Operating Instructions - Dutch

N knippert wanneer een ongelezen bericht wordt opgeslagen of gaat
branden wanneer het berichtenveld vol is
O verschijnt wanneer de telefoonbeveiliging geactiveerd is
S geeft aan dat alarmnummers gebeld kunnen worden
T geeft de signaalsterkte van ontvangen signalen aan: \ - zwak signaal,
T - sterk signaal
H geeft het batterijniveau aan: H - vol, G (knipperend) - batterij laag
Informatie
Iconen worden gebruikt om het huidige menuniveau, submenu nummer,
tekstinvoermodus, telefoonboek bron, telefoonboek locatienummer, of
alarminstelling icoon aan te duiden afhankelijk van de huidige werkwijze.
? geeft aan dat het alarm is ingesteld
> geeft aan dat het huidige nummer in het telefoonboek afkomstig is uit
het toestel telefoonboek
< geeft aan dat het huidige nummer in het telefoonboek afkomstig is uit
het SIM-telefoonboek
Navigeren
p Dit veld geeft de beschikbare richtingen aan waarin de navigatietoets
verplaatst kan worden afhankelijk van de huidige werkwijze
Gebruik van menusysteem
Het menusysteem verleent toegang tot alle functies waarvoor geen
functiegebonden toetsen op het toetsenbord aanwezig zijn.
De menufuncties kunnen met de vijf-standen navigatietoets worden
geselecteerd.
Functies selecteren
ZQen gebruik hierna de navigatietoets als een joystick om u van de ene
naar de andere icoon op het scherm te verplaatsen in een van de vier richtingen
(a,b,c,d). ZQals een bepaald menu oplicht. Hierna verschijnt een
submenu. Gebruik e vanuit een willekeurig submenu totdat het gewenste item
oplicht, ZQ
Voorbeeld:
Selecteer Persoonlijke instellingen > Inst. Display > Animatie Z
Q met een Standby scherm ZQ
6
Aan de slag