Operating instructions

- 43 -
Selecteer de bedieningspictogrammen om verschillende effecten aan de opgenomen beelden toe
te voegen.
¬ Zet de functie op .
1 Druk op de ENTER knop om de
bedieningsiconen op het
beeldscherm weer te geven.
De aanduiding verandert elke keer dat u op
de 4 van de cursorknop drukt.
Druk op de ENTER knop om de
bedieningsicoon wel/niet weer te geven.
2 (bijv. Tegenlichtcompensatie)
Selecteer een
bedieningspictogram.
Selecteer het bedieningspictogram nogmaals
om de functie te annuleren.
Raadpleeg de betreffende pagina’s voor het
annuleren van de volgende functies.
j Help mode (l 44)
j Richtlijn (l 45)
De icoon wordt weergegeven als de
bedieningsicoon ingesteld wordt.
Bedieningspictogrammen
*1 Niet afgebeeld tijdens het opnemen.
*2 Het wordt niet weergegeven in de
intelligent auto mode.
*3 alleen / .
Indien u het toestel uitschakelt of de modus
op , dan worden de functies
Tegenlichtcompensatie, Tele macro,
PRE-REC en Kleur Nachtzicht gewist.
Indien u de stroom uitschakelt, wordt de fade-
functie gewist.
De instelling is mogelijk vanuit het menu.
(Behalve voor de Help mode)
Geavanceerd (opnemen)
Opnamefuncties van de
bedieningsiconen
1/2 1/2
ワユヹヵワユヹヵ
1/2
ワユヹヵ
1/2 1/2
ワユヹヵワユヹヵ
1/2
ワユヹヵ
Faden
Tegenlichtcompensatie
Help mode
*1
Richtlijn
Tele macro
*1,3
PRE-REC
*1
Kleur nachtzicht
*1,2
Intelligent contrast controle
*2