Operating Instructions

Table Of Contents
- 107 -
De toon of het contrast van het beeld wordt ingesteld in overeenstemming met de
opgenomen scènes.
1 Raak [GAMMA] aan.
2 Raak de gewenste instellingsoptie aan.
De volgende (vorige) pagina kan weergegeven worden door aanraking van / .
Als u [CINEMA-DYN.] of [CINEMA-VID.] selecteert. adviseren wij om het diafragma voor
optimale resultaten donkerder in te stellen dan voor een normaal beeld. (l 47)
3 Raak [STOP] aan om het menuscherm te verlaten.
Om overbelichting te voorkomen, selecteert u het compressieniveau van videosignalen met
hoge intensiteit die via de beeldsensor ontvangen worden.
1 Raak [KNEE] aan.
2 Raak de gewenste instellingsoptie aan.
3 Raak [STOP] aan om het menuscherm te verlaten.
Het toestel gaat op [AUTO] staan en de instelling kan in de volgende gevallen niet
veranderd worden:
jAls [DRS] op iets anders staat dan op [UIT]
jAls [GAMMA] op [CINEMA-DYN.] of [CINEMA-VID.] gezet is
[GAMMA]
[HD NORM]: Deze gamma-instelling is geschikt voor opnames met High
Definition.
[LAAG]: Dit is een gamma-instelling met een geleidelijke helling bij de laag
verlichte zone. Het zal een ongestoorde video met een scherper
contrast voortbrengen.
[SD NORM]: Dit is de video-instelling voor standaardbeelden.
[HOOG]: Dit is een gamma-instelling met een steile helling bij de laag
verlichte zone. Het zal een helderder video met een grotere
gradatie op de laag verlichte zones en met een zachter contrast
voortbrengen.
[B.PRESS]: Maakt het contrast scherper dan [LAAG].
[CINEMA-DYN.]: Dit is een gamma-instelling om de video op een bioscoopfilm te
doen lijken.
[CINEMA-VID.]: Dit is een gamma-instelling om de video op een bioscoopfilm met
een hoger contrast dan [CINEMA-DYN.] te doen lijken.
[KNEE]
[AUTO]: Stelt automatisch in, afhankelijk van het signaal dat van de
beeldsensor afkomstig is.
[LAAG]: Lage instelling (de compressie start bij ongeveer 80%.)
[MIDDEL]: Mediuminstelling (de compressie start bij ongeveer 90%.)
[HOOG]: Hoge instelling (de compressie start bij ongeveer 100%.)