Operating instructions

- 71 -
Tijdens het opnemen kan het ingangsniveau van de ingebouwde microfoons bijgesteld worden.
1 Selecteer het menu.
2 (Als [Instel. ]/[Instel. ] geselecteerd is)
Raak / aan om in te stellen.
Stel het gevoeligheidsniveau van de microfoon zodanig in
dat de laatste 2 balken van de gain-waarde niet rood zijn.
(Anders wordt het geluid vervormd.) Selecteer een lagere
instelling voor het gevoeligheidsniveau van de microfoon.
3 Raak [ENTER] aan.
Raak [STOP] aan om de instelling te voltooien.
(ingangsniveaumeter microfoon)
verschijnt op het scherm.
Als [MIC INSTELLEN] op [ZOOM MIC] staat, zal het volume anders zijn, al naargelang de
zoomsnelheid.
De meter van het ingangsniveau van de microfoon toont de grootste input van de
2 ingebouwde microfoons.
U kunt niet opnemen met het geluid volledig onderbroken.
[Mic. Niveau]
: [OPNAME INST.] # [Mic. Niveau] # gewenste instelling
[AUTO]: AGC wordt ingeschakeld en het gevoeligheidsniveau van de
microfoon voor opnemen wordt automatisch ingesteld.
[Instel. ]: Het gewenste opnameniveau kan ingesteld worden. AGC wordt
geactiveerd en de vervormingen van het geluid worden
gereduceerd.
[Instel. ]: Het gewenste opnameniveau kan ingesteld worden. De geluiden
worden met een natuurlijke kwaliteit opgenomen.
MENU
A Links
B Rechts
C Microfoongevoeligheidsniveau