Operating instructions
- 65 -
Stelt de kwaliteit van het beeld in tijdens het opnemen.
Stel in door het beeld uit te voeren naar een televisie en dan de beeldkwaliteit te veranderen.
≥ Deze instelling wordt gehandhaafd als u tussen de opnamewijze voor videobeelden
en de opnamewijze voor stilstaande beelden schakelt.
≥ Naar de handmatige werking schakelen. (l 71)
1 Selecteer het menu.
2 Raak de gewenste instellingsopties aan.
3 Raak / aan om de instellingen uit te voeren.
4 Raak [ENTER] aan.
≥ Raak [STOP] aan om de instellingen te voltooien.
≥ verschijnt op het beeldscherm.
Delen waar het waarschijnlijk is dat een witte verzadiging
optreedt (kleurverzadiging) (zeer helder verlichte of
glanzende delen) worden weergegeven met diagonale
strepen (zebrapatroon).
≥ Naar de handmatige werking schakelen. (l 71)
≥ U kunt een opname maken met minder witverzadiging als
u de sluitertijd of helderheid (diafragma/gain) handmatig aanpast. (l 73)
≥ Het zebrapatroon verschijnt niet op de gemaakte opnamen.
[BEELDINSTEL.]
: [OPNAME INST.] # [BEELDINSTEL.]
[SCHERPTE]: Scherpte van de rand
[KLEUR]: Diepte van de kleur van het beeld
[BELICHTING]: Helderheid van het beeld
[WB aanpassing]: Kleurbalans beeld
[ZEBRA]
: [OPNAME INST.] # [ZEBRA] # [AAN]
≥ Het is mogelijk om in de handmatige functie op het
snelmenu in te stellen. (l 32)
MENU
A Zebrapatroon
MENU










