Operating instructions

247
Aanhangsel
Verklarende woordenlijst
10Base-T/100Base-TX Een Ethernetstandaard voor kabel.
De 10/100 staat voor zijn bandbreedte van 10/100 Mbps, die de basis vormt voor
eenkanaalsbasisband, en de T verwijst naar het getwiste paar.
De kabel bevat twee paren onafgeschermde getwiste draden.
ADT (Automatische
documenttoevoer)
Het mechanisme waarmee een stapel documentbladzijden pagina voorpagina in de
scanner wordt ingebracht.
Afdrukcollationering De mogelijkheid om ontvangen documenten in de correcte volgorde te stapelen.
Afdrukverkleiningsmodi De methoden die bepalen hoe een binnenkomend document wordt verkleind en op het
papier in uw toestel wordt afgedrukt.
Afzenderselectie De gebruiker kan vóór elke verzending een van de 24 voorgeprogrammeerde
afzendernamen en e-mailadressen / telefoonnummers kiezen.
Automatisch afdrukken met
verkleining
Methode voor het automatisch verkleinen van een ontvangen document zodat het kan
worden afgedrukt op een standaardpapierformaat. Bijvoorbeeld, uw machine verkleint een
inkomend blad van legal-formaat tot 75% van zijn originele formaat zodat het past op een
blad van letter-formaat.
Automatische ontvangst Met deze modus kunt u faxdocumenten ontvangen zonder tussenkomst van de gebruiker.
Bestand Een opdracht die in het geheugen van uw toestel is opgeslagen; voorbeeld: uitgestelde
verrichtingen.
Bits Per Second (bps)
Het aantal gegevens dat via de telefoonlijn wordt verstuurd. Uw toestel start op de maxi-
male modemsnelheid en verkleint deze automatisch tot beide snelheden met elkaar
overeenstemmen. De snelheid is afhankelijk van de kwaliteit van de telefoonlijn en van de
mogelijkheden van het ontvangsttoestel.
(Max. modemsnelheid 33600 BPS)
C.C.I.T.T. Consultative Committee on International Telegraph and Telephone. Deze organisatie heeft
tot op heden vier groepen van industriële normen opgesteld waarmee de compatibiliteit
tussen faxtoestellen gewaarborgd kan worden.
Capaciteit beeldgeheugen Dit is de grootte van het geheugen in uw toestel voor het opslaan van documenten. Alle
pagina-afmetingen zijn gebaseerd op het ITU-T beeld nr. 1.
Client Clients zijn computers die softwareprogramma’s draaien voor het leggen van contact met
en het ophalen van data van een serversoftwareprogramma op een andere computer, die
zich vaak op grote afstand van elkaar bevinden.
Coderingsschema De manier waarop faxtoestellen de gegevens comprimeren. Uw toestel gebruikt de
codesystemen Modified Huffman (MH), Modified Read (MR), Modified Modified Read
(MMR) en Joint Bi-level Experts Group (JBIG).
Communicatieverslag Verwijst naar het communicatieverslag, het relais-verzendingsverslag of het vertrouwelijk
verzendingsverslag.
Contrast De aftastgevoeligheid (licht of donker) van uw originele te verzenden pagina’s.
Controlestempel Een door de gebruiker instelbare controlestempel kan worden aangebracht op gescande
documenten die met succes verzonden zijn.
DDD (Direct Distance
Dialing)
Automatisch verkeer. Telefoondienst waardoor men zonder hulp van een telefonist(e) met
correspondenten in verbinding kan treden.
Direct kiezen De methode van nummervorming waarbij u het volledige telefoonnummer of e-mailadres
met de toetsenbord invoert.
Directe SMTP Dit maakt het Ifaxtoestellen mogelijk rechtstreeks met elkaar te communiceren binnen de
firewall (intranet) zonder via de mailserver te gaan, zodat deze minder wordt belast.
Domeinnaam Een unieke naam ter identificatie van een internetsite.
Domeinnamen bestaan altijd uit 2 of meer delen, van elkaar gescheiden door punten.
Het linkerdeel is het meest specifieke, en het rechterdeel is het meest algemene.
DTMF Dual Tone Multi-Frequency. Methode voor het nummerkiezen waarbij voor elk cijfer van
de kiestoetsen een frequentie wordt verzonden. Algemeen bekend als toonkiezen.
E-mailadres Het adres voor het verzenden en ontvangen van data per e-mail. Het bestaat uit de
gebruikersnaam, subdomeinnaam en domeinnaam.
ECM Error Correction Mode. De mogelijkheid om verzendingsfouten te corrigeren naarmate ze
tijdens de verzending worden ontdekt.
Eindontvangststation In een relaisnetwerk is dit het eindstation dat het document zal ontvangen.