Operation Manual
Aansluiting en herkenning
Nadat de software is geïnstalleerd, moet deze unit op
de computer worden aangesloten en door de
computer worden herkend.
•
Installeer dus eerst de software en sluit pas
daarna deze unit aan.
•
Verwijder de CD-ROM als deze zich nog in de
drive bevindt. (Als het scherm [Setup Menu]
opstart, wacht u tot het gereed is en verwijder
daarna de CD-ROM.)
•
Als de herkenningsprocedure niet correct is
uitgevoerd, zal de computer de aangesloten unit
(deze videocamera) niet kunnen vinden.
•
Als de unit niet normaal werkt, betekent dit dat de
installatieprocedure en herkenningsprocedure niet
correct is uitgevoerd.
1 Sluit deze unit aan op de AC-adapter.
•
Als de unit namelijk op de accu werkt, is
bediening niet mogelijk wanneer deze unit is
aangesloten op een computer.
2 Plaats een SD-kaart met beeldgegevens
in deze unit en zet de unit aan.
3 Sluit deze unit aan op een computer.
USB-kabel (bijgeleverd)
Het keuzescherm voor de USB-functie zal
verschijnen.
•
De connectors zover mogelijk insteken. De unit
en computer zullen niet goed werken als de
connectors niet ver genoeg zijn ingestoken.
•
Gebruik geen andere USB-kabel dan de
bijgeleverde. (De werking met andere USB-kabels
wordt niet gegarandeerd.)
4 Selecteer [PC CONNECT] en druk op de
cursorknop.
Deze unit wordt automatisch door de computer
herkend.
•
Verandering van bedieningsmodus en
stroomuitschakeling is niet mogelijk als de unit is
aangesloten op een computer.
In dit geval koppelt u de USB-kabel los ( 103).
•
Wanneer de computer de SD-kaart inleest, zal de
kaartslot-indicator gaan branden. (Tijdens het
inlezen van de kaart verschijnt op het LCD-
scherm.) Koppel de USB-kabel of AC-adapter niet
los terwijl de kaart in gebruik is omdat daardoor
gegevens kunnen worden beschadigd.
•
Als deze unit voor het eerst op een computer
wordt aangesloten moet de computer mogelijk
opnieuw worden opgestart.
A
101
VQT1H64
Met een computer
A










