Operating Instructions

Table Of Contents
- 115 -
Verander de onderinstelling van de ingebouwde microfoon (5.1 ch) naar keus.
Zet de [MIC INSTELLEN] op [SURROUND] of [ZOOM MIC]. (l 50)
Stel normaal gesproken in op [0dB].
Selecteer [+3dB] of [+6dB] voor een sterk power-gevoel op het basniveau.
Zet [MIC INSTELLEN] op [2ch]. (l 50)
De geluidsvervorming kan minder worden als de ingebouwde microfoon (2 ch) of de externe
microfoon gebruikt worden door [AAN] in te stellen ( wordt op het opnamescherm
weergegeven) De opnames zullen met natuurlijk geluid gemaakt worden als [UIT] ingesteld
is.
Gebruik de knoppen van de volumeregeling (CH1, CH2) om het ingangsniveau van de
audio te regelen.
Stelt het ingangsniveau van de externe microfoon in, die op de aansluitingen van
audio-ingang 1 aangesloten is (XLR 3 pinnen).
Stelt het ingangsniveau van de externe microfoon in, die op de aansluitingen van
audio-ingang 2 aangesloten is (XLR 3 pinnen).
[BASS INSTELLING]
[0dB]/[+3dB]/[+6dB]/[Windruis]
[2ch Mic. ALC]
[AAN]/[UIT]
[EXT. MIC INPUT1]
[-50dB]/[-60dB]
[EXT. MIC INPUT2]
[-50dB]/[-60dB]