Operating instructions

Verklarende woordenlijst
251
Aanhangsel
Sluimermodus Toestand van minimaal stroomverbruik waarin het toestel schakelt na de ingestelde
tijdsduur zonder te worden uitgeschakeld.
SMTP (Simple Mail Transfer
Protocol)
Dit is het hoofdcommunicatieprotocol dat wordt gebruikt voor het verzenden en ontvangen
van e-mail op het internet.
Snelkiestoets Toets waarop men drukt om daardoor in één moeite een volledig telefoonnummer te
vormen.
Standaard Gateway IP-
adres
Dit is het adres van uw gateway dat wordt gebruikt door andere netwerken voor het
bepalen van de route bij communicatie met uw internetfax.
Stroombesparingsmodus Bespaart energie door minder stroom te verbruiken dan in stand-by doordat het de
fixeereenheid na een ingestelde tijdsduur uitschakelt.
Subadres ITU-T richtlijn voor verdere routing, doorzending of relais van inkomende faxen.
Subadres-wachtwoord ITU-T richtlijn voor bijkomende beveiliging dat overeenkomt met het subadres.
Subnetmask Een maskbit dat wordt gebruikt voor het beheren van subsegmenten van het netwerk dat
is gedefinieerd met netwerk-ID’s.
TAM-Interface Hiermee kunt u een antwoordapparaat aansluiten en gebruiken.
TCP/IP (Transmission
Control Protocol/Internet
Protocol)
TCP/IP is een programmareeks van protocollen die worden gebruikt voor verbinding met
het internet en Wide Area Networks.
Tekentoetsen Met deze toetsen voert u letters en symbolen in voor allerlei programmeerfuncties.
TIFF Image Viewer Een applicatiesoftware voor het bekijken van de inhoud van TIFF-F-bestanden.
Sommige TIFF Image Viewers kunnen mogelijk de data niet correct weergeven.
TIFF-F (Tagged Image File
Format)
Een beeldbestandformaat voor bijlagen van grafische data dat een vlotte verzending
hiervan tussen verschillende units mogelijk maakt.
De coderingsmethode van dit formaat ondersteunt dezelfde codering als Modified
Huffman (MH) en meerdere pagina’s beelddata.
Tijdelijke geheugen-
ontvangst
Mogelijkheid van uw toestel om een binnenkomend document op te slaan in zijn
geheugen wanneer het afdrukpapier of de toner op is.
Toegangscode 4-cijferige programmeerbare toegangscode die belet dat onbevoegden gebruik maken
van uw faxtoestel.
Toestelnaam Alfanumeriek ID dat kan geprogrammeerd worden voor elk snelkiesnummer of verkort
kiesnummer.
Toetsenbord Groep cijfertoetsen op het bedieningspaneel.
Uitgestelde polling De mogelijkheid om op een later tijdstip documenten op te vragen bij andere toestellen.
Uitgestelde verzending De mogelijkheid om op een later tijdstip documenten te verzenden naar andere toestellen.
Vaste afdrukverkleining Methode waarmee u één verkleiningsgraad, b.v. 75%, kunt vastleggen voor alle
binnenkomende documenten.
Verkort nummer De mogelijkheid om een volledig telefoonnummer of e-mailadres in de kiezer op te slaan
en dan een korte reeks van toetsaanslagen te gebruiken om dat nummer voortaan snel te
vormen.
Verslag De lijst die uw toestel afdrukt met laatste 32 verstuurde en ontvangen transacties.
Verzenden naar meerdere
toestellen
De mogelijkheid om dezelfde documenten naar een geprogrammeerd aantal locaties te
verzenden.
Verzendingswachtwoord Een wachtwoord met 4 cijfers dat bij het verzenden van een document wordt
gecontroleerd.
Voorblad Aan uw te verzenden documenten kan automatisch een faxvoorblad toegevoegd worden
waarop de naam van de ontvanger, de naam van de afzender en het aantal aangehechte
pagina's vermeld worden.
Weergavemodus -
Bestandenlijst
Hiermee krijgt u op het LCD-display een korte inhoud te zien van de geheugenbestanden,
zonder de volledige lijst ervan te moeten afdrukken.
Weergavemodus - Verslag Hiermee krijgt u op het LCD-display een korte inhoud te zien van het verslag, zonder dit te
moeten af te drukken.