Operating instructions

Individuele aanpassingen
81
Tabel met faxparameters
Programmering
van het Toestel
048 TELEFOONLIJN 1 OPENBAAR Keuze van het type aangesloten lijn.
2 BEDR. TLF.
CENTR.
049 EXTERNE LIJN (----) Instelling van de PSTN-toegangscode (max. 4 cijfers).
051 REMOTE
DIAGNOSTIC
1 Uit Selecteren of het toestel de firmware-update of de
afstandsdiagnose van het station op afstand aanvaardt.
Raadpleeg uw Erkende Panasonic-dealer voor meer
informatie.
2Aan
052 REM. DIAGNOSTIC
CODE
(----) Een wachtwoord opgeven voor de diagnostiek op afstand.
Gelieve meer details te vragen bij uw officiële
Panasonicverdeler.
053 SUB-ADRES
WACHTWOORD
(----) Een wachtwoord van 20 cijfers instellen voor een
beveiligde communicatie tussen subadressen.
054 FAX DOORSTUREN 1 Uit Kiezen of het toestel al dan niet de faxdoorzendfunctie
naar de opgegeven bestemming uitvoert. (Zie blz. 177)
2Aan
056 FAX VOORBLAD 1 Uit De standaardwaarde instellen van de parameter Voorblad
in de geselecteerde modus. (Zie blz. 173)
2Aan
057 LANDNUMMER Keuze van de landcode tijdens de installatie van uw
machine.
058 TAAL De taal selecteren die op het display en in de verslagen zal
gebruikt worden.
064 TOETSENB VERAND. 1 Standaard Het type van repertoriumdekblad selecteren. Verander de
instellingen in VERANDEREN bij gebruik van
repertoriumdekblad meegeleverd met de toebehoren.
2 Veranderen
065 AFDRUK IN
VOLGORDE
1 Uit Selecteren of het toestel documenten al dan niet in
volgorde afdrukt. (Zie blz. 135)
2Aan
082 SNELLE
GEHEUGENVERZ.
1 Uit Kiezen of het toestel al dan niet de snelle verzending
vanuit het geheugen uitvoert. (Zie blz. 107 tot 109)
Uit : Slaat alle documenten eerst in het geheugen
op en vormt dan het telefoonnummer.
Aan : Het toestel begint onmiddellijk het nummer te
kiezen nadat de eerste pagina is opgeslagen.
2Aan
099 GEHEUGEN-
CAPACITEIT
(Flash Memory)
- - De hoeveelheid geïnstalleerd basis- en optioneel
geheugen afbeelden.
(Basisgeheugen + Optioneel geheugen)
140 LAN RELAY
VERZ.VERZOE
1 Uit Kiezen of het toestel het verzoek tot LAN-relaisverzending
uitvoert.
2Aan
142 RELAY VERZ.
(ook LAN-
RELAISTOESTEL op
UF-770i genaamd)
1 Uit Kiezen of het toestel G3-relaisverzending aanvaardt en
uitvoert. (Relaistoestelfuncties)
2Aan
143 VERZENDVERSLAG 1 Uit Instellen hoe het communicatiejournaal voor
relaisverzending naar het uitgaand toestel wordt
gezonden.
Uit : Niet zenden.
Altijd : Altijd zenden.
Inc. : Alleen zenden indien communicatie is mislukt.
2 Altijd
3 Inc. (alleen
incompleet)
Nr. Parameter
Nr.instelling
instelling Commentaar