paperstoringen Papierstoringen 11.1 Storing afdrukpapier 1 Zet de hendel voor het openen van het deksel aan de linkerzijde (1) omhoog en trek het deksel open (2). 1 Let op: L Trek het vastgelopen papier niet met geweld weg voordat u het linkerdeksel hebt geopend. 2 L Open de papierinvoerlade niet. Het vastgelopen papier kan vasttrekken, waardoor de storing alleen maar erger wordt. 3 4 Let op: L Gedurende of direct na het afdrukken wordt de fixeereenheid (3) warm.
11. Paperstoringen 2 Verwijder het vastgelopen papier. Voorbeeld 1: Als het afdrukpapier bij de rollen is vastgelopen: 1. Verwijder het vastgelopen papier (5) voorzichtig door het naar u toe te trekken. Voorbeeld 2: Als het afdrukpapier bij de fixeereenheid is vastgelopen: 1. Haal beide groene hendels (6) naar boven tot deze niet verder kunnen. 5 6 2. Sluit het deksel aan de linkerzijde. 2. Verwijder het vastgelopen papier (7) voorzichtig door het naar u toe te trekken.
11. Paperstoringen 3. Druk de groene hendels (8) terug in de oorspronkelijke stand. Voorbeeld 3: Als het afdrukpapier in de optionele automatische duplexeenheid is vastgelopen: 1. Sluit het deksel aan de linkerzijde. 8 4. Sluit het deksel aan de linkerzijde. 2. Open het deksel van de automatische duplexeenheid (9). 9 3. Als het document is vastgelopen bij de rol: Houd het deksel van de automatisch duplexeenheid vast en verwijder het vastgelopen papier (j) door dit voorzichtig omhoog te trekken.
11. Paperstoringen Als het document bij de uitvoerlade van de automatische duplexeenheid is vastgelopen: Houd het deksel van de automatisch duplexeenheid vast en verwijder het vastgelopen papier (k) door dit voorzichtig naar u toe te trekken. 11.1.2 Als het afdrukpapier is vastgelopen bij de optionele invoerlade Op de display wordt het volgende bericht weergegeven. “PAPIER VAST” b “OPEN LADE #2 LINKS DEKSEL” 1 Open het deksel (1) aan de linkerzijde van de optionele invoerlade. k 4.
11. Paperstoringen 3 Sluit het deksel aan de linkerzijde van de optionele invoerlade. 11.1.3 Als het afdrukpapier niet goed in het apparaat wordt gevoerd Op de display wordt het volgende bericht weergegeven. – “CHECK PAPIER INV INVOER LADE#1” (standaardinvoerlade) – “CHECK PAPIER INV INVOER LADE#2” (optionele invoerlade) 1 Trek aan de papierinvoerlade totdat deze vastklikt en trek deze er dan volledig uit terwijl u de voorzijde van de lade optilt. Verwijder het afdrukpapier en leg het recht.
11. Paperstoringen 2 11.2 Vastgelopen documenten (automatische documentinvoer) Verwijder het vastgelopen document (3) voorzichtig. Als het document is vastgelopen bij de documentinvoer: 3 Let op: L Trek het vastgelopen document niet met geweld weg voordat u de documentinvoer hebt opgetild. Als het document is vastgelopen bij de documentuitvoer: 1 3 Open het deksel van de automatische documentinvoer (1) terwijl u het documentdeksel (2) vasthoudt. 1 2 3 96 Sluit de automatische documentinvoer.
12. Reinigen 3 12 Reinigen Reinigen 12.1 De witte platen en de glasplaat reinigen Sluit het documentdeksel (5). 5 Reinig de witte platen en de glasplaat als er een zwarte lijn, een witte lijn of een vuilpatroon zichtbaar is op: – het afdrukpapier – het originele document – de gescande gegevens, of – de fax die door de andere partij is ontvangen. Let op: L Gebruik voor het reinigen geen papieren producten, zoals keukenpapier of papieren zakdoekjes. 1 Open het documentdeksel (1).
12. Reinigen 4 Sluit de automatische documentinvoer. 5 Zet het apparaat aan. 12.2 De documentinvoerrollers reinigen Reinig de rollers als het document vaak vastloopt. Let op: L Gebruik voor het reinigen geen papieren producten, zoals keukenpapier of papieren zakdoekjes. 1 2 Zet het apparaat uit. Open het deksel van de automatische documentinvoer (1) terwijl u het documentdeksel (2) vasthoudt.
12. Reinigen 3 12.3 Het papiertraject reinigen Maak het papiertraject (5) schoon met een droog papieren doekje of een tissue. Maak het papiertraject binnen in het apparaat schoon wanneer een streep of een vuil patroon zichtbaar wordt boven- of onderaan het afdrukpapier. 1 2 Zet het apparaat uit. Zet de hendel voor het openen van het deksel aan de linkerzijde (1) omhoog en trek het deksel open (2). 1 5 6 2 Opmerking: L Raak de zwarte riem niet aan (6). Niet te hard afvegen.
