Operating Instructions

- 46 -
Tijdens het opnemen kan het ingangsniveau van de ingebouwde microfoons bijgesteld worden.
Naar de handmatige werking schakelen. (l 48)
1 Selecteer het menu.
2
(Als [Instel.r ]/[Instel.] geselecteerd is)
Druk op 2/1 om af te stellen.
Stel het gevoeligheidsniveau van de microfoon
zodanig in dat de laatste 2 balken van de gain-
waarde niet rood zijn. (Anders wordt het geluid
vervormd.) Selecteer een lagere instelling voor
het gevoeligheidsniveau van de microfoon.
3 Druk op de ENTER knop om het
inputniveau van de microfoon te bepalen
en druk vervolgens op de MENU knop.
(Meter voor ingangsniveau
microfoon) verschijnt op het scherm.
Wanneer u het toestel op de Intelligent auto mode zet, wordt de instelling vastgezet op
[AUTO] en kan niet veranderd worden.
De meter van het ingangsniveau van de microfoon toont de grootste input van de
2 ingebouwde microfoons.
U kunt niet opnemen met het geluid volledig onderbroken.
De opnamekwaliteit instellen
[Mic. Niveau]
: [OPNAME INST.] # [Mic. Niveau] # gewenste instelling
[AUTO]: AGC wordt ingeschakeld en het gevoeligheidsniveau van de
microfoon voor opnemen wordt automatisch ingesteld.
[Instel.r ]: Het gewenste gevoeligheidsniveau van de microfoon voor
opnemen kan worden ingesteld.
AGC wordt geactiveerd, het lawaai reducerend.
[Instel.]: Het gewenste gevoeligheidsniveau van de microfoon voor
opnemen kan worden ingesteld.
U zult zo in staat zijn natuurlijk klinkend geluid op te nemen.
[KWALITEIT]
: [FOTO] # [KWALITEIT] # gewenste instelling
: Foto’s worden genomen met een hoge opnamekwaliteit.
:
Voorkeur wordt gegeven aan het aantal genomen foto’s. Foto’s worden
genomen met de normale beeldkwaliteit.
A Links
B Rechts
C
Microfoongevoeligheidsniveau