Operating instructions

- 33 -
Over het scherpstelgebied
Als [SCHERPSTELMODE] (l 69) op
[9-PT AUTOFOCUS] gezet is, wordt
(focuszone A) weergegeven op de positie
waarin de focus verkregen werd.
Het toestel zal uit negen focuspunten
binnen de opnamezone automatisch de
positie bepalen waarin het brandpunt
verkregen werd. Als de focuszone in een ongewenste positie
verschijnt, probeer dan de camerahoek bij te stellen, enz., en stel
opnieuw scherp.
Als een groot gebied op het midden van het scherm scherp gesteld
wordt, zal een grote focuszone weergegeven worden.
Als [SCHERPSTELMODE] (l 69) op [SPOTFOCUS] gezet is, kan het
toestel scherpstellen op het onderwerp in het midden van de
opnamezone.
Als het risico op schudden toeneemt wegens een lage sluitersnelheid
tijdens het fotograferen, zal (de icoon van de schuddende
camera) op de LCD-monitor verschijnen. Wanneer dat gebeurt, sluit
dan een statief op het toestel aan om schudden tijdens de opname te
voorkomen of zet [FLITS] op ßA (AUTO). (l 67)
Bij opnames in een donkere omgeving kan het schrijven naar de kaart
enige tijd vergen.
Om een beeld af te drukken, moet het op de SD-kaart (l 109)
bewaard worden en moet voor het afdrukken een PC of een printer
worden gebruikt.
De randen van foto’s die gemaakt zijn met dit apparaat met een 16:9
aspectratio zouden eraf geknipt kunnen worden bij het printen.
Controleer dit op de printer of de fotostudio voordat u print.
Raadpleeg pagina 162 over het aantal beelden dat opgenomen kan
worden.
14
14
M
14
M