13. Algemene informatie 13 Algemene Afgedrukte rapporten informatie 13.1 Referentielijsten en rapporten U kunt de volgende lijsten en rapporten afdrukken ter referentie. – “SETUP LIJST” – “TEL NR. LIJST” – “JOURNAALVERSLAG” – “UITZEND LIJST” – “PRINTER TEST” – “KLEUR TEST” – “NR.HERK.LIJST” – “PCL FONT LIJST” – “ADRES LIJST” – “FTP SERVER LIJST” {Menu} {Set} {<}{>} 1 2 Druk op {Menu} tot “PRINTVERSLAG” wordt weergegeven. 3 Druk op {Set} om het afdrukken te starten.
13. Algemene informatie Specificaties 13.2 Specificaties ■ Type aansluiting: Openbaar geschakeld telefoonnet (analoog) ■ Documentformaat: Max. 216 mm breed en max. 600 mm lang ■ Effectieve scanbreedte: 208 mm ■ Effectieve afdrukbreedte: A4: 202 mm Letter/Legal: 208 mm ■ Verzendsnelheid*1: Circa 4 seconden/pagina (ECM-MMR verzending uit geheugen) *2 ■ Scanresolutie: Scanresolutie: maximaal 600 × 1.200 dpi (optisch) maximaal 9.600 × 9.
13.
13. Algemene informatie Levensduur drumeenheid De drumcartridge moet regelmatig worden vervangen. De daadwerkelijke levensduur van een drumeenheid hangt af van diverse factoren, waaronder de temperatuur, de vochtigheid, het type papier en de hoeveelheid toner die u gebruikt voor het aantal vellen per printopdracht. De maximale levensduur is circa 10.000 vellen.
13. Algemene informatie Copyrights 13.3 Gegevens over copyrights en licenties L In dit product wordt een gedeelte van de NetBSD-kernel gebruikt. Het gebruik van een gedeelte van de NetBSD-kernel is gebaseerd op de onderstaande standaard BSD-stijl licentie. Copyright (c) The Regents of the University of California. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1.
13. Algemene informatie Copyright (c) 1982, 1986, 1990, 1991, 1993 The Regents of the University of California. All rights reserved. Copyright (c) 1982, 1986, 1990, 1993 The Regents of the University of California. All rights reserved. Copyright (c) 1982, 1986, 1990, 1993, 1994 The Regents of the University of California. All rights reserved. Copyright (c) 1982, 1986, 1991, 1993 The Regents of the University of California. All rights reserved.
13. Algemene informatie Copyright (c) 1996,1999 by Internet Software Consortium. Copyright (c) 1996-1999 by Internet Software Consortium. Copyright (c) 1997 Jonathan Stone and Jason R. Thorpe. All rights reserved. Copyright (c) 1997 Christos Zoulas. All rights reserved. Copyright (c) 1997 Manuel Bouyer. All rights reserved. Copyright (c) 1997, 1998 The NetBSD Foundation, Inc. All rights reserved. Copyright (c) 1997, 1998, 1999, 2000 The NetBSD Foundation, Inc. All rights reserved.
13. Algemene informatie L Dit product is voorzien van Net-SNMP-software en maakt hiervan gebruik volgens de onderstaande licentievoorwaarden.
13. Algemene informatie ---- Part 3: Cambridge Broadband Ltd. copyright notice (BSD) ----Portions of this code are copyright (c) 2001-2003, Cambridge Broadband Ltd. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: * Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer.
13. Algemene informatie FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
13. Algemene informatie L Dit product is voorzien van NetBSD-software en maakt hiervan gebruik volgens de onderstaande licentievoorwaarden. /* * Copyright (c) 1989 The Regents of the University of California. * All rights reserved. * * This code is derived from software contributed to Berkeley by Tom Truscott. * * Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided * that the following conditions are met: * 1.
13. Algemene informatie * LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND * ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT * (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS * SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. */ L Dit product is voorzien van NetBSD-software en maakt hiervan gebruik volgens de onderstaande licentievoorwaarden.
13. Algemene informatie L Dit product is voorzien van NetBSD-software en maakt hiervan gebruik volgens de onderstaande licentievoorwaarden. /** Copyright (c) 1990 The Regents of the University of California. * All rights reserved. * * This code is derived from software contributed to Berkeley by Chris Torek. * * Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided * that the following conditions are met: * 1.
13. Algemene informatie L Dit product is voorzien van NetBSD-software en maakt hiervan gebruik volgens de onderstaande licentievoorwaarden. /* * Copyright (c) 1989 The Regents of the University of California. * All rights reserved. * * This code is derived from software contributed to Berkeley by Tom Truscott. * * Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided * that the following conditions are met: * 1.
14. Index 14. Index 14.
14.
14.
Notities 117
Notities 118
Notities 119
PNQX1805ZA CM1008DT0 (CD)