Operation Manual

6. Programmeerbare functies
34
6 Progr ammeerbare fun ctiesOverzi cht van func ties
6.1 Programmeren
6.1.1 Basisfuncties programmeren
1
Druk op
{
MENU
}
.
2
Selecteer de functie die u wilt programmeren.
Druk op
{<}
of
{>}
tot de gewenste functie wordt
weergegeven.
L
De huidige instelling van de functie wordt
weergegeven.
3
Druk op
{A}
of
{B}
tot de gewenste instelling wordt
weergegeven.
L
Deze stap varieert licht per functie.
4
Druk op
{
SET
}
.
L
De geselecteerde instelling is afgerond en de
volgende functie wordt weergegeven.
5
Als u met programmeren wilt stoppen, drukt u op
{
MENU
}
.
6.1.2 Geavanceerde functies
programmeren
1
Druk op
{
MENU
}
.
2
Druk op
{<}
of
{>}
tot het
ADVANCE SETTINGS
wordt weergegeven.
3
Druk op
{
SET
}
.
4
Selecteer de functie die u wilt programmeren.
Druk op
{<}
of
{>}
tot de gewenste functie wordt
weergegeven.
L
De huidige instelling van de functie wordt
weergegeven.
5
Druk op
{A}
of
{B}
tot de gewenste instelling wordt
weergegeven.
L
Deze stap varieert licht per functie.
6
Druk op
{
SET
}
.
L
De geselecteerde instelling is afgerond en de
volgende functie wordt weergegeven.
7
Als u met programmeren wilt stoppen, drukt u op
{
MENU
}
.
De programmering annuleren
Druk op
{
MENU
}
om het programmeren te stoppen.
Programmeren door het
programmacodenummer direct in te voeren
U kunt functies selecteren door direct de
programmacode (# en tweecijferig nummer) in te voeren,
in plaats van
{<}
of
{>}
te gebruiken.
1.
Druk op
{
MENU
}
.
2.
Druk op
{#}
en het tweecijferige codenummer (page
34 t/m page 36).
3.
Druk op
{A}
of
{B}
tot de gewenste instelling wordt
weergegeven.
4.
Druk op
{
SET
}
.
5.
Als u met programmeren wilt stoppen, drukt u op
{
MENU
}
.
6.2 Basisfuncties
Code #01: Datum en tijd instellen
SETDATE&TIME
PRESS SET
Zie page 15 voor meer informatie.
Code #02: Het logo instellen
YOUR LOGO
PRESS SET
Zie page 16 voor meer informatie.
Code #03: Uw faxnummer instellen
YOUR FAX NO.
PRESS SET
Zie page 18 voor meer informatie.
Code #04: Verzendrapport afdrukken
SENDING REPORT
=ERROR [±]
Het verzendrapport met de resultaten van het verzenden
van faxberichten afdrukken (page 25).
ERROR
(standaard): Een verzendrapport wordt alleen
afgedrukt als de verzending niet is gelukt.
ON
: Een verzendrapport wordt na elke verzending
afgedrukt.
OFF
: Er worden geen verzendrapporten afgedrukt.
{SET}{MENU}
{<}{>}{A}{B}
FL511BL_nl.book Page 34 Monday, August 4, 2003 2:38 PM