Operating instructions

- 72 -
2 Selecteer de video-ingang op uw televisie.
Voorbeeld:
selecteer het [HDMI]-kanaal met een HDMI-minikabel.
Selecteer het [Video 2]-kanaal met een AV-kabel
(de naam van het kanaal kan anders zijn, afhankelijk van de aangesloten televisie).
Controleer de ingangsinstelling (ingangsschakelaar) en de instelling van de audio-ingang op de
televisie. (lees voor meer informatie de handleiding van de televisie.)
3 Verander de functie naar op afspelen.
Wanneer het apparaat op een TV aangesloten wordt, zal het beeld van de TV in de volgende
gevallen niet weergegeven worden. Gebruik de LCD-monitor van het apparaat.
j Video’s opnemen
j Instelling van PRE-REC
Beelden bekijken op een
televisiescherm met
beeldverhouding (4:3), of
wanneer beide zijkanten van
de beelden niet op het scherm
worden weergegeven
Verander de instelling op het menu zodat de
beelden goed worden weergegeven.
(Controleer de instelling van de televisie.)
Als u de optie op [4:3] zet en dit toestel en de
TV op elkaar aansluit met de AV-kabel, kan
het zijn dat de beelden of de menuschermen
in een gereduceerd formaat weergegeven
worden.
Voorbeeld van beelden met een [16:9]
beeldverhouding op een gewone TV (4:3)
Als een breedbeeldtelevisie is aangesloten,
stelt u de beeldverhouding van de televisie in.
(zie voor meer informatie de
gebruiksaanwijzing van de televisie.)
Scherminformatie weergeven
op de televisie
Als de menu-instelling veranderd is, kan de
informatie die op het beeldscherm getoond
wordt (bedieningsicoon en tijdcode, enz.) wel/
niet op de TV weergegeven worden.
* Deze instelling is alleen in de opnamewijze
beschikbaar.
:[INSTELLEN]
#
[TV Beeldformaat]
#
[4:3]
[TV Beeldformaat]-instelling
[16:9] [4:3]
: [INSTELLEN] # [EXT. DISPLAY] #
gewenste instelling
[Eenvoudig]*:
Informatie wordt
gedeeltelijk weergegeven
[Gedetailleerd]:
Alle informatie wordt
weergegeven
[UIT]:
Niet weergegeven