Operating instructions

- 33 -
4 (Alleen wanneer u de regio van uw reisbestemming instelt)
Selecteer [BESTEMMING] m.b.v.
2/1 en druk vervolgens op de ENTER knop.
Wanneer de thuisregio voor het eerst ingesteld wordt, verschijnt het beeldscherm voor de keuze
van de thuis-/reisbestemming nadat de thuisregio ingesteld is. Is de thuisregio al een keer
ingesteld, voer dan de menuhandelingen van stap 1 uit.
5 (Alleen wanneer u de regio van uw
reisbestemming instelt)
Selecteer uw reisbestemming
m.b.v.
2/1 en druk vervolgens
op de ENTER knop.
Druk op 3 om zomertijd in te stellen.
verschijnt en de
zomertijdinstelling wordt
ingeschakeld. De tijd van de
reisbestemming en het tijdverschil ten
opzichte van de tijd van de thuisregio
worden met één uur vooruit gezet.
Druk opnieuw op 3 om naar de
gewone tijdinstelling terug te keren.
Druk op MENU om de instelling te verlaten. wordt afgebeeld en de tijd op de
reisbestemming wordt afgebeeld.
Het scherm terugzetten naar de thuisinstelling
Stel de thuisregio in door stappen 1 tot 3 te volgen en sluit de instelling af door op de MENU toets te
drukken.
Als u uw reisbestemming niet kunt vinden in het gebied dat op het scherm wordt afgebeeld, stelt
u het in aan de hand van het tijdsverschil met uw thuisregio.
Het is mogelijk om de weergavewijze van de datum en de tijd te veranderen.
Het is mogelijk om het datumformaat te veranderen.
[Datum/Tijd]
: [INSTELLEN] # [Datum/Tijd] # gewenste instelling
[DATUM]/[D/T]/[UIT]
[Datumstijl]
: [INSTELLEN] # [Datumstijl] # gewenste instelling
[J/M/D]/[M/D/J]/[D/M/J]
C De plaatselijke tijd op uw geselecteerde
reisbestemming
D Het tijdverschil tussen de
reisbestemming en de thuisregio