Operating Instructions

- 23 -
De volgende functies die geschikt zijn voor de omstandigheden, worden ingesteld zodra u
alleen maar het toestel richt op wat u wilt opnemen.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kan het zijn dat het toestel niet de gewenste
werkwijze aanneemt.
In de portret-, spotlight- en low light-functie zal het gedetecteerde gezicht door een wit
kader omgeven worden. In de portretfunctie zal het grootste onderwerp, dat zich dicht bij
het midden van het scherm bevindt, door een oranje kader omgeven worden. (l 44)
Gezichten kunnen misschien niet gedetecteerd worden, afhankelijk van de
opnameomstandigheden, zoals gezichten van bepaalde afmetingen of die in een bepaalde
stand gekanteld zijn of wanneer de digitale zoom gebruikt wordt.
Basis
Intelligent auto mode
Instelling Scène Effect
Portret Wanneer het
onderwerp een
persoon is
De gezichten worden automatisch
herkend en scherpgesteld, en de
helderheid wordt zodanig ingesteld dat
de gezichten duidelijk worden
opgenomen.
Landschap Opnemen buitenshuis Het gehele landschap wordt met
levendige kleuren opgenomen zonder
dat de lucht in de achtergrond witachtig
wordt wanneer deze erg helder is.
Spotlight Onder een spot Een zeer helder onderwerp wordt
duidelijk opgenomen.
Weinig licht Donker vertrek of
schemering
De camera kan duidelijke beelden
opnemen in een donker vertrek of in de
schemering.
Normaal Overige situaties Het contrast wordt automatisch ingesteld
voor heldere beelden.
Toets Intelligent auto/
Handmatige werking
Druk op deze toets om naar
Intelligent auto mode/
Handmatige werking over te
schakelen.
Raadpleeg pagina 48 voor de
handmatige werking.