Operating Instructions

- 72 -
De defaultinstellingen van deze functie zijn in de opnamewijze voor foto’s en in
de opnamewijze voor video’s.
De opname wordt langer afhankelijk van het aantal opnamepixels.
Raadpleeg pagina 156 over het aantal beelden dat opgenomen kan worden.
De opnamekwaliteit instellen
Hiermee kunt u de beeldverhouding van de foto’s selecteren overeenkomstig het afdrukken
of het afspelen.
De defaultinstelling van deze functie is [3:2].
Wanneer de beeldverhouding is ingesteld op [4:3] of [3:2] kunnen zwarte randen worden
afgebeeld langs de linker- en rechterzijkant van het scherm.
De randen van foto’s met een beeldverhouding van [16:9] worden bij het afdrukken
mogelijk afgesneden. Controleer de printer of fotostudio alvorens at te drukken.
[KWALITEIT]
: [FOTO] # [KWALITEIT] # gewenste instelling
: Foto’s worden genomen met een hoge opnamekwaliteit.
:
Voorkeur wordt gegeven aan het aantal genomen foto’s. Foto’s worden genomen
met de normale beeldkwaliteit.
[ASPECT RATIO]
: [FOTO] # [ASPECT RATIO] # gewenste instelling
[4:3]: Beeldverhouding van 4:3 televisie
[3:2]: Beeldverhouding van een conventionele filmcamera of voor afdrukken
(zoals L-size print)
[16:9]: Beeldverhouding van een high definition televisie, enz.
14.2
M
13.3
M
MENU
MENU