Operating instructions

- 151 -
U kunt de toestelnaam van dit toestel (SSID), die gebruikt wordt om dit toestel als een draadloos
toegangspunt te gebruiken, bekijken en veranderen.
1 Raak [INPUT] aan en voer de gewenste toestelnaam (SSID) in.
Het wordt aanbevolen tot 20 karakters in te voeren. Niet alle karakters kunnen bevestigd worden
wanneer de Inrichtingsnamen op dit toestel weergegeven worden als een lange Inrichtingsnaam
gebruikt wordt. (l 131)
Raadpleeg voor details over het invoeren van
karakters pagina 65.
2 Raak [STOP] aan.
Als u direct gaat verbinden met een smartphone na het veranderen van de Inrichtingsnaam
(SSID), stel dan de verbinding opnieuw in met de veranderde Inrichtingsnaam (SSID). (l 131)
Het wachtwoord dat ingevoerd is tijdens de instelling van directe verbinding kan niet veranderd
worden. (l 131)
U kunt de instellingen van uw draadloos LAN-netwerk veranderen, zoals het [IP-adres], het
[Subnetmasker] en het [MAC-adres].
Als u [AUTO] aanraakt, worden de instellingen van het netwerk automatisch geconfigureerd. Als
u [HANDMATIG] aanraakt, kunt u ieder item afzonderlijk instellen. Selecteer het item dat u wenst
in te stellen en stel het in.
[MAC-adres] kan niet veranderd worden.
[Toestelnaam]
[Wireless LAN setup]
[IP-adres]/[Subnetmasker]/[Gateway]/[Primaire DNS]/[Secundaire DNS]/[MAC-adres]