Operating Instructions - Dutch

4 FB
5 Voer de slotcode in en druk op B.
PIN
Uw PIN (Persoonlijk Identificatie Nummer) beschermt de
SIM-kaart tegen ongeoorloofd gebruik. Als u PIN inschakelt,
wordt u telkens als u de telefoon aanzet gevraagd uw PIN in te
voeren. Zodra u de PIN correct hebt ingevoerd, kunt u de
telefoon gebruiken. Net als met Toestel blokkeren kunt u uw
PIN te allen tijde wijzigen.
PIN2 beheert beveiliging voor het Vaste nummers-geheugen en
Gesprekskostenregistratie.
PIN inschakelen/uitschakelen
Wanneer "Menu" wordt weergegeven in het keuzeveld van het
display:
1 FBen e om "Beveiliging" te selecteren.
2 FBen e om "PIN" te selecteren.
3 FBom de PIN in of uit te schakelen.
4 F PIN code B.
Beveiligingscodes wijzigen
Wanneer "Menu" wordt weergegeven in het keuzeveld van het
display:
1 FBen e om "Beveiliging" te selecteren.
2 FBen e om "Tstl. Blokk."of "PIN" te selecteren.
3 Fftot "Wijzig" wordt weergegeven in
het keuzeveld van het display.
4 FBen voer de huidige code in.
5 FBen voer de nieuwe code in.
6 FBen controleer de nieuwe code.
7 FB
17
Beveiliging van de telefoon
Wijzig
3
Tstl. Blokk.
Blokkeren
PIN