Operating Instructions
Table Of Contents
- Lees dit eerst
- Inhoudsopgave
- Voorbereiding
- Basis
- Geavanceerd (opnemen)
- Geavanceerd (Afspelen)
- Kopiëren/Dubben
- Wi-Fi
- Draadloze tweelingcamera
- Met een PC
- Overige
- 142 -
Om de Wi-Fi-functie te gebruiken, sluit u dit toestel aan op een draadloos toegangspunt of
smartphone via Wi-Fi.
≥ Afhankelijk van de Wi-Fi-verbindingsmethode, zijn verschillende Wi-Fi-functies beschikbaar.
≥ Als u [Geschiedenis] selecteert, kunt u een Wi-Fi-verbinding tot stand brengen waarbij gebruik
gemaakt wordt van de instellingen van een eerder gebruikte Wi-Fi-functie. (l 149)
∫ Het statuslampje en de statusicoon van de verbinding wanneer
verbinding met Wi-Fi gemaakt is
≥ Raadpleeg voor informatie over hoe een Wi-Fi-verbinding voor de draadloze
tweelingcamerafunctie opgezet moet worden pagina 158; raadpleeg 162 voor informatie over de
verbindingsstatusiconen.
Wi-Fi
Instellen van een Wi-Fi-verbinding
Wi-Fi-
verbindingsmethoden
Aansluiten op een draadloos
toegangspunt (l 144)
Opzetten van een rechtstreekse
verbinding met een smartphone
(l 147)
Beschikbare Wi-Fi-
functies
≥ [Afst. Bedien.] (l 132)
≥ [Afsp. DLNA] (l 135)
≥ [Kopieer] (l 137)
≥ [Afst. Bedien.] (l 132)
A Brandt groen
≥ Het statuslampje brandt groen als dit toestel met een
apparaat van bestemming verbonden is nadat een
Wi-Fi-verbinding tot stand gebracht is.
≥ Als Wi-Fi afgesloten is, brandt het statuslampje
opnieuw rood.
B De statusicoon van de verbinding
Wanneer verbinding met een draadloos
toegangspunt gemaakt is:
verbonden met Wi-Fi/ niet verbonden met Wi-Fi
≥ Het display zal als volgt veranderen volgens de
intensiteit van de radiogolven: (Zwak) # #
# (Sterk).
Wanneer een directe verbinding gemaakt is:
verbonden met Wi-Fi/ niet verbonden met Wi-Fi










