Operating instructions
- 26 -
De volgende functies die geschikt zijn voor de omstandigheden, worden ingesteld zodra u alleen
maar het toestel richt op wat u wilt opnemen.
≥ Afhankelijk van de opnameomstandigheden kan het zijn dat het toestel niet de gewenste
werkwijze aanneemt.
≥ In de portret-, spotlight- en low light-functie zal het gedetecteerde gezicht door een wit kader
omgeven worden. In de portretfunctie zal het grootste onderwerp, dat zich dicht bij het midden
van het scherm bevindt, door een oranje kader omgeven worden. (l 50)
≥ Gezichten kunnen misschien niet gedetecteerd worden, afhankelijk van de
opnameomstandigheden, zoals gezichten van bepaalde afmetingen of die in een bepaalde stand
gekanteld zijn of wanneer de digitale zoom gebruikt wordt.
Basis
Intelligent auto mode
Instelling Effect
Portret De gezichten worden automatisch herkend en scherpgesteld, en
de helderheid wordt zodanig ingesteld dat de gezichten duidelijk
worden opgenomen.
Landschap Het gehele landschap wordt met levendige kleuren opgenomen
zonder dat de lucht in de achtergrond witachtig wordt wanneer
deze erg helder is.
Spotlight Een zeer helder onderwerp wordt duidelijk opgenomen.
Weinig licht De camera kan duidelijke beelden opnemen in een donker vertrek
of in de schemering.
Normaal In de andere dan de hiervoor beschreven modussen, wordt het
contrast bijgesteld om voor een helder beeld te zorgen.
Toets Intelligent auto/Handmatige
werking
Druk op deze toets om naar Intelligent auto
modus/Handmatige werking over te
schakelen (l 53).
/MANUAL










