Operating Instructions

- 75 -
U kunt de scherpstelmethode selecteren al naargelang de positie van het onderwerp.
U kunt de methode van het licht meten, die voor het meten van de
helderheid gebruikt wordt, veranderen.
[De Scène stand] zal op
(UIT) gezet worden als de [MEETFUNCTIE]
op (CENTRUM) of (SPECIFIEK PUNT) gezet wordt terwijl de
[Scène stand] (
l
66) op (HDR Comp. Achtergrondlicht).
[SCHERPSTELMODE]
[MENU]: # [SCHERPSTELMODE] # gewenste instelling
(9-PT AUTOFOCUS):
Het toestel stelt het brandpunt automatisch
vast door in het opnamebereik uit 9
brandpunten ( ) te kiezen.
(SPOTFOCUS):
Het toestel stelt scherp op het onderwerp
dat zich op het brandpuntteken ( )
bevindt dat in het midden van de LCD-
monitor weergegeven wordt.
MENU OPNAME 4
[MEETFUNCTIE]
[MENU]: # [MEETFUNCTIE] # gewenste instelling
(MULTI): Het toestel schat automatisch de
verdeling van de helderheid over het
scherm en meet dit om er zeker van te
zijn dat de belichting juist is.
(CENTRUM): Het toestel stelt een gemiddelde
waarde van de lichtmetingen over het
gehele scherm in waarbij het
onderwerp op het midden van het
scherm zwaarder weegt.
(SPECIFIEK PUNT): Het toestel meet het onderwerp dat zich
op het meetteken van het punt ( )
bevindt dat in het midden van de LCD-
monitor weergegeven wordt.
3
4
4